Belgische achterwerken kijken bij WK veldrijden

Zondag is het WK veldrijden, de Nederlandse mannen spelen waarschijnlijk geen rol van betekenis.

Rotterdam. - Te stellen dat ze in geen velden of wegen te bekennen zullen zijn, is overdreven, maar dat de Nederlandse mannen zondag bij het WK veldrijden geen rol van betekenis zullen spelen, staat wel vast. Net zo min als ze dat deden in de zondag afgesloten reeks om de wereldbeker. Hun uitzicht in de wedstrijden bestaat gewoonlijk uit de achterkant van Belgische concurrenten – in de verte.

Dat gezwoeg door de blubber of over hard bevroren weiland, met af en toe een trap of ander kunstmatig obstakel, het is iets voor plattelanders. Stedelingen op de fiets zijn bedreven in het ontwijken van verkeerslichten en andere hinderpalen op hun weg naar de kroeg. Maar in het veld zijn ze nergens. Aan de NK eerder deze maand leverden de vier grote steden samen één deelnemer: Tim Ottens uit Amsterdam. Hij eindigde als 24ste.

Veldrijders komen uit Lisserbroek of Kockengen en zijn lid van Westland Wil Vooruit of Het Snelle Wiel. Stoere mannen, maar tegen de Belgen kunnen ze niet op. Net zo min als de anderen trouwens. Op een paar uitzonderingen na, met name de Tsjech Zdenek Stybar. Maar die heeft wel een Belgische supportersclub, ‘Go Styby Go’, en zijn „schatteke”, zegt Styby, heet Ine, kapster te Kalmthout.

Zeker, Lars Boom zou zomaar in zijn oranje trui wereldkampioen kunnen worden, maar hij doet niet mee, hij heeft wel wat beters te doen dan zich te bekommeren om nationalistische gevoelens.

Nederlanders moeten daarom maar troost zoeken bij de vrouwen. Bij Sanne van Paassen of Marianne Vos. Helaas is Daphny van den Brand ziek. Alleen al haar vlechten zijn een bezoek aan zo’n veldrit waard. En anders wel de leden van Go Styby Go en andere supporters die laten zien dat de natuur de mensheid met bijzondere varianten heeft bedeeld. (NRC)