De prijzige terugkeer van La Grande Dame

Bijna 250 miljoen stak woningbouwcorporatie Woonbron in het voormalige cruiseschip De Rotterdam. Bezoekers kunnen er nu uitgaan, vergaderen en winkelen.

Nederland - Rotterdam- 16-08-2010 SS Rotterdam. Foto: Sake Elzinga

Buiten weerkaatst de skyline van Rotterdam in de Nieuwe Maas, binnen voert het personeel het hoogste woord. Het is even voor half elf ’s avonds. Druk is het deze maandagavond niet in de Ocean Bar. Twee echtparen en een telefonerende Engelsman met een pint bier, hangend aan de toog. Naast hem staat een jonge medewerker van het schip, die drukke gebaren maakt in de richting van zijn vrouwelijke collega achter de bar. Ongewild zijn de gasten getuige van zijn opzichtige geflirt. Voor hij op luidruchtige toon afscheid neemt, slaat hij in één teug een glaasje wodka achterover.

Welkom op De Rotterdam, de fameuze oceaanstomer die tegenwoordig als attractieschip ligt afgemeerd aan het Derde Katendrechtse Hoofd en sinds 15 februari vorig jaar de deuren heeft geopend voor het publiek. Dineren, feesten, slapen, trouwen, vergaderen en winkelen – het kan allemaal op Nederlands grootste passagiersschip ooit gebouwd.

Woningcorporatie Woonbron nam ‘het icoon van het naoorlogse Rotterdam’ in 2005 voor 1,8 miljoen euro over uit de failliete boedel van ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen, en bouwde het cruiseschip om tot een hotel- en congrescentrum.

De kosten van de renovatie liepen gestaag op, tot woede en verbazing van de politiek. Omdat in 2006 werd besloten tot een grotere exploitatie: van onderhoud van een kwart (10.000 vierkante meter) naar renovatie van het gehele schip (40.000 vierkante meter). Gevolg: nog meer asbestsanering. Uiteindelijk kwam de investering uit op 248 miljoen euro – een veelvoud van de 25 à 30 miljoen die Woonbron aanvankelijk voor ogen stond.

Maar Rotterdam was een maritiem pronkstuk rijker, benadrukte bestuursvoorzitter Martien Kromwijk van Woonbron, nadat het schip in augustus 2008 was teruggekeerd in zijn thuishaven. Een pronkstuk bovendien met „sociaal-maatschappelijke meerwaarde”, waarmee het grotendeels verloederde Rotterdam-Zuid zijn voordeel zou doen.

Want De Rotterdam is niet alleen een drijvende uitgaansgelegenheid, het voormalige vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn is ook een leer- en werkbedrijf, waar jaarlijks 450 mbo-leerlingen een deel van hun opleiding volgen.

Wie dat niet weet voor hij voet aan boord zet, komt daar snel achter. In het Lido bijvoorbeeld, een van de twee restaurants op het schip. Het personeel is van goede wil, maar beheerst de kneepjes van het vak nog allerminst. Het eten wordt liefdeloos geserveerd, een klacht wordt schouderophalend aangehoord, de risotto is gesmoord in de alcohol.

Op internet regende het klachten in de eerste maanden. Een prachtig gerestaureerd schip, maar de service is ver onder de maat, was de teneur. Dat geldt niet voor de rondleiding, die bezoekers terugvoert naar de jaren vijftig: van de machinekamer tot de intieme Ambassador Lounge, van de voormalige rookkamer tot het theater. Het enthousiasme van de vrijwilligers, van wie de meesten zelf nog op het schip hebben gevaren, werkt aanstekelijk.

„Maar onze dienstverlening kan en moet beter”, erkent Johan Over de Vest, gedelegeerd commissaris van exploitatiemaatschappij De Rotterdam en lid van de raad van bestuur van Woonbron. Hij vraagt om begrip. Een uiterst stroeve aanloop met veel kritiek, vier verschillende exploitanten en „een complex bedrijf met dertien dekken dat zijn gelijke niet kent”.

Geen wonder dat de eerste maanden niet vlekkeloos zijn verlopen, stelt hij. Elke startende onderneming kent kinderziektes. „Ons eerste jaar is er een van ervaringen opdoen, een jaar waarin alle partijen hun draai moeten vinden. Dat gaat met vallen en opstaan. We leren nog elke dag, en dat zullen we blijven doen.”

Toch stemmen de cijfers Over de Vest niet ontevreden. In de eerste 10,5 maanden noteerde het schip 579.000 bezoekers, van wie de meesten (260.000) kwamen lunchen of dineren. Daarmee voldoet het schip aan de verwachtingen. In de eerste ramingen was sprake van 750.000 gasten, later werd dat bijgesteld naar 600.000.

