Sleebelletjes bij Masur

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Kurt Masur. 26/1 Concertgebouw A’dam. Herh. 27, 28/1. ***

Kurt Masur (83) is gelauwerd, maar rust niet. De beroemde dirigent – hij had vaste betrekkingen in Leipzig, New York, Londen, Parijs – leidde het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) de laatste jaren vooral in groot 19de-eeuws repertoire, maar brengt nu een excentriek concert vol orkestrale gedaanteverwisselingen.

Benjamin Britten schreef zijn Simple Symphony – een Brits understatement – voor strijkorkest. Masur benadrukte het frisse karakter, maar hield ook controle over een volle klank. Die combinatie van jeugdig en gespierd tekende ook Prokofjevs Eerste symfonie, voor een klassieke bezetting à la Haydn. Daarna deed Hindemiths Konzertmusik opus 50 (1930) opeens volvet aan, met koperblazers en strijkers die de dialoog zochten (en niet altijd vonden).

De krachten werden gebundeld in Moesorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling. Van dit pianowerk bestaan 37 orkestversies. Masur koos niet de bekende van Ravel, maar Sergej Gortsjakovs donkerder variant uit 1955. Die heeft de reputatie Russisch en rauw te zijn, maar klinkt soms ook logger en bombastischer. Zo begint De Grote Poort van Kiev met vol arsenaal, waar Ravel de strijkers nog even bewaart. Subtieler kan het toch ook; te midden van massief klokgelui trekt opeens een arrenslee voorbij.

Het orkest moest eraan wennen, Masur liet de overgangen ook nog wat stroef verlopen. Maar mooie soli en rake sfeerschetsen bieden perspectief voor vanavond en morgen.