Alles gaat dood of kapot. Zet u schrap voor de volgende revolutie

Hoe inventief de mens ook is in het scheppen van religies of ideeën, het blijven illusies. Wereldordes zijn niet absoluut, maar tijdelijke constanten tussen grote verstoringen in. Toch denkt de mens dat het de wereld naar zijn hand kan zetten, maar de geschiedenis leert dat de natuur daar keer op keer korte metten mee maakt. Binnenkort zullen we dat wederom aan den lijve ondervinden, want we staan aan de vooravond van een nieuwe revolutie.

Dat is de boodschap van het deze maand verschenen boek The Immortalization Commission, geschreven door John Gray (1948), een invloedrijke filosoof.

Lees hier het interview dat NRC-redacteur Bas Heijne met John Gray had.

Gray gelooft niet zozeer in moraal of vrije wil als wel in de mens als roofzuchtige soort die andere levensvormen bij gelegenheid uitroeit. Dat is strijdig met de gangbare gedachten. Zelfs Darwin kon zich moeilijk verzoenen met zijn theorie dat de mens sterft als een dier, legt Gray aan Heijne uit. En nog steeds hebben wetenschappers – tot Grays verbazing - er een handje van de dood te willen kloppen.

Alsof de mens de wereld in de hand heeft

Dat is nu eenmaal menseigen, doceert de filosoof. We weigeren ons te voegen naar reeds ontdekte natuurwetten en hebben een rotsvast geloof in ideeën die gemeengoed zijn, zoals het liberalisme. Eerder gold dat voor het communisme en het fascisme. Dit soort ideeën zien of zagen we als vooruitgang, en soms zelfs als kroon op de beschaving; het democratisch liberalisme als eindstation dat in Fukuyama’s roemruchte boek tot het Einde van de geschiedenis werd gedoopt. De strijd der ideeën zou klaar zijn. Alsof de mens zijn eigen schepper is en de wereld in de hand heeft…

Verandering komt met verstoring

Maar wat voor de geschiedenis in het algemeen geldt, zegt Gray in het interview met Bas Heijne, geldt voor die van de twintigste eeuw in het bijzonder. “Namelijk dat het geen geschiedenis was van langzame veranderingen en aanpassingen, maar van vaak brute verstoringen.”

Gray vertelde Bas Heijne het slechte nieuws.

“We staan nog maar aan het begin van een veel grotere verstoring, die het gevolg is van de financiële crisis van 2008. Wanneer je het woord revolutie gebruikt, denkt iedereen aan mannen met bontmutsen die het Winterpaleis bestormen. Maar als je een revolutie beschouwt als een radicale verandering in machtstructuren in de wereld, en verschuivingen in politieke confederaties, dan staat ons er wel degelijk één te wachten.”

De contouren tekenen zich al af, weet Gray. “Het was noodzakelijk de banken te redden, anders was de economische maar ook de politieke schade niet te overzien geweest. Maar nu ligt het financiële risico bij de overheid en krijg je insolvabele staten. Om die staten weer op de rails te krijgen, moet je matiging op grote schaal betrachten.”

Dat wordt moeilijk. Alle politici van deze generatie zijn namelijk opgegroeid met een geloof in het vrije marktdenken. Gray: “Wat gebeurt er wanneer bij hen het kwartje valt en ze beseffen dat dat geloof niet langer houdbaar is?” Wie tussen de regels doorleest zal inzien dat het in de lijn der verwachting ligt dat we elkaar binnenkort als vanouds de kop in zullen slaan.

Mens kan zich niet met natuur verzoenen

En vervolgens komt er weer iemand met een nieuw idee. Want als er iets vreemds aan de mens is, betoogt Gray. “Dan is het wel zijn onvermogen zich met zijn eigen natuur te verzoenen.” Mensen zijn volgens Gray dus van nature uitgerust met tegenstrijdige behoeften. En om daarmee te kunnen leven lijkt enige vorm van mythologie noodzakelijk. Voor de één is dat religie, voor de ander filosofie. De wetenschap gaat hierin bij Gray niet vrijuit. “Ik wil laten zien dat men de wetenschap gebruikt om te ontsnappen aan wat nu juist door de wetenschap is aangetoond: dat de mens een sterfelijk dier is.”