Albanië is in de greep van een politieke stammenoorlog

Vandaag zou de Albanese oppositie opnieuw de straat op gaan. Zij negeert hiermee oproepen tot kalmte van de EU en de VS.

Zo op het oog boekt Albanië, een van de armste landen van Europa, grote vooruitgang. Het aantal gaten in de weg vermindert snel, net als het percentage afgeragde Mercedessen dat erop rijdt. Maar de binnenlandse politiek lijkt bij vlagen meer op een stammenoorlog dan op een parlementaire democratie naar Europees model.

De stijfkoppigheid en het machtsspel van Albanese politici tergt buitenlandse diplomaten. Neem oppositieleider Edi Rama. Europese en Amerikaanse diplomaten hadden regering en oppositie dringend verzocht na de rellen van vorige week niet opnieuw de straat op te gaan. Maar Rama heeft die oproep in de wind geslagen.

Aan het eind van de ochtend bereidde hij zich met zijn aanhangers voor op een nieuwe mars over de brede boulevard van de hoofdstad, langs het werkpaleis van premier Sali Berisha, zijn tegenvoeter. Het moest een kalme processie met bloemen worden, heeft hij gezegd. Doel is de slachtoffers van vorige week vrijdag te herdenken, toen een door een stenenregen getergde Nationale Garde op betogers begon te schieten. Daarbij vielen drie doden en tientallen gewonden.

EU-gezant Miroslav Lajcak had president en oppositieleider, die als kemphanen tegenover elkaar staan, na deze rellen voorgehouden dat zij de Europese toekomst van hun land op het spel zetten. Op deze manier maakt de aanvraag van EU-lidmaatschap weinig kans. „Ze moeten doen wat we van hen vragen. En wel onmiddellijk”, zei hij, als een strenge vader.

In lange persconferenties heeft premier Berisha de afgelopen dagen met zijn zware basstem fel uitgehaald naar de oppositie. Hij beweerde dat de oppositie, samen met het Openbaar Ministerie, een staatsgreep had beraamd.

Het decor voor die beschuldigingen, vlaggen van de Navo (Albanië is sinds 2009 lid) en de EU, straalde de ambities uit van een man die al twintig jaar een van de machtigste Albanezen is. Voor iedereen moest duidelijk zijn dat hier niet de premier van Tunesië of Egypte stond, maar van een nieuwkomer in de ‘olijfgordel’ van de Europese Unie, buurland van Griekenland en Italië.

Maar is het waar, wat Berisha allemaal roept? Iedereen heeft wel een familielid op het platteland dat kan vertellen dat jongens zijn betaald om in de hoofdstad namens de oppositie met de politie te komen matten. Maar beweringen controleren is vrijwel onmogelijk. In dit land met 3,5 miljoen inwoners kleurt de loyaliteit aan en afhankelijkheid van een van beide leiders haast ieders visie op de werkelijkheid.

Shpétim Mejdani, eigenaar van een klein restaurant, durft vandaag niet mee te lopen met de oppositie. „Mijn dochter is ambtenaar en ik heb een eigen zaak. Het kan consequenties hebben. Nog los van het risico dat er weer wordt geschoten.” Als de regering een betoging organiseert is zijn dochter verplicht op te komen dagen, anders krijgt ze die dag niet betaald. In het ergste geval volgt ontslag, fluistert haar vader.

De economische groeicijfers die de overheid verspreidt corresponderen niet met wat mensen zelf zien: groeiende armoede doordat familieleden die in Griekenland werken minder geld kunnen overboeken. Lagere omzetten in winkels. Het land produceert en exporteert weinig.

Iedere burger zegt stellig dat zowel Berisha als Rama, als burgemeester al twaalf jaar heer en meester in de hoofdstad, door en door corrupt zijn. Maar niemand weet iets zeker. Veroordeeld zijn ze niet. Maar komt dat doordat er geen bewijzen zijn, of doordat de rechters onder druk staan en hun vingers niet durven te branden aan zaken tegen echt machtige mannen en de echte grote criminelen?

„Politiek is als een grote soap waar we ontzettend moe van zijn", zegt Grida Duma, hoofd van de afdeling sociologie aan de universiteit van Tirana. Tegelijk voelt vrijwel iedereen zich genoodzaakt een politieke kruiwagen te zoeken. „Werk, vergunningen, niets lukt zonder de juiste connecties.”

Het is bovendien een soap die met grote behendigheid wordt opgevoerd. Albanese politici weten wat buitenlanders willen horen. Zo werkt Berisha braaf de lijst wetten-naar-EU-voorbeeld af die moet worden aangenomen.

De Europese Commissie kwam eind vorig jaar met een uiterst kritische reactie op de Albanese aanvraag voor kandidaat-lidmaatschap. De harde boodschap over het slechte functioneren van de parlementaire democratie en de zwakke rechtsstaat werd echter gesmoord in feestgedruis. Rond dezelfde tijd voldeed Albanië namelijk wel aan de technische voorwaarden voor visumliberalisatie. Berisha gaf een groot volksfeest om te vieren dat een visum voor reizen binnen de Schengenzone niet meer nodig is.

Deze week liet Berisha zelfs de schijn varen dat zijn land een rechtsstaat is. Het Openbaar Ministerie wilde een onderzoek uitvoeren naar de beschietingen vorige week en vaardigde arrestatiebevelen uit zes officieren. Berisha stak daar een stokje voor. Hij verbood de politie de bevelen van het OM uit te voeren, stelde een parlementaire onderzoekscommissie in, en gaf de Nationale Garde en de politie opslag.

Het OM zocht bescherming bij de Amerikaanse ambassade. Dinsdag gaf de nerveuze procureur generaal Ina Rama samen met de Amerikaanse ambassadeur een persconferentie. Het was een duidelijke waarschuwing aan het adres van Berisha.

De boodschappen van de EU vinden Albanezen over het algemeen moeilijker te interpreteren. De EU praat over democratie en mensenrechten, maar zegt ook: ‘Je moet het zelf doen.’ De idee daarachter is dat een land en bevolking langzaam rijpen tot ze klaar zijn voor toetreding. Niet dat een grote broer keer op keer toesnelt om ze uit de modder te halen. Ook niet in het land dat zelfs binnen het Oostblok bekend stond als extreem geïsoleerd en achtergebleven.