Chileens mijndorp als idylle

Hernán Rivera Letelier: De filmvertelster. Vert. M. Vanderzee. Signatuur, 95 blz. € 10,-

Nog geen half jaar nadat de Chileense schrijver Hernán Rivera Letelier in Spanje één van de belangrijkste literaire prijzen in ontvangst mocht nemen, had in het noorden van zijn vaderland het mijnongeluk plaats dat de wereld maandenin spanning zou houden. Ook Letelier werkte in zijn jeugd in de Chileense mijnen, niet ver van de plaats van de ramp, en veel van zijn romans en verhalenbundels (inmiddels een stuk of tien) zijn er gesitueerd. Dramatischer kan de internationale doorbraak van een auteur die zich eigenhandig ontworstelde aan armoede en analfabetisme, moeilijk zijn.

Ook de novelle De filmvertelster, die in Chili een bestseller werd, nu in het Nederlands is vertaald en binnenkort zal worden verfilmd, speelt zich af in het desolate Chileense woestijnlandschap waar onder erbarmelijke omstandigheden salpeter wordt gedolven. Somber-realistisch is het verhaal echter allerminst. María Margarita Castillo, die daarin haar levensgeschiedenis uit de doeken doet, ontdekt als jong meisje dat zij de gave heeft films zó goed na te vertellen dat ze de plaatselijke bioscoop ermee concurrentie kan aandoen. De dorpelingen die geen geld hebben om de echte films te zien, stromen toe wanneer zij haar voorstellingen geeft. Met de schamele opbrengsten weet zij haar broers en invalide vader een íets draaglijker bestaan te geven.

Letelier laat María Margarita haar verhaal vertellen in eenvoudige zinnen die zonder veel bespiegeling weergeven wat er gebeurt. Tussen de regels door licht het mysterie op van wat fantasie en fictie vermogen, zoals ook de vertelster langzaamaan begint te ontdekken. Maar diepzinnig of beschouwelijk wordt De filmvertelster nooit. De magie ligt ín de gebeurtenissen zelf, niet daarachter.

Toch is de sprookjesachtigheid waarmee Letelier de harde werkelijkheid van het mijnwerkersdorp oppoetst tot ze glanst, geen eeuwig leven beschoren. Het loopt niet goed af met de familie van María Margarita, noch met haarzelf. Wanneer in het begin van de jaren zestig de televisie haar intrede doet, is het met haar successen snel gedaan. De mijn sluit, het dorp loopt leeg. Aan het eind van de novelle kan zij haar vertelkunst alleen nog kwijt aan toeristen die het spookstadje bezoeken en tuurt zij ’s avonds naar de zonsondergang als het eindshot van een technicolorfilm.

Zo eindigt De filmvertelster in mineur, afgesloten met een flashback waarin María Margarita terugdenkt aan haar moeder, die al jong de armoede van het mijnwerkersdorp ontvluchtte. Bijna had de vertelster haar later nog eens ontmoet, maar toen haar moeder het dorp opnieuw bezocht, durfde ze de deur niet voor haar open te doen. In die harde levensfeiten kan zelfs de betovering van de fictie geen verandering brengen. De literatuur geeft de werkelijkheid een andere schijngestalte, maar, zo lijkt deze charmante novelle te zeggen, kan haar niet werkelijk veranderen. Er zijn grenzen aan wat de verbeeldingskracht vermag.