Nieuw vredesproces nodig na Palestine Papers

De Palestijnen geven veel te veel weg in de onderhandelingen over vrede. Zelfs dan is Israël niet bereid tot concessies. Laat Israël daar niet langer mee wegkomen, betogen Mouin Rabbani en Martin Siepermann.

Je zou kunnen denken dat de Palestine Papers – meer dan 1.600 vertrouwelijke, Palestijnse documenten die onlangs zijn uitgelekt via de Arabische satellietzender Al-Jazeera – niet al te veel nieuws bevatten over het doen en laten van het Palestijnse leiderschap.

Op hoofdlijnen was al bekend dat Palestijnse leiders, onder aanvoering van president Abbas, de afgelopen jaren aanzienlijke concessies hebben geboden in de zoektocht naar een oplossing voor het conflict met Israël; dat ze de Hamas-beweging beschouwden als hun voornaamste vijand en de Israëlische bezetter als een partner in de strijd tegen Hamas; en dat de totale afhankelijkheid van westerse sponsoren, zowel financieel als politiek, dramatisch hun vermogen heeft uitgehold om op te komen voor de Palestijnse rechten en nationale belangen.

Toch is het van groot belang dat de documenten, waarvan de authenticiteit lijkt vast te staan, in de openbaarheid zijn gekomen. Hun relevantie is dat zij een unieke inkijk geven in het diplomatieke schouwspel dat ‘vredesproces’ wordt genoemd. Ze laten zien in welke mate het gedrag van de voornaamste deelnemers aan dit proces gecorrumpeerd is geraakt.

Aan Palestijnse kant tonen de documenten dat president Abbas en zijn gevolg, geplaagd door toenemende frustratie en wanhoop, het eigen volk systematisch hebben misleid over hun compromisbereidheid. Waar de publieke stellingnamen telkens principieel en strijdvaardig waren, werd Palestina bij wijze van spreken in de uitverkoop gedaan aan de onderhandelingstafel. Het al verzwakte vertrouwen van de Palestijnen in hun leiderschap en het vredesproces krijgt hierdoor de zoveelste dreun.

Aan de Israëlische kant ontstaat het beeld van leiders en onderhandelaars die handelen in de wetenschap dat zij aan alle touwtjes trekken en de – bijna – onvoorwaardelijke steun genieten van de Verenigde Staten. Het is glashelder dat Israël, alle retoriek ten spijt, het principe van Palestijnse zelfbeschikking en het doel van Palestijnse staatsvorming feitelijk blijft afwijzen en tegenwerken.

In het verleden klaagden Israëlische leiders steen en been dat zij geen „partner voor vrede” hadden. Dat was een slimme, retorische truc om de tegenstander politiek en publicitair in het defensief te drukken. De Palestine Papers maken duidelijk dat Israël zelf geen partner voor vrede is. Het wil de controle over de bezette gebieden en het Palestijnse volk niet opgeven. Hoe grensverleggend ook, letterlijk en figuurlijk, Israël aanvaardde geen enkel Palestijns aanbod.

De internationale gemeenschap heeft alle reden om te reflecteren op deze extreme onbuigzaamheid en fundamentele lessen te trekken uit de gelekte documenten.

De zo mogelijk belangrijkste les is daarbij besteed aan westerse landen, waaronder Nederland, die onverminderd blijven geloven dat de enige hoop op een oplossing schuilt in de helende kracht van de Amerikaanse diplomatie en die het mantra blijven verkondigen dat Israël alleen kan worden bewogen tot de teruggave van Palestijns land als het blijft gevrijwaard van internationale druk.

Dat is struisvogelgedrag. Het heeft niets opgeleverd. Het zal niets opleveren. De gelekte documenten laten zien dat het diplomatieke proces, dat wordt gemonopoliseerd door Amerika en dat Israël altijd ontziet, dient ter bestendiging, zo niet ter vergroting, van de enorme machtsongelijkheid tussen de bezetter en het bezette volk – het ultieme demasqué van het vredesproces.

Paradoxaal genoeg heeft dit proces een Palestijns leiderschap voortgebracht dat niet langer in staat is tot het uitonderhandelen van een oplossing die tegemoet zou komen aan de minimumvoorwaarden van het Palestijnse volk en daarmee uitvoerbaar zou zijn. Dan zwijgen we nog over de fundamentele rechten van de Palestijnen.

Anders gezegd – de aanhoudende druk op de Palestijnse leiders om alsmaar grotere concessies ten aanzien van kernvraagstukken als vluchtelingen, Jeruzalem, nederzettingen en veiligheidssamenwerking te doen, heeft een situatie gecreëerd waarin die leiders bereid zijn om meer af te staan dan de Palestijnen praktisch kunnen ontberen. Dat kan en zal natuurlijk niet werken.

Of zouden de drijvende diplomatieke krachten inmiddels, in samenspraak met Israël, zinspelen op een Palestijnse politiestaat, ontdaan van alle democratische franje, die met geweld een vredesregeling oplegt aan de eigen bevolking? Deskundigen en mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat die politiestaat al in opbouw is, met steun van westerse regeringen. Berichten in de Palestine Papers staven deze vrees.

Als nog hoop bestaat op een diplomatiek proces dat waarlijk positieve resultaten voortbrengt, zal het kader waarin tot nu toe is getracht het conflict op te lossen, moeten worden vervangen. Het alternatief voor dit failliete kader, geënt op het recht van de sterkste, ligt voor de hand – de toepassing van internationaal recht en relevante VN-resoluties, waaruit met niet al te veel moeite de parameters zijn af te leiden voor een duurzame vredesregeling op basis van twee staten.

Die benadering is niet eerder geprobeerd. Ze zou zomaar kunnen werken.

Mouin Rabbani en Martin Siepermann zijn respectievelijk bestuurslid en directeur van Stichting The Rights Forum.