Ultieme daad van verzet voor armen

Een zelfverbranding lag aan de basis van de Tunesische opstand en kreeg navolging in de hele regio. Maar in het brandwondencentrum van Tunis is dit niets nieuws.

Het is één ding om jezelf in brand te steken en zo een opstand uit te lokken die een dictatuur ten val brengt. Maar wat als je precies hetzelfde deed als Mohammed Bouazizi in Sidi Bouzid en er was niemand die het opmerkte?

Op 6 januari greep de 30-jarige Hosni Kaleyah een jerrycan benzine. Hij trok naar het plein voor het station van Kasserine en stak zichzelf in brand. „Hij had gehoord wat Mohammed Bouazizi had gedaan”, zegt zijn moeder in de Cité Essalam. „Hij zag geen andere uitweg meer.”

Kalayeh had vergeefs geprobeerd om de gouverneur te spreken met het oog op een baan bij het plaatselijk transportbedrijf. Keer op keer was hij weggestuurd; de laatste keer had de politie hem afgeranseld. „Hosni was de oudste zoon. Het woog zwaar op hem dat hij niet in staat was om de familie te onderhouden.”

Kalayehs moeder kan er nog trots op zijn dat de daad van haar zoon een rol gespeeld heeft bij de rellen in Kasserine en het nabije Thala, vanwaar de familie afkomstig is. Al zijn de meningen daarover verdeeld: slechts weinig mensen in Kasserine zijn op de hoogte van zijn wanhoopsdaad. Nog minder mensen weten dat ene Mohammed Masala al op 24 december zichzelf in brand stak in Kasserine.

Kalayah en Masala zijn twee van de vijf gevallen van opzettelijke zelfverbranding die momenteel verzorgd worden in het brandwondencentrum van het Ben Alous-ziekenhuis in Tunis. Voor dokter Amenallah Messaadi zijn opzettelijke zelfverbrandingen niets nieuws. „Het enige verschil is dat ze tevoren niet in de media kwamen”, zegt Messaadi in zijn kantoor op de vierde verdieping van het ziekenhuis, waar ook Mohammed Bouazizi zijn laatste dagen doorbracht.

Opmerkelijk is dat de dienst van Messaadi reeds in 1998 een studie uitbracht waarin 94 gevallen van zelfdoding door vuur werden geanalyseerd. „Het gaat telkens om werklozen of laaggeschoolde arbeiders die in moeilijke omstandigheden leven. Deze gewelddaad is synoniem met een weigering, met opstandigheid, met contestatie”, stelt het rapport.

De statistieken tonen bovendien een opmerkelijke trend: daar waar vroeger vooral vrouwen tot zelfverbranding overgingen had er omstreeks 1994 een kentering plaats. Nu zijn het bijna uitsluitend jongemannen. Dokter Messaadi heeft daar niet meteen een verklaring voor. Wel zegt hij te weten waarom die jongemannen voor de vreselijke methode van zelfverbranding kiezen.

„Het is treurig maar als jongemannen uit arme milieus kiezen voor zelfverbranding dan is dat vaak omdat ze zich geen medicijnen kunnen veroorloven. Petroleum daarentegen is altijd binnen handbereik omdat veel arme gezinnen er zich mee verwarmen.”

Elk geval van zelfverbranding is specifiek, zegt Messaadi. „Vaak zijn er al psychiatrische problemen aanwezig. Het gaat altijd om een impulsieve wanhoopsdaad. Af en toe is het ook een daad van verzet.”

Messaadi herinnert zich het geval van Abdessalem Trimech die zich op 3 maart vorig jaar in brand stak voor het gemeentehuis van Monastir. De politie had de kar in beslag genomen waarmee hij groenten verkocht, de enige bron van inkomsten voor zijn gezin. „Zijn geval was bijna identiek aan dat van Mohammed Bouazizi maar heeft niet hetzelfde effect gehad. Ik heb zijn moeder onlangs op televisie gezien: ze eiste meer aandacht voor haar zoon.”

Ook Hani Chamseddine in Metlaoui bleef onopgemerkt: hij stak zichzelf in brand op 19 november 2010 na vruchteloos werk te hebben gezocht en na verschillende mislukte pogingen om Europa te bereiken.

Messaadi: „Tja, hoe komt dat? Misschien is het omdat Abdessalem en Chamseddine bijna onmiddellijk overleden zijn, terwijl Bouazizi nog 17 dagen heeft geleefd? Daardoor was er meer tijd om hem tot mediaonderwerp te maken.”

Het fenomeen heeft ook meer aandacht gekregen door een reeks zelfverbrandingen elders in de Arabische wereld. In Algerije zijn er inmiddels acht van zulke gevallen geweest, in Egypte ruim een dozijn. Ook in Jemen stak een taxichauffeur zich gisteren in brand in de stad Sheikh Othman.

Is zelfverbranding als politieke daad een nieuw fenomeen in Tunesië of de Arabische wereld? „Het is relatief nieuw dat het op publieke plaatsen gebeurt”, geeft Messaadi toe. „En Algerije en Egypte hebben met Tunesië onder Ben Ali gemeen dat het landen zijn waar de mensen het beu zijn om altijd dezelfde problemen te hebben en altijd dezelfde gezichten te zien aan de top.”

Maar de vraag is of de zelfverbrandingen in Tunesië en elders wel zo politiek zijn geïnspireerd. Commentatoren wijzen in dit verband op de omstandigheid dat er geen aanwijzingen zijn dat ook maar een van hen afscheidsvideo's of afscheidsbrieven heeft achtergelaten voor ze zichzelf in brand staken.

Ook Messaadi waarschuwt tegen het toedichten van revolutionaire motieven aan de daders. „Mohammed Bouazizi kon niet meer praten toen hij hier lag. Maar ik betwijfel dat hij ook maar één moment heeft gedacht dat zijn daad zulke grote gevolgen zou hebben. Wat hij gedaan heeft, was een pure wanhoopsdaad als reactie op een systeem waar hij niets tegen vermocht.”