Pensioenfondsen hersteld, maar pensioencrisis niet voorbij

Foto Vincent Mentzel / NRC

De pensioenfondsen krabbelen weer op, na het diepe dal van afgelopen zomer. Toch is de pensioencrisis nog allerminst voorbij. Alleen ABP slaagde erin, als enige van de vijf grootse pensioenfondsen, zijn financiële positie licht te verbeteren.

De fondsen zijn de crisis van augustus vorig jaar weer te boven, maar per saldo staan ze er slechter voor dan vorig jaar. Dat blijkt uit de rendementscijfers van de vijf grootste pensioenfondsen. Dankzij stijgende beurskoersen op hun beleggingen en een gestegen rente liggen de fondsen op koers om hun dekkingsgraden te herstellen.

Stijgende levensverwachting
De pensioenen staan onder druk door de toegenomen levensverwachting van mensen. Daardoor moeten de pensioenfondsen extra geld opzij zetten om hun toekomstige pensioenuitkeringen te kunnen blijven voldoen.

ABP doet het goed
Alleen ABP, het pensioenfonds voor ambtenaren en leraren, staat er beter voor dan eind vorig jaar. De dekkingsgraad steeg van 104 procent vorig jaar, naar 105 procent nu. Dat is de minimale dekkingsgraad in Nederland. De fondsen voor werknemers in zorg en welzijn, in de metalektro, in de sector metaal en techniek en in de bouw, staan nog steeds op verlies ten opzichte van hun posities vorig jaar.

NRC-economieredacteur Menno Tamminga reageert op de pensioencijfers:

“Het is geen zinkend schip, maar de fondsen maken nog steeds water. Ze zijn nog steeds niet veilig. ABP doet het wel goed. Het fonds is hard in elkaar gekletterd, maar komt er ook hard weer uit.”

“Pensioen is niet meer de  goudgerande, altijd zeker toezegging van de werkgever uit de jaren zestig en zeventig. In het verleden is te weinig pensioen betaald. En dit is het prijskaartje van de welvaart” - Menno Tamminga

Meer dan 90 procent van de werknemers spaart via zijn werkgever verplicht voor een pensioen  bovenop de AOW-uitkering.