Verkiezingen in ’71 waren dan ook ongrondwettig

Voorpaginanieuws op 26 januari: ‘Statenverkiezingen zijn ongrondwettig.’ Deze kwalificering komt van niemand minder dan van een staatsrechtgeleerde van de Rijksuniversiteit Groningen, professor D.J. Elzinga. „Tienduizend kiezers op Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben geen invloed op de samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer” die immers getrapt gekozen wordt via de leden van Provinciale Staten van alle twaalf provincies. Die eilanden zijn wel Nederlandse gemeentes maar niet bij een provincie ingedeeld. Hun kiezers doen daardoor niet mee voor de Eerste Kamer.

Lees ‘Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders’ (OLZIJP). Dan bent u in 1971, toen precies hetzelfde gebeurde met tienduizend kiezers in het Europese deel van het Koninkrijk. Ik woonde ook toen in Lelystad in dat OLZIJP, onze kinderen en enkele honderden anderen zijn geboren in dat ‘openbaar lichaam’ (voor altijd zo in hun paspoort). Wij hadden toen ook geen kiesrecht voor Provinciale Staten want we waren ook niet provinciaal ingedeeld. We waren zelfs geen gemeente zoals nu wel het geval is met de drie eilanden.

Miraculeus was dat ik in dat jaar wel zelf gekozen werd in de Eerste Kamer en dus zelf als nieuw lid in mijn maidenspeech op de merkwaardigheid kon wijzen dat ik geen stemrecht had kunnen uitoefenen om tot de keuze van die Eerste Kamer te komen, maar wel door Statenleden in het land tot lid gekozen was. Geen staatsrechtgeleerde in de Kamer die er toen op wees dat de verkiezing zelve of mijn aanwezigheid in de Kamer ‘ongrondwettig’ was. De Commissie voor de Geloofsbrieven zag geen obstakels voor mijn beëdiging.

Heeft zo’n gebeurtenis nu geen precedentwerking? Vervalt daardoor niet de basis onder de redenering van de hoogleraar? De Statenverkiezingen 2011 zijn grondwettig. Ik kan nu wel mijn stemrecht uitoefenen en opnieuw gekozen worden, nu als 50PLUS senator.

Michel van Hulten

Lelystad