Uitknop van gen bepaalt sociaal gedrag

Voor het eerst is een gen ontdekt dat het sociale gedrag verandert als de van de vader geërfde genkopie wordt stilgelegd. Muizen waarbij dat gebeurt, winnen vaker conflicten en plukken kooigenoten kaal.

Dit sociale gedrag is het gevolg van inprenting (of: imprinting) van het gen dat van de vader is geërfd. Dat vaderlijke gen staat dan altijd ‘uit’. Het gedrag wordt dus niet door een genmutatie bepaald, maar doordat het gen in een regelproces wordt uitgeschakeld.

Inprenting is de afgelopen jaren bekend geworden als een belangrijk mechanisme dat het aan- en uitschakelen van genen sterk beïnvloedt. Op de eigenschappen van een individu heeft het misschien wel net zo veel invloed als genmutaties en variaties die in de genen verankerd liggen. Het wetenschapsgebied heet de epigenetica. Inprenting is het actiefst rond de bevruchting en in de embryonale ontwikkeling.

Ieder zoogdier leeft met twee kopieën van hetzelfde gen. Een is geërfd van de vader, de ander van de moeder. Meestal gaan beide genen ‘aan’ als het eiwit waar het gen voor codeert nodig is. Maar bij ongeveer 1 op de 100 genen is het vader- of moedergen blijvend uitgeschakeld.

In het tijdschrift Nature dat vandaag uitkomt, schrijven Britse onderzoekers hoe muizen waarbij de van de vader geërfde kopie van het gen Grb10 is uitgeschakeld, vaak dominant gedrag vertonen. Als de dieren in een experiment met een vreemde soortgenoot worden geconfronteerd, gaan ze vaak het conflict aan en winnen dat meestal. En in kooien met meer muizen lopen meer kaalgeplukte dieren rond als bij één van hen dit vadergen is uitgeschakeld. Het is het gevolg van te fanatiek ‘vlooien’ door het dominante dier.

Niet alleen de vondst van een gen dat door inprenting het sociaal gedrag van volwassen dieren bepaalt was uniek aan dit onderzoek. Er was een nog fundamenteler resultaat: het gen van de moeder heeft een andere functie dan dat van de vader. Het moedergen is vanaf het begin van de zwangerschap actief in vrijwel het hele lichaam. Het wordt laat in de zwangerschap ‘uitgezet’. De vaderkopie wordt een paar dagen daarvoor actief, maar alleen in de hersenen en het ruggemerg. En het veroorzaakt sociale dominantie als het weer ‘uit’ wordt gezet. Regeling van sociale dominantie kan nuttig zijn als een muizenpopulatie kleiner of groter wordt.