Ter vergelijking: diergaarde Blijdorp is met ruim 1,5 miljoen bezoekers (2010) Rotterdams best bezochte publieksattractie. Maar een kanttekening is op zijn plaats: wie het restaurant bezoekt, daarna de nacht doorbrengt in een van de 254 hotelkamers, en ‘een dagje De Rotterdam’ de volgende ochtend afsluit met een rondleiding over La Grande Dame telt drie keer mee. Met andere woorden: 579.000 bezoekers zijn geen 579.000 unieke bezoekers.

Ook de bezetting kan beter. Op doordeweekse dagen (zondag tot vrijdag) is 35 procent van de capaciteit bezet, in het weekeinde (vrijdag tot zondag) ruim 68 procent. De exploitatiemaatschappij hanteert de norm die gebruikelijk is in het hogere segment van het Rotterdamse hotelwezen: 60 procent voor doordeweekse dagen, 65 procent in het weekeinde. „Het aantal overnachtingen moet dus omhoog, zeker doordeweeks”, zegt een woordvoerder. Het is nu domweg te stil aan boord.

Het stoomschip werd verder geplaagd door interne strubbelingen. Directeur Willem Smit kondigde in november, negen maanden na de opening, zijn vertrek aan. Over de Vest wil de breuk niet nader toelichten. Hij verwijst naar het persbericht, dat rept over „een verschil van inzicht over de te volgen koers”.

Ook Smit zelf houdt zich op de vlakte. „Soms ben je het eens dat je het niet eens bent”, luidt zijn summiere commentaar. Toeval of niet, ook bestuursvoorzitter Kromwijk van Woonbron stapte vorige maand op. Ook hij weigert daar dieper in te gaan. „Dat leidt alleen maar tot speculaties en daar is niemand bij gebaat.”

Binnen het stadsbestuur bestond verdeeldheid over de komst en de renovatie van De Rotterdam. Een geldverslindend project van een woningcorporatie die haar kerntaken uit het oog was verloren, meende onder anderen toenmalig havenwethouder Mark Harbers, nu lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.

Zijn PvdA-collega Dominic Schrijer daarentegen was – en is – warm pleitbezorger van „deze voor Nederlandse begrippen ongekende eyecatcher”. Als wethouder lokale economie bezocht hij het schip meerdere malen. „Ik ben positief, al moet dat gebrek aan professionaliteit niet blijvend zijn, want je wilt uiteraard dat mensen terugkomen.”

Minder positief zijn Harry-Jan Bus en Rachèl van Olm van het nabijgelegen theater Walhalla op het schiereiland Katendrecht (4.000 bewoners). Van de beloofde interactie tussen schip en wijk is vooralsnog weinig terecht gekomen, zegt Bus. „We hebben meerdere malen geprobeerd om een samenwerking in gang te zetten, maar in plaats daarvan kopiëren ze doodleuk onze programmering voor hun eigen theater.”

Bus is tevens voorzitter van de ondernemersvereniging op Katendrecht, die 47 leden telt. Tekenend voor de kille verhoudingen was een vergadering, vorig jaar aan boord van De Rotterdam, vertelt hij. „De afspraak was een bijeenkomst ‘met gesloten beurzen’, maar uiteindelijk moesten we per persoon 37 euro 50 per uur betalen. Toen werd mij wel duidelijk dat al die mooie praatjes over maatschappelijk ondernemen in de praktijk weinig voorstellen.” Bus en Van Olm vermoeden dat de bedrijfsleiding in de ban is van het geld. „Omdat de verbouwing zo ongelooflijk duur is uitgevallen, is alles gericht op geld verdienen.”

Gedelegeerd commissaris Over de Vest bestrijdt dat. „Maar onze eerste prioriteit is wel intern eerst orde op zaken stellen. Daar zijn we nu druk mee bezig.” Toch wordt de buurt niet vergeten. Hij verwijst onder meer naar de Sinterklaasavond aan boord speciaal voor kinderen uit de wijk.

Ben van Wevering, voorzitter van de bewonersvereniging Katendrecht, beaamt dat. Hij juicht de komst van De Rotterdam toe. „Als het schip niet was gekomen, had de gemeente onze wijk nooit opgeknapt. Dus indirect profiteren de bewoners wel degelijk.”

De toekomst blijft ongewis. De helft (125 miljoen euro) van de investering is afgeboekt van het eigen vermogen van Woonbron. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de corporatie uitstel verleend voor de verkoop. Het attractieschip had vorige maand voor minimaal tachtig procent moeten zijn verkocht, maar investeerders laten het vooralsnog afweten. Desondanks is Over de Vest hoopvol gestemd. „Het is een enorme klus om dit schip draaiende te houden. Toch hebben we het volste vertrouwen dat dat gaat lukken.”