De techniek van 2011 aldus Edison (in 1911)

Een eeuw geleden liet Thomas Edison zijn licht schijnen over de techniek in het jaar 2011.

Met de kennis van nu is het een bizarre visie.

De gloeilamp van Edison. Beeld uit The Scientific America, 1880 Edison's carbon filament lamp. From "The Scientific American", New York, 10 January 1880 Photo12

In 2011 zullen weinigen zich nog de stoommachine herinneren. Treinen zijn tegen die tijd allemaal elektrisch, zoals alle machinerie elektrisch zal zijn, en ze zullen ongelooflijke snelheden bereiken. Overigens zal de reiziger in 2011 vooral vliegen, sneller dan een zwaluw, in kolossale machines die wel 320 kilometer per uur halen. Ontbijten in Londen, zaken doen in Parijs en terug naar Londen voor de lunch.

Zo zag Thomas Alva Edison, Amerika’s beroemdste uitvinder, in 1911 de toekomst. Hij liet zich in juni van dat jaar interviewen door de Miami Metropolis en het interview is nu in duizendvoud op internet terug te vinden. De blogger die nu nog niet persoonlijk commentaar gaf op ‘Edison’s predictions for the year 2011’ is niet waard dat hij de zon ziet.

Het ís nu immers 2011. We kunnen de balans opmaken: was de ‘Wizard van Menlo Park’, de bedenker van de gloeilamp en nog duizend dingen meer, een beetje visionair? De stoommachine was in 1911 natuurlijk al zwaar op zijn retour, elektrische treinen waren er al ruim twintig jaar en in Duitsland had een trein al 200 kilometer per uur gereden. Louis Blériot was in 1909 het Kanaal overgevlogen.

Zag de ziener misschien ook dingen die niet iedereen zag? Zeker. Hij zag dat het huis van de toekomst van kelder tot zolder met staal gemeubileerd zou worden, voor maar een fractie van de kosten van het meubileren in 1911. Staal zou zo licht worden dat je een stalen dressoir net zo makkelijk optilde als een bureaustoel.

In 2011 zou de baby in een stalen wieg liggen, de vader zou in een stalen stoelaan een stalen tafel zitten en ook het boudoir van de moeder zou met louter stalen meubelen zijn ingericht, maar zó mooi gelakt dat het wel leek op rozenhout of mahonie.

En nog meer zag de tovenaar van Menlo Park. De dagen van goud als kostbaar metaal waren voorbij. „De dag is niet ver waarop staven goud net zo goedkoop zullen zijn als staven ijzer of staal”, zei hij tegen de krant uit Miami. „We staan op het punt te ontdekken hoe we metalen kunnen transmuteren.” Het woord ‘transmuteren’ was eeuwen gebruikt door alchemisten die lood in goud wilden omzetten, maar Edison zag daar geen bezwaar in. „Er is geen reden waarom onze oceaanstomers in de toekomst niet van zuiver goud zullen zijn. Of waarom we niet in gouden taxi’s zullen rijden.”

Een stalen inrichting en gouden schepen. Meer zag Edison eigenlijk niet. Ja, nog dit: ook het papieren boek had zijn langste tijd gehad. Het boek van 2011 zou bladzijden van zuiver nikkel hebben, maar dan wel zó ongelooflijk dun dat een boek van twee duim dik wel 40.000 bladzijden bevatte. In drie van zulke boeken kon je de complete Encyclopedia Britannica opnemen. Nu al kon Edison een pond van dat nikkel produceren voor nog geen 5 shilling.

Nikkel? Meende hij dat nu, of had de Miami Metropolis het verkeerd verstaan? Nee, Edison had zijn toekomstvisie eerder ontvouwd in Cosmopolitan van februari 1911. Hij had ontdekt dat nikkel met gewone drukinkt te bedrukken viel, en dat er uiterst dun folie van te maken was. Als je de kaft van staal maakte, had je een betaalbaar boek dat eeuwen meeging. Eindelijk kwam cultuur binnen het bereik van de massa’s.

Het was, zoals gezegd, 1911. Een eindje verderop had Henry Ford net de assembly line uitgevonden, zijn Ford model T stond er al op. Lee de Forest had in 1907 octrooi aangevraagd op de Audion-versterkerbuis die geluidsversterking en productie van normale radiotoestellen mogelijk maakte. In 1909 liet de Duitse chemicus Fritz Haber zien dat je ammoniak uit stikstof en waterstof kon bereiden, zodat goedkope stikstofkunstmest opeens binnen bereik lag. De ziener van Menlo Park had er geen oog voor.