De bloemensector leeft op

Het economisch herstel in de bloemensector is ingezet: 2010 was een recordjaar qua omzet.

Vooral consumenten kopen weer bloemen. Bedrijven zijn nog terughoudend.

Het bouquet van de White Naomi is hemels. Rob van Starkenborg, inkoper van bloemengroothandel Weerman steekt zijn neus diep in een boeket van deze ‘grootbloemige’ witte rozen. „Rozengeur komt helemaal terug”, zegt Van Starkenborg, „de consument vraagt ernaar”.

Weerman is gevestigd in de vestiging Aalsmeer van FloraHolland. ’s Ochtends slaan de inkopers van het bedrijf tussen de concurrenten hun slag ‘via de klok’ in de afmijnzalen. De bloemenmeisjes – opstekers genoemd – houden een sample van het te veilen product omhoog en vliegensvlug wisselen bloemen en planten van eigenaar. Weerman heeft weinig van de crisis gemerkt, zegt Van Starkenborg. „De afgelopen twee jaar waren niet slecht voor ons.”

Maar de sector als geheel leed zwaar: 2009 was een jaar van diepe crisis voor FloraHolland, met een terugval in de omzet van 5 procent. De veiling heeft naast Aalsmeer nog vijf andere vestigingen, waaronder een joint venture in Duitsland. Het herstel kwam snel; in 2010 steeg de omzet met 7 procent, tot 4,13 miljard euro, een hoger niveau dan ooit tevoren. „Vooral bij de consument is het vertrouwen terug, bedrijven die bloemen bestellen zijn nog wel wat terughoudender’’, zegt algemeen directeur Timo Huges van FloraHolland. De veiling is een coöperatie van kwekers en streeft niet naar winstmaximalisatie, maar „efficiënte afzet tegen de laagste kosten”, zegt Huges. Een percentage van de opbrengst van de kweker gaat naar de veilingorganisatie om de kosten te dekken.

De fluctuatie in de cijfers komt door buitenlandse afzetgebieden, goed voor 85 procent van de omzet. Naar belangrijke exportbestemmingen als het Verenigd Koninkrijk kelderde de uitvoer in 2009, om in 2010 weer even snel aan te trekken. „De afzet op de binnenlandse markt is heel constant. Bloemen zitten in het DNA van de Nederlanders”, zegt Huges.

Het herstel betekent nog niet dat de sierteelt er volledig bovenop is. De productie lag met 5,235 miljard euro vorig jaar nog net iets lager dan de 5,285 miljard van 2007. Volgens berekeningen van de landbouwuniversiteit Wageningen bedroeg het gemiddelde netto-inkomen van een tuinbouwbedrijf in 2010 rond de 25.000 euro, een sterke verbetering ten opzichte van een jaar eerder, maar nog steeds te weinig om geld over te houden voor investeringen. Een op de vijf bedrijven heeft het zwaar. Eigenaren hebben extra krediet aangetrokken en een beroep gedaan op de garantieregeling werkkapitaal van het ministerie van Economische Zaken.

Olaf van Kooten, hoogleraar horticultuur in Wageningen denkt dat de bloementeelt, door Nederlandse kwekers, verder zal verschuiven in de richting van de evenaar. Vooral de teelt van rozen – de roos is verreweg de meest gekweekte snijbloem – heeft in toenemende mate plaats in Kenia, Ethiopië en landen in Latijns-Amerika, omdat daar de productiekosten veel lager zijn. Zelfs met het vervoer van de bloemen per vrachtvliegtuig is het voor kwekers nog steeds voordeliger om in warme landen te telen, zegt Van Kooten. „En ondanks het luchttransport is ook de CO2-uitstoot per bloemsteel nog altijd lager dan bij de kweek onder glas in Nederland.” Sijas Akkerman van Natuur en Milieu erkent dit. „De oplossing ligt wat ons betreft in de energiezuinige kas in Nederland en niet in uitbreiding van de teelt in het buitenland.”

Maar Van Kooten denkt dat de kwekers toch blijven kiezen voor de tropen. „Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om rozen per zeecontainer te vervoeren, bij een temperatuur van 1 graad Celsius. Ik sluit niet uit dat dat straks kan. En dan is het afgelopen met de rozenteelt in Nederland.” Volgens Van Kooten stellen ondernemers investeringen in Nederland daarom doelbewust uit.

Voor FloraHolland maakt de geografische herschikking weinig uit: de bloemen worden allemaal geïmporteerd en via veilingen in Nederland geherexporteerd. Maar op de werkgelegenheid heeft het wel een grote invloed. Het aantal werknemers in de bloementeelt onder glas is in tien jaar tijd met een kwart verminderd, van 42.000 in 2000 naar 31.600 in 2009.

Mark-Jan Terwindt, manager van FloraHolland Connect, zegt dat er met het einde van de crisis „investeringsdrift’’ in de kwekers is gevaren, waarbij hij geen onderscheid maakt tussen investeringen van Nederlandse kwekers in eigen land en over de grens. Connect is de divisie die de rechtstreekse verkoop overziet tussen kwekers en afnemers, zonder de klok – Connect is goed voor 37 procent van de omzet, de andere 63 procent gaat via de afslag. Terwindt ziet dat er een schaalvergroting plaatsheeft in de sierteelt. Er komen minder kwekers en de overgebleven ondernemers hebben grotere bedrijven.

Directeur Timo Huges van FloraHolland ziet de huidige regering als grote bondgenoot van de tuinbouw. „Rutte draagt de ‘greenports’ een warm hart toe”. Dat moet ook wel, vindt hij, want de tuinbouw is met zijn exportwaarde van 15,5 miljard euro in 2010 een „belangrijke pijler” van de Nederlandse economie. De sierteelt ontvangt subsidies voor proces- en productinnovatie. „De regering doet wat ze heeft beloofd.”