VS hielden EU-voorzitter Balkenende op koers

Diplomatenpost

VS beschouwden besluiten EU over Turkije en China als een succes

De weg van Washington naar Brussel loopt via Den Haag. Wanneer Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, beschouwen de Amerikanen dat als een uitgelezen kans om invloed uit te oefenen op de Europese politiek.

Nederland, van oudsher een van de meest trans-Atlantisch georiënteerde landen van Europa, trad in de tweede helft van 2004 op als EU-voorzitter. De VS bemoeiden zich actief met het Nederlandse voorzitterschap, vooral om te bereiken dat de EU op een top in december dat jaar zou besluiten tot de opening van toetredingsonderhandelingen met Turkije. Dit blijkt uit Amerikaanse ambtsberichten waarover NRC Handelsblad en RTL Nieuws beschikken via de Noorse krant Aftenposten.

Washington steunt sinds lange tijd de ambitie van Turkije, een belangrijke NAVO-partner, om lid te worden van de EU. Vooral sinds de aanslagen van 2001 beschouwen de Amerikanen Turkije als een brug tussen het Westen en de islamitische wereld. President Bush was een zeer uitgesproken pleitbezorger van Turkse EU-toetreding. Hij zei in juni 2004, vlak voor het begin van het Nederlandse EU-voorzitterschap: „De Europese Unie moet gesprekken beginnen die zullen leiden tot volledig lidmaatschap voor Turkije”.

Nederland op zijn beurt zag de Turkije-top als de kroon op zijn voorzitterschap. Vóór het nee tegen de Europese grondwet in 2005 had de Nederlandse regering weinig bezwaren tegen uitbreiding van de EU. Bovendien waren twee sleutelfiguren in de Nederlandse diplomatie – minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot en diens directeur-generaal politieke zaken Pieter de Gooijer – Turkije gunstig gezind.

Nederland kon Amerikaanse diplomatieke hulp goed gebruiken, met name om de Turken te beïnvloeden. Turkije onderhandelde met de EU over de voorwaarden voor de opening van toetredingsonderhandelingen. Regelmatig vroeg de Amerikaanse ambassade tijdens het Nederlandse voorzitterschap hoe de VS behulpzaam konden zijn.

Twee maal vroeg de Nederlandse regering zelf om Amerikaanse assistentie. Nederland zag in november, een maand voor de top, „problemen opkomen met Griekenland en Cyprus” en vroeg de VS om hulp „op twee specifieke manieren”, aldus een ambtsbericht. Ten eerste dreigde een dispuut tussen EU-lid Griekenland en Turkije over het luchtruim boven de Egeïsche Zee de top te verstoren. De Nederlanders vroegen de Amerikanen om de Turken te bewegen tot een soepeler opstelling. Ook vroeg Nederland aan de VS om bij Ankara aan te dringen op „directe contacten met de Grieks-Cyprioten”. De nieuwe EU-lidstaat Cyprus eiste diplomatieke erkenning van Turkije – iets waartoe de Turken tot op heden niet bereid zijn.

Overigens drong Den Haag er bij de Amerikanen op aan om de stille diplomatie niet gepaard te laten gaan met publieke inmenging in de contacten tussen de EU en Turkije. Rob Swartbol, raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken, zei in september tegen de Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel dat de VS de „gevoeligheid van deze zaak in de EU” onderkennen. De uitspraken van Bush hadden tot grote irritatie geleid van met name de Franse president Chirac.

Uiteindelijk besloten de EU-leiders op de top in december om onderhandelingen te beginnen met Turkije. In mei 2005 bedankte Atzo Nicolaï, staatssecretaris van Europese Zaken (VVD), de Amerikanen voor hun „stille maar essentiële diplomatie tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap om Turkije aan tafel te krijgen”, aldus een ambassadebericht.

Tijdens de zeer gespannen EU-top, waarbij ook de Turkse premier Erdogan aanwezig was, leunde premier Balkenende sterk op andere Europese leiders, zo blijkt uit de diplomatieke post. Topambtenaar De Gooijer vertelt daags na de top aan de Amerikaanse ambassade dat de hulp van onder meer de Britse premier Blair cruciaal was. De Gooijer beschrijft hoe Blair – op verzoek van Balkenende – in zijn auto sprong om Erdogan terug te halen uit zijn hotel, waar hij boos heen was vertrokken om een „dodelijke persconferentie” te geven.

Na de top was Balkenende volgens De Gooijer „zeer boos” en „beledigd” over de behandeling door Erdogan en zijn delegatie. Erdogan onderhandelde keihard en toonde daarna nauwelijks dankbaarheid voor de inspanningen van Balkenende.

De Amerikaanse ambassadeur Sobel spreekt in een evaluatie van het voorzitterschap vol lof over de „uitgebreide contacten” met de Nederlanders. „De Nederlanders brachten de regering van de VS vaak op de hoogte van problematische ontwikkelingen in EU-ministerraden en boden openingen voor Amerikaanse interventie”.

Bijzondere lof hadden de Amerikanen voor staatssecretaris Nicolaï („een echte politieke overlever”) en voor minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot (CDA). Bot blonk volgens Sobel uit door zijn „talent om trans-Atlantische doeleinden te verpakken in Europees gezinde taal”. Op beslissende momenten koos hij voor „de trans-Atlantische agenda”, ondanks bezwaren van Europese partners.

Dat was met name het geval toen opheffing van het EU-wapenembargo tegen China op de agenda stond. Dit was een wens van Frankrijk en Duitsland, waartegen de VS zich toen – en nog steeds – fel tegen verzetten.

Omdat Nederland EU-voorzitter was, meende het aanvankelijk dat het neutraal moest blijven in de gevoelige kwestie. Maar „vroege en actieve  Amerikaanse inzet” – onder meer van Bots collega Powell – zorgde ervoor dat Bot uiteindelijk de „macht van het voorzitterschap gebruikte” om opheffing te voorkomen, aldus ambassadeur Sobel.

Wat daarbij volgens een andere ambassademedewerker hielp was Bots „voelbare ergernis” over de Franse lobby om het embargo te beëindigen. Bot drukte de Amerikanen op het hart om president Chirac vooral niet te „belonen” met een bezoek door de net in november 2004 herkozen president Bush.