'Probleem is, Sahar is niet uniek genoeg'

Het Afghaanse meisje Sahar woont 10 jaar in Nederland. Maar de minister vindt niet dat ze daarom mag blijven. Hij gaat in beroep tegen een uitspraak van de rechter.

De 14-jarige gymniaste Sahar Hibrahim Ghel wil in Nederland blijven. Foto Pepijn van den Broeke Leeuwarden 20101130. Sahar Hibrahim Ghel (14) uit Afghanistan. Sahar woont sinds 10 jaar in Sint-Anna Parochie en gaat naar school op het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. Zij wordt nu bedreigd met uitzetting naar Afghanistan door de Immigratie- en Naturalisatiedienst .

De 14-jarige Sahar Hibrahim Ghel en haar familie moeten misschien toch terug naar Afghanistan. Minister Gerd Leers (Asiel, CDA) gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in Den Bosch, die bepaalde dat de familie zo lang in Nederland woont, dat de kinderen hier geworteld zijn. Het gezin vreest een terugkeer naar Afghanistan, omdat de kinderen verwesterd zijn.

Waarom gaat u in beroep?

„Ik snap goed dat veel mensen zeggen: een kind dat hier al meer dan 10 jaar is, helemaal ingeburgerd, is er eentje van ons geworden, je mag haar niet zomaar terugsturen naar een land als Afghanistan. Gebruik nou je discretionaire bevoegdheid. Het probleem is dat de omstandigheden daarvoor niet uniek genoeg zijn. Ik kan niet anders doen dan wat ik nu doe.

„Eigenlijk moet niet het verblijf van het meisje ter discussie staan, maar de gang van zaken in asielprocedures. Het is toch te gek voor woorden dat iemand hier 10 jaar kan procederen, herhaalde malen een vergunning geweigerd krijgt, en omdat ze hier dan heel lang zit, toch niet terug kan omdat ze anders haar persoonlijkheid verloochent. Dat zegt de rechter hier. Ik begrijp dat hij het belang van het kind vooropstelt, maar daar kan ik mij niet zomaar bij neerleggen. Het gaat voorbij aan de verantwoordelijkheid van de ouders, en aan wat het betekent voor alle andere meisjes in deze situatie.”

U vreest precedentwerking?

„Er zijn momenteel 400 Afghaanse meisjes en hun gezinnen in vergelijkbare omstandigheden nog in procedure, 70 daarvan zaten hier al voor 2003. Van 300 meisjes met gezin die al zijn uitgeprocedeerd, weten we niet waar ze zijn. De rechter formuleert een algemene stelling over waarom Sahar mag blijven. Ik wil daar meer over weten, want die uitspraak moet ik dan ook toepassen bij andere Afghaanse meisjes. Wanneer ben je verwesterd, hoe lang duurt dat, moet je daarvoor dromen in het Nederlands?”

U legt de verantwoordelijkheid bij de familie. Het is toch logisch dat ze van alle rechten gebruik maken die de asielwet hun geeft? Daar kunt u ze toch niet voor straffen?

„Je zou je kunnen afvragen: wiens verantwoordelijkheid is het dat die procedures zo lang zijn? Wij hebben die mogelijkheid gecreëerd. Het is hun goed recht om tot in de laagste kiertjes te zoeken naar hun gelijk. Maar er zijn ook mensen die misbruik maken van het systeem. Daar kan de overheid niet verantwoordelijk voor zijn.”

Heeft de familie van Sahar misbruik van het systeem gemaakt?

„Dat woord wil ik hier niet gebruiken. Ze waren uitgeprocedeerd. Ze hadden een vertrekplicht. Toen zijn ze weer met een procedure begonnen. Zij zijn iedere keer tegen een beslissing ingegaan die toch helder was. Als zij het rekken, dan kunnen ze de overheid daarvoor niet verantwoordelijk stellen.”

De familie zegt dat ze hier zo lang zijn vanwege de overheid. De Immigratiedienst deed drie jaar over het onderzoek in het eerste hoger beroep, en drie jaar over het besluit in de tweede procedure.

„Drie jaar is wel lang, daar ben ik het mee eens. Maar dat was in 2004, nu is het 2011. We moeten zorgvuldig onderzoek doen naar de beweringen van de familie, er moet gekeken worden naar de omstandigheden ter plaatse. Dat kost tijd. Vergeet niet, de rechter heeft de overheid twee keer in het gelijk gesteld. En daarna zijn ze weer gaan procederen. Ik leg niet zomaar alle schuld bij de familie, maar het is te simpel om te zeggen dat de schuld bij de overheid ligt.

„We willen streng maar rechtvaardig zijn. Voor mensen die echt in nood zijn, zetten we alles opzij. Tegen hen zeggen we: komt u maar. Maar er is strengheid nodig om te voorkomen dat andere mensen daar gebruik van maken. Nu is er een rechter die zegt: het is terecht dat u bent afgewezen, maar omdat uw kinderen zo lang in Nederland zijn, mag u toch blijven. Als ik dat als algemene regel moet hanteren, ontstaat er een perverse prikkel om het verblijf te rekken. Je wilt zorgvuldig zijn, de tijd nemen, maar als je dat doet, steek je een mes in je eigen rug. Dat kan nooit de bedoeling zijn.”

Als u sneller wilt werken om dit soort situaties te voorkomen, dreigt de zorgvuldigheid in gevaar te komen. Hoe lost u dat op?

„Ik kom binnen drie weken met een pakket maatregelen voor aanpassing van de procedure. Daarin is zorgvuldigheid een hoofdingrediënt. Straks laten we in het begin alles meewegen, in plaats van steeds achter elkaar deeltjes van het verhaal te beoordelen.”

Dat lijkt erg op de voorstellen die al jarenlang in Den Haag circuleren.

„Het is toch te gek dat we er zo lang mee bezig zijn. Ik ben stomverbaasd dat we het zo hebben ingericht, dat we een systeem hebben waardoor dit kan. Dat ga ik zeker veranderen.”