Een fabriekshal vol patiënten

Geschokt waren vorige week de reacties op de vastgebonden verstandelijk gehandicapte jongen Brandon. Het blijft vallen en opstaan in de psychiatrische zorg, toont Miek Smilde.

Miek Smilde: Raarhoek De Arbeiderspers, 309 blz. € 19,95

De achttienjarige, verstandelijk beperkte Brandon bleek onlangs al twee jaar lang te zijn vastgebonden aan de muur van zijn kamer. In 1988 huiverde Nederland bij een foto van Jolanda Venema die elke dag aan een muur werd vastgebonden. Het beeld van de psychiatrische inrichting als hel op aarde duikt op. Journalist Miek Smilde liep geruime tijd rond in het algemeen psychiatrisch ziekenhuis Sint Franciscushof nabij Raalte (Overijssel) en schreef er een boek over: Raarhoek. De ‘separeer’ en de elektroshock ontbreken niet, maar het beeld is genuanceerd. Van een hel is zeker geen sprake.

De Franciscushof werd in stichtingsjaar 1967 beschouwd als een van de modernste psychiatrische klinieken van Europa. Groots opgezet. Twaalf paviljoens, verbonden door een gangenstelsel met een totale lengte van meer dan een kilometer, personeel ging op de fiets door de gangen. Een eigen veilige wereld, waarin de patiënten konden wonen, werken en recreëren. In de jaren negentig kantelde de visie op krankzinnigenzorg en meende men er beter aan te doen psychiatrische patiënten op te vangen in stadsgemeenschappen, te midden van het ‘normale’ leven. Als gevolg daarvan is de Franciscushof intussen gesloten en afgebroken.

In Raarhoek volgen we auteur Smilde tijdens haar vele bezoeken aan de inrichting in de eindtijd van de Franciscushof. De lokale kranteneditie van De Stentor portretteerde haar in de sloopomgeving, maar ze is al veel eerder ter plekke. Als kind zelfs, haar vader was dertien jaar lang directeur van de inrichting. Dat laatste zal haar hebben geholpen bij haar research, en ook in het boek weet ze dit op een terughoudende manier sterk uit te spelen.

Smilde sprak voor haar boek met (ex-)patiënten, verplegend personeel, omwonenden en mensen die op andere wijze waren verbonden met het oorspronkelijk katholieke ziekenhuis voor R.K.-vrouwen in de periode 1967-2009. De lezer moet even wennen aan het trage verteltempo dat ze hanteert (over historische verpleegprijzen tussen 1952 en 1966), maar

langzaamaan ga je mee in het ‘Raalte-tempo’ en dan kan zelfs een tot achter-de-komma-becijfering meeslepend zijn. Zo doet de Franciscushof aan arbeidstherapie en produceert onder meer voor Batavus, of Wehkamp: ‘Een fabriekshal vol psychiatrische patiënten. Gemiddeld gaat 42,5 % op aan productieve werkzaamheden, 1,4 % aan ‘wachten op werk’, 0,1% aan ‘verstoring van de groep door 1 patiënt’ en 7,7 % aan ‘zitten aan de werktafel zonder bezig te zijn’.’ Opmerkelijk in deze becijfering uit 1971 is dat de gemiddelde patiënt nog geen 0,02% van zijn tijd kwijt is aan psychiaterbezoek.

Raarhoek bevat struikelsteentjes. Onnodige herhalingen, onhandige zinnen, (‘Buiten boort de zon zich een weg door het luchtruim…’), hier en daar wordt de sentimentaliteit nogal dik aangezet. De vele ‘gekken-monologen’ horen daarentegen tot de hoogtepunten in Raarhoek, ook in de parafrase van Smilde: ‘We lopen langs het rokershok. Harry zit altijd in deze ruimte. De hele dag. Het rokershok is kaal en stinkt erger dan de kroeg van een studentenvereniging. De glazen bloempotten op de lage salontafel zijn tot de rand toe gevuld met sigarettenpeuken, onderin ligt een dikke laag bruine drab. De man kijkt naar mij. „Ik eet niet,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder. „Ik slaap niet. Ik rook niet. Nooit gedaan ook”.’

Gaande de pagina’s groeit Raarhoek uit tot een mini-non-fictie-epos over opkomst en ondergang van een zorginstelling, een historie over de moeizame, maar oprechte pogingen van de mens om te zorgen voor zijn medemens in nood. Aan het einde van Raarhoek zijn de meeste patiënten ondergebracht in de Zwolse Vinexwijk Stadshagen. Een verbetering? In de lange tijd die de verplaatsing de patiëntenbevolking heeft gekost is de visie op krankzinnigenverpleging dusdanig veranderd dat verpleging à la Franciscushof weer tot de mogelijkheden lijkt te behoren. Dat is natuurlijk ironisch.

We denken intussen aan Brandon en Jolanda Venema. Gecompliceerde gevallen ongetwijfeld, en vast niet ideaal aangepakt. Wie Raarhoek heeft gelezen zal niet te snel over ‘de hel’ beginnen. Het blijft vallen en opstaan in de psychiatrische zorg, dat laat Smilde duidelijk zien. Maar hoe ironisch de ontwikkelingen soms ook zijn, cynisch is deze wereld niet.