De dictator is een kunstenaar

Andrei Ujica maakte met bestaande beelden een ‘autobiografie’ van Ceausescu, te zien op het Rotterdams filmfestival. „Hij begint hoopvol en eindigt als despoot.”

Een van de opmerkelijkste films op de veertigste editie van het Rotterdams filmfestival is The Autobiography of Nicolae Ceausescu van de Roemeens-Duitse regisseur Andrei Ujica. De film is een drie uur durend portret van de Roemeense dictator, die zijn loopbaan fris en hoopvol begon, bijna als de John F. Kennedy van het Oostblok, en eindigde als een verward en gehaat despoot die met zijn vrouw door zijn eigen leger werd geëxecuteerd. De film is uitsluitend gebaseerd op archiefbeelden en homevideo’s van Ceausescu en bevat geen commentaarstem. Met een vergelijkbaar procedé, gebaseerd op ‘found footage’, maakte Ujica (Timisoara, 1951) eerder het veelgeroemde Videograms of a Revolution (1992), over de Roemeense revolutie van 1989 en Out of the Present (1995), over de Russische kosmonaut Krikale, die in het ruimtestation Mir verbleef terwijl intussen de Sovjet-Unie van de aardbodem verdween. Andrei Ujica geeft aan de telefoon uit Berlijn commentaar.

Waarom noemt u de film een ‘autobiografie’ van Nicolae Ceausescu?

„Heel simpel. Als je een film maakt over een historische figuur als een staatshoofd, moet je beseffen dat de archiefbeelden altijd beelden zijn van het protocol, of het nu gaat om congressen, staatsbezoeken of werkbezoeken. Het enige perspectief vanwaaruit je het verhaal kunt vertellen, is dat van degene die de zeggenschap had over dat protocol en over hoe de beelden zijn gemaakt.”

De beelden waren propaganda. Hoe voorkomt u dat uw film als propaganda overkomt?

„Als je op een filmische manier gebruikmaakt van propagandabeelden, kun je de richting ervan veranderen, kun je de propaganda zelfs tegen zichzelf gebruiken. Voorwaarde is wel dat je lang genoeg wacht om de noodzakelijke afstand te hebben tot de historische gebeurtenissen. Daarnaast heb ik tijdens de research steeds scherp gekeken naar het begin en het einde van de filmsessies bij officiële gelegenheden, omdat er dan momenten voor de camera kunnen ontstaan die niet in protocol zijn vastgelegd. Tot mijn verbazing kwam ik veel van dat soort fragmenten tegen. Die heb ik als een net door de film kunnen spannen.”

Ceausescu krijgt daardoor menselijke trekken.

„Dat is onvermijdelijk. Als je lang genoeg naar een historische figuur kijkt, krijgt hij vanzelf meer menselijke eigenschappen. Dat is het meest provocatieve en polemische aspect van de film. Mijn film gaat in tegen de clichés in de geschiedschrijving, die Ceausescu uitsluitend als een monster afschilderen. Voor mij was het essentieel om te laten zien dat elke despoot, elke dictator, ook gewoon een mens is. De dictator is geen abstracte figuur die van de ene op het andere moment uit de lucht is komen vallen. Ieder mens zou een dictator kunnen zijn. Voor mij is dat de belangrijkste historische les van de film.

„Schrijvers van historische romans zijn vaak beter in staat de complexiteit van de geschiedenis over te brengen dan historici. Mijn methode van werken is bepaald door een doorslaggevende leeservaring uit mijn jeugd, toen ik Tolstojs Oorlog en vrede ontdekte. Sindsdien besef ik dat ik in geen enkele studie de essentie van de Napoleontische oorlogen beter verwoord zou vinden. Alleen met artistieke, esthetische en narratieve middelen kan de complexiteit van de geschiedenis recht worden gedaan. Dat kan in een roman, maar ook in een film.”

Zeker in het begin lijkt Ceausescu best een geschikte kerel.

„Hij is een idealist, die gelooft in zijn ideologie. Vergeet niet dat in die tijd 80 procent van de intellectuelen in Europa hetzelfde marxistische geloof aanhing. In 1968 komt hij voor de keuze te staan of hij de Praagse lente zal steunen in Tsjechoslowakije of dat hij zich achter Mao in China schaart. Hij kiest dan voor het maoïsme. Maar een filmregisseur als Godard was in die tijd ook maoïst. Het verschil is alleen dat een kunstenaar met zo’n keuze alleen zijn eigen werk kan vernietigen, maar een staatshoofd een hele natie te gronde kan richten.”

In de film is Ceausescu bijna een embleem voor de jaren zestig.

„Hij is een echte representant van de generatie van 1968, een man van de sixties in de Oostblokversie.”

Hoe ziet u precies de verhouding tussen de rol van de dictator en van de kunstenaar?

„De dictator, de ideologisch gedreven dictator in het bijzonder, is goed vergelijkbaar met de kunstenaar. Net zoals de kunstenaar begint de dictator met een visioen, dat hij vervolgens praktisch gestalte wil geven. Hij gebruikt daarvoor alleen andere middelen dan de kunstenaar. Het werktuig van een dictator is het sociale lichaam van zijn natie. Met dat instrument wil hij zijn visioen verwerkelijken en van zijn land een ideologisch paradijs maken.

