De missie in Kunduz...

Nederland blijft actief betrokken bij de internationale missie in Afghanistan. Dat is het belangrijkste resultaat van het debat in Tweede Kamer, dat vannacht eindigde met de conclusie dat een meerderheid, een kleine meerderheid, het kabinet steunt met zijn voorstel om Nederland te laten bijdragen aan de training van Afghaanse politieagenten in de provincie Kunduz.

Nederland blijft zo bijdragen aan uitvoering van de vele resoluties van de Verenigde Naties inzake Afghanistan, die het ook zelf steunde. Zoals VN-resolutie 1943 van 13 oktober 2010. De Veiligheidsraad verlengde bij die gelegenheid het mandaat van de International Security Assistance Force (ISAF) met een jaar en riep lidstaten op ISAF bij te staan, bijvoorbeeld door het Afghaanse leger en de politie te professionaliseren. Als onderdeel van de exitstrategie van onder meer de NAVO en de Amerikaanse president Obama, die erop gericht is dat het land eind 2014 in dit opzicht op eigen benen kan staan.

Strikt genomen is het nog niet zeker dat de Nederlandse missie naar Kunduz doorgaat. Niet alleen omdat het kabinet daartoe formeel nog moet besluiten, maar vooral omdat de Afghaanse autoriteiten letterlijk zullen moeten tekenen voor de voorwaarden waaraan de Tweede Kamer gisteren zijn instemming verbond. Maar het lijdt weinig twijfel dat ze hun handtekeningen zullen zetten. Wat die in de praktijk waard zijn, zal moeten blijken.

Bewindslieden en Kamerleden spraken van the Dutch approach, die er onder meer toe moet leiden dat door Nederlanders opgeleide Afghaanse politieagenten niet aan militaire activiteiten mogen deelnemen. Het is maar zeer de vraag of deze Haagse theorie uitvoerbaar zal zijn in de harde realiteit van Afghanistan, een land met een gebrekkig centraal gezag.

Zeker omdat de burgeroorlog die daar heerst nogal eens door gebeurtenissen wordt gekenmerkt, die als ‘het heetst van de strijd’ zijn aan te duiden. Het is, voorzichtig uitgedrukt, niet vanzelfsprekend dat de Afghanen in het veld zich dan nog zullen herinneren wat de Tweede Kamer van Nederland op 28 januari 2011 ook al weer besloot. Namelijk dat agenten die ooit een oranje getinte opleiding volgden, anders dan hun overige collega’s, van militaire handelingen moeten worden uitgesloten.

De strikte regels voor de Nederlandse missie die het kabinet- Rutte de afgelopen dagen beloofde, waren noodzakelijk om een meerderheid van de Kamer tot instemming te bewegen. Het ogenschijnlijke gemak waarmee de bewindslieden dat deden, duidt erop dat het motto ‘iets is beter dan niets’ in hoge mate opgeld deed. Nederland, dat al jaren ook militair actief is en was in Afghanistan, blijft meedoen. Daarmee geeft het blijk van het besef dat de belofte die het in de eigen Grondwet doet, over de bevordering van de internationale rechtsorde, consequenties heeft.