Gebakken kaas in een pannetje

In Griekenland zijn er verschillende gerechten die ‘saganaki’ heten. ‘Saganaki’ betekent gewoon ‘pannetje’ en het is eigenlijk een raadsel waarom vooral gebakken kaas ‘saganaki’ heet. Alsof dat nu bij uitstek is wat je in een pannetje doet. Maar een feit is dat saganaki meestal betekent: gebakken feta. Soms wordt het met koeienkaas gemaakt – verwonderlijk lekker vind ik altijd, zo’n dik stuk gebakken kaas met wat tomaten en komkommer erbij en een flink glas retsina.

En dan heb je ook nog ‘garnalen saganaki’: garnalen met tomaat en feta.

Dat vind ik best een eind verwijderd van gebakken feta in een pannetje, maar goed, de Griek blijkbaar niet.

Garnalen saganaki is erg lekker, al denkt menigeen waarschijnlijk dat het erg vies is, omdat je van garnalen met geitenkaas weinig goeds verwacht. Ten onrechte.

Er bestaat ook een Grieks mosselgerecht waarin mosselen met rijst en tomaten en feta gestoofd worden. Dat is ook lekker. En het lekkerst van al, nu ja, dat beweer ik voor de gelegenheid gewoon, is om dat laatste gerecht met garnalen te maken. Diana Henry doet dat en sinds ik het een keer bij haar las, doe ik het ook graag.

Het is makkelijk en een beetje anders, en als je het mooi opdient is het niet zo boers als het lijkt. Ik diende het laatst op na drie verschillende salades (en vóór een ongelooflijk toetje dat ik morgen zal onthullen) en dat was een uitgesproken feestelijke maaltijd. Een van die salades bestond uit gemengde sla met daarover plakjes eendenborst en walnoten en als dressing, ik zeg het maar voor de Zeer Trouwe Volgers van deze rubriek, de bessensaus van de appelvanillecustardtaart van eergisteren, die met een paar lepels rode wijnazijn en een dotje versgemalen peper wat pittiger en zuurder gemaakt was. Dat was een goed idee.

Spoel de rijst goed af.

Hak de ui in stukken, hak de knoflook fijn, snijd de tomaten in stukjes. Smelt de boter in een pan en bak de ui zachtjes een minuut of drie. Doe de knoflook en de tomaten erbij en bak tot de ui en de tomaten zacht zijn. Hak in die tussentijd de kruiden fijn en voeg de helft van elke bos toe aan de pan. Bestrooi met peper en zout.

Voeg de rijst toe en vervolgens de bouillon. Breng aan de kook, roer een keer om en laat zonder deksel koken tot er putjes in de rijst ontstaan.

Doe nu het deksel op de pan en laat hem op een plaatje op laag vuur 20 minuten stomen tot-ie gaar is.

Snijd de feta in blokjes. Verwarm de olie in een koekenpan en bak als de rijst (bijna) gaar is de garnalen op hoog vuur. Besprenkel ze met citroensap en zout en peper.

Giet wat olijfolie over de rijst en voeg de overgebleven kruiden en de kalamata-olijven toe. Breng het geheel over in een schaal en schik bovenop de garnalen en de feta.