Prosecco, dans en onvolmaakte openingsfilm

Het Internationaal Film Festival Rotterdam pakt flink uit: veertig locaties en ruim zeshonderd uur film. „Diepte en schaal kunnen samengaan.”

Bij de opening van het Internationaal Film Festival Rotterdam in De Doelen is het prosecco drinken, een openingsfilm zien, klagen over prosecco en openingsfilm, daarna rondkijken en dansen. Zo is het ook bij de veertigste editie, waar een nieuwkomer, staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra, met mild gejoel werd ontvangen.

Rotterdam pakt dit jaar uit met een XL-editie op veertig locaties en ruim zeshonderd uur aan film. Vanaf het scherm staken arthousehelden als Jim Jarmusch, Michael Haneke, Abbas Kiarostami en de Thaise Gouden Palmwinnaar Weerasethakul de loftrompet over Rotterdam. Van een paar duizend verkochte kaartjes tot 358.000 in veertig jaar, aldus festivaldirecteur Rutger Wolfson – Rotterdam vormt het levende bewijs dat ‘scaling up’ niet per definitie ‘dumbing down’ betekent. „Diepte en schaal kunnen samengaan.”

Na zijn welkom kondigde de festivaldirecteur een initiatief aan om dreigende bezuinigingen op cultuur voor te zijn: het Prins Bernard Cultuurfonds gaat een fonds beheren waarin ‘mecenassen’ jaarlijks minimaal driehonderd euro kunnen storten: het Tiger Film Mecenaat. Dat fonds moet ‘bijzondere filmprojecten’ van het festival steunen: de notariële aktes die de giften deels aftrekbaar maken voor de belasting werden bij de deur uitgedeeld. Het betreft eerder crowdfunding dan sponsoring: voor grote donors is nog geen tegenprestatie bedacht.

Volgens Wolfson draait alles in de filmwereld op dit moment om financiering en distributie. Vorig jaar startte Rotterdam Cinema Reloaded, een experiment om films via crowdfunding te financieren: de eerste vruchten daarvan zijn komend weekeind te zien.

En toen was het tijd voor de opening: Wasted Youth van Argyris Papadimitropoulos en Jan Vogel, een film uit de Tijger Competitie voor debuten en tweede films. Een opening in Rotterdam is bijna per definitie een jonge, onvolmaakte film, zoals de slotfilm een grote publieksfilm is: dit jaar de zevenvoudig Oscarkandidaat The Fighter, nadat een andere Oscarfavoriet, The King’s Speech, op de valreep werd teruggetrokken. Zo krijgt de ‘sandwichformule’ van Rotterdam gestalte: ruimte voor experiment én een actueel overzicht van het beste in de wereldcinema.

Wasted Youth gaat over wat voorafgaat aan verwoestende jeugdrellen zoals Frankrijk of Griekenland die recent hebben gekend. De film is niet zonder gebreken of clichés – zo is crisis wel vaker gesuggereerd door een skater in een leeggelopen zwembad – maar toch tamelijk fris. Als de camera in een snikheet Athene de zestienjarige, zorgeloze skater Harry en de uitgebluste politieagent Vasili in hun dagroutine volgen, groeit het besef dat ze elkaar later op een onprettige wijze zullen tegenkomen. Dat gevoel van naderende doem geeft deze kleine, naïeve maar heldere film suspense: Wasted Youth zal beter beklijven dan de ambitieuze, maar doffe Koreaanse opening van vorig jaar.

Maar nadat de Griekse delegatie van zo’n vijftig man een genereus applaus had gekregen, viel er in de wandelgangen weinig opbeurends meer over de film op te tekenen. „U bent de eerste die er iets aardigs over zegt”, aldus de garderobedame. Dat Halbe Zijlstra de film wel leuk vond, zal ook helpen.