Sterke euro geen reden voor optimisme

Europese functionarissen weten niet goed of ze blij of bezorgd moeten zijn. De euro wordt met de dag sterker en is dit jaar al 2,4 procent gestegen ten opzichte van de dollar, na een waardedaling van bijna 7 procent in 2010.

Sommige leiders van eurozonelanden zien dit graag als een teken dat de markten zijn opgehouden zich zorgen te maken over de risico’s van nog meer betalingsproblemen als gevolg van de schuldencrisis. Anderen zijn bezorgd dat een sterkere munt de groei zal ondermijnen, die door het Internationale Monetaire Fonds toch al op een bescheiden niveau van 1,5 procent voor de eurozone als geheel wordt ingeschat.

Maar zowel de hoop als de zorgen zijn overdreven. In de eerste plaats is de stijging van de eurokoers relatief. Tegenover de dollar staat de munt nog steeds 14 procent lager dan het historische hoogtepunt uit 2008 en 6 procent lager dan de piek van vorig jaar, voordat de schuldencrisis toesloeg in de periferie van de eurozone. Het kan dus net zo goed gaan om een verzwakking van de dollar als om een versterking van de euro. De koerswinst van de gemeenschappelijke munt ten opzichte van het Britse pond is bijvoorbeeld slechts de helft van die ten opzichte van de dollar.

In de tweede plaats zou het dwaas zijn als de markten denken dat de schuldencrisis van de eurozone voorbij is, ondanks dat de recente obligatieveilingen de ergste zorgen hebben weten weg te nemen. Portugal blijft bijvoorbeeld een probleemgeval. Het land heeft te maken met stijgende schuldenlasten en een krimpende economie. De markten kunnen echter vertrouwen putten uit de vastberadener aanpak van de schuldencrisis door de leiders van de eurolanden. De politieke leiders hebben er voor gekozen om over een paar weken met een veelomvattend hervormingsplan te komen, in plaats van lukraak te reageren op de laatste geruchten in de markt. Maar dit heeft bij de handelaren op de valutamarkten slechts een flauwe glimlach op het gezicht getoverd.

In de derde plaats is het waarschijnlijk dat de inflatie in de eurozone laag zal blijven. De markten zijn gaan beseffen dat ze de uitspraken van voorzitter Jean-Claude Trichet op 13 januari verkeerd hebben begrepen, toen hij zei dat de Europese Centrale Bank (ECB) de inflatie nauwlettend in de gaten zou blijven houden. Die opmerkingen werden als ‘hard’ geïnterpreteerd - maar analisten hebben de passage over het hoofd gezien waarin hij zijn vertrouwen uitsprak dat de ECB de doelstelling van minder dan 2 procent inflatie in 2011 zou halen.

Dit betekent niet dat de ECB de rente niet zal verhogen. Maar het betekent wel dat het nog lang niet zeker is dat dit ook werkelijk zal gebeuren.

Pierre Briançon

Vertaling Menno Grootveld