Breng eerst die zompige familiegeschiedenis in kaart

Kristien Hemmerechts: Gitte. De Geus. 318 blz. € 19,90

Als die titel niet al was gebruikt door A. Alberts, dan had de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts In en uit het paradijs getild kunnen heten. We maken in Gitte kennis met een gezin dat in een mooi huis op een berg woont, in een bosrijke, idyllische omgeving, ergens op de grens tussen België en Frankrijk. De drie kinderen hebben ‘een eeuwigdurend verbond’ met elkaar gesloten. Hun favoriete bezigheid: priestertje spelen, met de oude spullen van hun vader, die ooit het seminarie verruilde voor de lerarenopleiding. De oudste broer draagt de mis op, de jongste broer vervult de rol van koster en zus Gitte vertegenwoordigt de vrome gemeente. De ouders zien vertederd toe hoe harmonieus de kinderen met elkaar omgaan.

Op de neutrale lezer maakt het bloedserieuze geredder van drie pubers met altaarkleed, kruisbeeld, kandelaars, priestergewaad, brood en druivensap een verontrustende en wat potsierlijke indruk. Opnieuw, net als in haar roman Kleine zielen (2009), geeft Hemmerechts blijk van sympathie met mensen die hun dagelijkse angsten proberen te bezweren met katholieke rituelen en gebeden.

Al gauw beginnen er gaten te vallen in het ogenschijnlijk zo warme gezinsleven. De bijbelwoorden wegen niet op tegen het vele dat vooral de moeder, notabene psychotherapeute, verzwijgt. De oudste broer raakt zo in de war van het grote familiegeheim dat hij moet worden afgevoerd. Wie sloeg overgrootvader Lionel, de plaatselijke boswachter, in 1949 de hersens in? Werd hij vermoord door stropers die hun karige maaltijd van hem niet mochten aanvullen met een patrijs? Of was het een bekende, een naaste misschien wel?

Het is Hemmerechts wel toevertrouwd om dit geheim, vermeerderd met andere verhalen en anekdotes, stukje bij beetje uit de doeken te doen. Met sappige details over ‘sukkelaars’ die onschuldig in de cel zijn beland, schuinsmarcheerderij, stiekeme dna-tests en geestenuitdrijverij. Haar spreekbuis is de taalgevoelige Gitte, in wier hoofd het gonst van de stemmen. Als ze in de tuin ligt, hoort ze vroegere streekbewoners praten. ‘In de aarde lagen de verhalen begraven van al wie ons waren voorgegaan. Langzaam stegen ze op. Ze drongen onze bloedbanen binnen. Stemmen scholden, slijmden, verleidden, vleiden, fleemden, brulden, sisten.’ Als studente Nederlands probeert Gitte in Brussel los te komen van het problematische gezin. Maar ze wordt steeds teruggezogen naar haar duistere wortels. De boodschap is duidelijk: pas als zij die zompige familiegeschiedenis in kaart heeft gebracht, kan zij een nieuw leven opbouwen.

Gitte heeft voor elk wel wat wils. Spannende naspeuringen naar de moordzaak van overgrootvader Lionel. Psychologische verdieping. Dichterlijke en filosofische intermezzo’s. Liefdesverdriet. Zelfmoord. Inkijkjes in de Brusselse ‘depa’ (studentencampus). Verontwaardiging over een Hemmerechts-achtige literatuurdocente, die alleen aan slimme studenten les wil geven. Godsdienstwaanzin. Café- en vrachtwagenseks. Uitstapjes naar het bovenaardse. En tussen al die episodes door fladdert onze heldin, niet ouder dan 18 jaar, die zich niet meer door ouders, leraren, studiegenoten wil laten ringeloren.

Hemmerechts weet in deze avontuurlijke, vlot vertelde familie- en studentensaga lang niet altijd maat te houden. Net iets te veel gebeurtenissen, net iets te veel ingewikkeld verknoopte verhaallijnen, een net iets te nadrukkelijke commentaarstem. Vooral pepert ze ons in dat een mens niet aan zijn afkomst kan ontkomen. Zelfs Gitte, die aan bijna niets anders kan denken, wordt er aan het eind toch nog door verrast. Wie is die man, Lionel genaamd, die ze heeft opgeduikeld in een Frans café? Een familielid of een reïncarnatie van opa? De geschiedenis lijkt met deze ontmoeting helemaal rond – of hij begint opnieuw? Gunstig, of ongunstig? Terug in het paradijs, of er juist voor altijd uit verdreven? Met deze open vraag laat juf Hemmerechts haar pupillen graag achter.