Voor Egypte is dit zeer zeldzaam

In Kairo vochten opnieuw duizenden demonstranten tegen de politie.

Belangrijk is nu of de betogers de straat in handen weten te houden.

Is nu een ‘Tunesië-moment’ in Egypte aangebroken? De Egyptische politie sloeg de afgelopen dagen met rubberkogels, waterkanonnen en traangas duizenden betogers tegen het autoritaire regime van Hosni Mubarak uiteen. In Kairo en verscheidene andere steden hadden zeldzame protesten plaats tegen armoede en werkloosheid, corruptie en onderdrukking. Geïnspireerd door de opstand in Tunesië, die leidde tot het vertrek van president Zine al-Abidine Ben Ali, hadden activisten dinsdag uitgeroepen tot ‘Dag van Woede’. Er vielen zeker drie doden – twee activisten en een politieman – en 250 gewonden. Maar gisteren gingen in Kairo en Suez opnieuw duizenden mensen de straat op om te proberen hun leiders weg te krijgen.

Veel hangt nu af van het vermogen van Mubaraks opposanten om de straat in handen te houden. De grootste oppositiebeweging, de fundamentalistische Moslimbroederschap, zou de doorslag kunnen geven door haar grote aanhang de straat op te sturen. Maar deze hield zich tot dusverre juist afzijdig van de protesten. Net als de regering heeft de organisatie een afkeer van chaos.

Gisterochtend was het in Kairo en elders weer rustig, maar betogers kondigden al vroeg in de ochtend nieuwe demonstraties aan.

Om dat te verhinderen blokkeerden de autoriteiten de toegang tot Twitter, het onlinenetwerk dat de activisten dinsdag als de oude stencilmachine gebruikten om demonstranten op straat te krijgen en van minuut-tot-minuut instructies te geven hoe ze de politie konden omzeilen. De regering waarschuwde tegelijk dat ze geen „provocerende bewegingen of protestbijeenkomsten of marsen of demonstraties” meer zou dulden.

Hoeveel mensen inmiddels de straat op zijn gegaan om hun afkeer van het bijna dertig jaar oude regime van de 82-jarige ‘tiran’ Mubarak te uiten en een aanzet tot zijn val te geven, is niet bekend. Internationale persbureaus hielden het dinsdag op tienduizenden, van wie zo’n 15.000 in Kairo. In de hoofdstad hielden duizenden betogers tot diep in de nacht het centrale Tahrir-plein bezet. Maar uiteindelijk greep een grote politiemacht in die het plein met traangas bestookte en betogers de zijstraten injoeg.

Gisteren vochten in Kairo opnieuw duizenden demonstranten tegen de massaal ingezette politie.

In totaal zijn volgens de autoriteiten in het hele land meer dan 800 betogers gearresteerd. Ze voegden daaraan toe te verwachten dat verdere arrestaties volgen op basis van video-opnamen van de politie.

Dergelijke protesten in Egypte zijn zeldzaam, maar niet nieuw. Betogingen tegen de gestegen voedselprijzen in 2008 in verscheidene steden liepen ook snel uit op protesten tegen het regime van duizenden betogers die portretten van Mubarak van de muren scheurden. Maar ze werden na een paar dagen gesmoord door de inzet van een overmacht aan politie. De talrijke kleinere protesten tegen de repressie worden ook steevast op deze manier beëindigd. Maar het voorbeeld van Tunesië heeft de demonstranten nieuwe moed gegeven. „We willen verandering, net als in Tunesië”, riepen ze.

Net als in Tunesië heeft Egypte een heel jonge bevolking – 60 procent is jonger dan 30 jaar. De werkloosheid bedraagt 10 procent; 90 procent van hen zijn jongeren. Het regime is oud en de repressie groot – de laatste verkiezingen, in het najaar, werden dusdanig gemanipuleerd dat nog alleen aanhangers van Mubarak in het parlement zijn vertegenwoordigd. De stijgende voedselprijzen vormen overal een probleem.

Maar de Egyptische bevolking is minder hoog opgeleid dan de Tunesische – ongeveer een derde deel is analfabeet – en de internetdichtheid is geringer. Egypte telt 17 miljoen aansluitingen op in totaal 80 miljoen inwoners, Tunesië 3,6 miljoen op 10 miljoen. En het leger staat veel dichter bij het regime dan in Tunesië het geval was.

Sommige passanten in Kairo vroegen zich af wat een paar duizend betogers in een stad van 18 miljoen konden uithalen. Maar de schrijver Alaa al-Aswany, een opposant van het regime, betwistte dat: „Deze jonge mensen hebben bewezen dat ze krachtig kunnen opkomen voor hun rechten.”

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, riep de regering-Mubarak intussen op vreedzaam protest toe te laten. De Amerikaanse regering zit met een groot dilemma. Al haar bondgenoten in de Arabische wereld zijn leiders-op-leeftijd die alleen door onderdrukking van burgerlijke vrijheden aan de macht kunnen blijven. Maar durven de Amerikanen namens hun Israëlische vrienden te riskeren dat er in plaats van de Ben Ali’s en Mubaraks overal moslimfundamentalisten aan de macht komen?