„Als een dictator lang aan de macht blijft, ontstaat bij hem hetzelfde psychologische profiel als bij de oudere kunstenaar. Hij wordt bevangen door de angst dat hij zijn oeuvre niet zal kunnen voltooien. Zijn natie, zijn instrument, heeft hem teleurgesteld. Dat maakt een oudere dictator levensgevaarlijk voor zijn land. Denk aan Hitler, die de Tweede Wereldoorlog bleef rekken om het Duitse volk te straffen. Ceausescu was aan het einde van zijn leven ook diep teleurgesteld. Het enige wat hem nog interesseerde waren zijn megalomane bouwplannen.”

Het esthetische aspect van het fascisme is vrij algemeen aanvaard. U vindt de communistische dictatuur in dit opzicht vergelijkbaar?

„Ja. Dat is exact hetzelfde.”

U heeft de dictatuur van Ceausescu deels van binnenuit meegemaakt, maar ook als buitenstaander, omdat u naar Duitsland bent geëmigreerd. Hielp dat bij het maken van de film?

„Dat ik zo lang buiten Roemenië heb geleefd, was zeker een voordeel. Mijn film vertelt een verhaal, maar is ook een interpretatie van dat verhaal. Omdat ik werk met materiaal dat al bestaat, is de interpretatie doorslaggevend. Voldoende afstand bewaren is dan een voorwaarde. Een filmmaker die alleen in Roemenië heeft geleefd, zou deze film misschien pas over tien of vijftien jaar hebben kunnen maken.”

In een biografische film maakt het hoofdpersonage altijd een ontwikkeling door. Hoe typeert u de ontwikkeling?

„Dit is een klassiek verhaal van opkomst en ondergang, dat te vinden is in de klassieke romans van de negentiende eeuw, bij Balzac en Stendhal, van iemand die hoopvol en idealistisch begint en eindigt als een paranoïde despoot.”

Het meeste geluid heeft u zelf moeten toevoegen.

„Ja. Met uitzondering van Ceausescu’s belangrijkste speeches is het geluid niet gearchiveerd. Voor het grootste gedeelte van de film hebben we het geluid naturalistisch gereconstrueerd, maar we hebben ook meer abstract geluid en muziek gebruikt, als een soort commentaar op de beelden. Dat is een fictief element in de film. Dat geldt ook voor het narratieve, pseudoautobiografische perspectief. De film begint met de rechtszaak tegen Ceausescu en gaat dan verder als een lange flashback van Ceausescu op zijn leven. Tegelijk zit ik ook zelf in de film, als auteur, met mijn eigen, ironische poëtica.”

Mensen die Ceausescu tot het bittere eind hebben meegemaakt, missen misschien de ironische afstand die u heeft. Hoe is de film in Roemenië gevallen?

„Cristian Mungiu, die de film in Roemenië heeft uitgebracht, had het briljante idee om de première in het voormalige volkspaleis te houden in het centrum van Boekarest, waar Ceausescu al zijn belangrijke toespraken heeft gehouden. Ik maakte me wel zorgen of er genoeg publiek zou komen. Maar de zaal was vol, 4.000 stoelen waren bezet. Ceausescu is kennelijk nog steeds een grote ster in Roemenië.”

Hoe werd uw afstandelijke portret van zo’n gehate figuur ontvangen?

„De oudere generatie vindt dat niet grappig. Voor hen is de film een provocatie. Als je de dictator humaniseert, zie je plotseling dat de schuld breder wordt gedragen dan door Ceausescu alleen. Misschien was al het applaus voor Ceausescu dat in de film te zien is niet oprecht, maar de mensen klapten wel, jaar na jaar.”

Voelt u zich verwant met de jonge Roemeense cinema, die zoveel aandacht trekt op filmfestivals?

„Zeker, daar voel ik me zeer mee verbonden. In zekere zin vullen we elkaar aan. Ik begin met fragmenten van de werkelijkheid en probeer die samen te brengen in een esthetisch discours. Zij beginnen met een esthetisch of fictief uitgangspunt en werken de andere kant op. Ze laten dat steeds meer uitdijen en bereiken op die manier het fragmentarische van de werkelijkheid.”

Met al die belangstelling lijkt de Roemeense historische ervaring een soort symbool te zijn geworden voor de geschiedenis van de twintigste eeuw.

„Ja. Dat komt doordat de Roemeense ervaring met het einde van het communisme de meest complete en het meest spectaculaire was.”

Is het einde van het communisme uitsluitend een vrolijk verhaal, of zit er ook een trieste kant aan?

„In humanitair en sociaal opzicht is dat natuurlijk een goede zaak. Het trieste bestaat eruit dat het belangrijkste intellectuele project van de moderne tijd op zo’n treurige manier ten einde is gekomen. Het einde van het communisme is het grootst denkbare intellectuele failliet in de cultuurgeschiedenis.”

The Autobiography of Nicolae Ceaucescu draait op het International Film Festival Rotterdam: 30/1, 31/1. Inl: www.iffr.nl Vanaf 14 april in de bioscoop.