Stadsdelen weg kost 100 mln

Als Amsterdam zijn stadsdelen verliest, kost dat jaarlijks 100 miljoen euro. De afschaffing van die bestuurslaag zou alle doelmatigheidsoperaties van de afgelopen decennia tenietdoen.

Dit concludeert de Raad voor de Stadsdeelfinanciën in een gisteren gepubliceerd rapport. De regering wil de stadsdelen in Amsterdam en de deelgemeenten in Rotterdam opheffen. De gevolgen zullen voor Rotterdam minder groot zijn dan voor Amsterdam, doordat in de havenstad minder overheidstaken zijn gedecentraliseerd.

Amsterdam deelde zichzelf twintig jaar geleden op in veertien stadsdelen, elk met een eigen politiek bestuur, stadskantoor en ambtelijke dienst. De stadsdelen moesten niet alleen de lokale democratie en dienstverlening vergroten, maar ook kosten besparen. „Elk stadsdeel krijgt een pot geld en niet meer dan dat”, licht een gemeentewoordvoerder toe.

Bij de operatie zijn in twee decennia ook grote en logge gemeentediensten opgeheven of gedecentraliseerd. Stadsdelen gaan daardoor niet alleen over paspoorten maar ook over verbouwingen, jeugdzorg, spijbelen, werk en inkomen en maatschappelijk werk. Alles bij elkaar is Amsterdam daardoor structureel 100 miljoen euro per jaar minder gaan uitgeven.

Het opnieuw centraliseren van de diensten maakt een einde aan deze besparing. Amsterdam kan ervoor kiezen om, net als in Den Haag, te werken met ambtenaren aan de top van gedecentraliseerde diensten. Ambtenaren zijn echter duurder dan politici, blijkt uit ander onderzoek, en die constructie leidt tot meer verspilling. Dat komt doordat de huidige rem op de uitgaven – politiek bestuur krijgt een vast bedrag – dan helemaal wegvalt.