Pensioenen in herstel, maar positie zwak

De pensioenwereld worstelt ondanks een spectaculair herstel in het vierde kwartaal van vorig jaar met een verslechterde financiële positie ten opzichte van eind 2009.

Dat blijkt uit de rendementscijfers van de vijf grootste pensioenfondsen. De belangrijkste boosdoener bij het herstel is de noodzaak om extra geld opzij te zetten voor het feit dat Nederlanders langer leven. Alle vijf grote fondsen hebben de pensioenen voor dit jaar bevroren.

ABP, het grootste pensioenfonds, dat voor ambtenaren en leraren werkt, wist als enige van de vijf grote fondsen zijn financiële positie licht te verbeteren. De vier andere, het fonds voor zorg en welzijn en de fondsen in de metalektro, in de sector metaal en techniek en in de bedrijfstak van de bouw kampen met een slechtere positie dan een jaar geleden.

Meer dan 90 procent van de werknemers spaart via zijn werkgever verplicht voor een pensioen bovenop de AOW-uitkering.

De pensioenfondsen boekten vorig jaar dankzij de stijgende beurskoersen op hun beleggingen sterke rendementen, met 13,5 procent als uitschieter voor ABP. De pensioenwereld profiteerde in het vierde kwartaal ook van de stijgende rente die de waarde drukt van de pensioenverplichtingen.

Maar zij moeten allemaal extra geld reserveren voor het feit dat mensen langer leven.

Het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid staat er het beste voor gemeten naar de verhoudingen tussen de waarde van beleggingen en verplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad. Het bouwfonds heeft een dekkingsgraad per eind 2010 van 107 procent: tegenover elke pensioen-euro staat 1,07 euro aan beleggingen. Fondsen moeten minimaal 105 procent hebben. ABP heeft 105, het Pensioenfonds Zorg & Welzijn staat op 104 procent, en het pensioenfonds Mentaal & Techniek en het fonds van de Metalektro staan elk op 96 procent.