Niet eens met Bart De Wever? Dan bent u een 'volksverrader'

Voor de partij van Bart De Wever is het nu of nooit met de opsplitsing van België. Het politieke klimaat wordt erdoor vergiftigd, betoogt Marc Reynebeau.

Illustratie Guillaume Van der Stighelen

Fans en tegenstanders – voorzitter Bart De Wever van de Nieuw Vlaamse Alliantie (N-VA) laat maar weinigen onverschillig. Dat is nog zacht uitgedrukt. De polarisering loopt hoog op, vooral in de retoriek. Daarin vallen vooral de fans op, zeker op internet, op blogs of op de forums van nieuwssites – en in de mail.

Wie in het publieke debat een mening ventileert die niet meteen met de N-VA-standpunten strookt, mag rekenen op een portie haatmails. Ze zijn het werk van wat hoofdredacteur Bart Sturtewagen van de Vlaamse krant De Standaard omschreef als „kletsmajoors die wat ze ontberen aan dossierkennis, ruimschoots compenseren met kwetsende verbale krachtpatserij”.

Het overkomt journalisten, columnisten, commentatoren en andere usual suspects, maar ook academici. Zo vernam hoogleraar Paul De Grauwe, specialist internationale financiën, laatst lichtelijk beduusd in zijn mailbox dat hij een „corrupt stuk onbenul” was. Hij had het gewaagd stellen dat een staatshervorming de Vlamingen niet noodzakelijk extra welvaart zal opleveren.

Daar begint alles. De Wever wil zijn grote overwinning bij de verkiezingen van juni vorig jaar verzilveren door België om te vormen en de deelgebieden veel meer autonomie te bezorgen. Dat willen overigens alle Vlaamse partijen, al stellen ze zich daarin gematigder op en delen ze niet het inzicht dat België uiteindelijk helemaal moet verdwijnen. Dat Vlaams nationalistische ideaal bleef in België altijd relatief marginaal. Ook nu is slechts goed 10 procent van de Vlamingen gesteld op een onafhankelijk Vlaanderen, maar de omstandigheden maakten van de N-VA, die bij de verkiezingen van 2003 amper de kiesdrempel had gehaald, wel een machtsfactor van de eerste rang.

De welbespraakte en gevatte De Wever kon met zijn populariteit inspelen op het brede, politieke onbehagen dat België deelt met de rest van de westerse wereld. Zijn nationalisme biedt een uitweg uit alle sores – als eens Vlaanderen zich heeft verlost van die armlastige Franstaligen, komt alles weer goed. Die idee verpakt hij in een no-nonsense, conservatief-rechts discours dat een massa nieuwe kiezers aantrok, zowel bij de als te duf ervaren establishmentpartijen als bij het extreem-rechtse Vlaams Belang.

Voor de nationalistische kern van de N-VA is het met deze regeringsvorming nu of nooit. Omdat de inzet zo groot is, valt geen dissidentie te dulden. Iedereen moet de rangen sluiten tegen de Franstaligen en ‘aan hetzelfde zeel trekken’. Nationalisten zien hun visie op de ‘Vlaamse zaak’ immers als een objectief, algemeen belang.

Niet-nationalisten – „belgicisten” of, erger nog, „linksen” – moeten „slechte Vlamingen” en „volksverraders” zijn. Tussen de beledigingen door krijgen ze wel vaker nog de aanmaning om maar te emigreren uit Vlaanderen. Het politieke argument heeft de plaats geruimd voor emotie en moraal. Andere opinies zijn in die perceptie niet onjuist of ongefundeerd, maar moreel verwerpelijk en zelfs illegitiem.

Nederland kent dat discours. Het bracht hier onder meer het begrip ‘linkse hobby’ voort. Wat een hobby wordt genoemd, kan immers bezwaarlijk een legitieme, politieke zorg zijn.

In de haatmails van de Vlaamse nationalisten duikt vaak de suggestie op dat wie wel een compromis wil sluiten met de Franstaligen, dat niet doet om politieke of ideologische redenen, maar uit morele slechtheid, corruptie of opportunisme. Gematigden zouden zijn ‘verkocht’ aan de klassieke partijen en obscure belangengroepen of zich in het gevlij willen werken bij het koningshuis, in de hoop te worden beloond met een titel als baron.

Omdat Bart De Wever in de onderhandelingen ‘het been stijf moet houden’, staat hij centraal in de polarisering. Dat past bij de nationalistische traditie die leiders en profeten altijd cultiveerden – en martelaars, want bij die traditie hoort ook dat leiders altijd worden tegengewerkt en miskend.

Zo zien de fans het ook. „Bart De Wever zal met zijn nuchterheid en intelligentie voor ons Vlamingen wel de juiste weg uitstippelen”, schreef iemand op het forum van De Standaard. Zijn missie is historisch, aldus iemand anders – hij is „de enige man die Vlaanderen na 180 jaar verknechting een toekomst kan geven”. Deze ‘personencultus’ – aldus hoofdredacteur Bert Claerhout van het katholieke weekblad Kerk en Leven – beperkt zich niet tot achtergrondruis, maar dringt door tot in de kern van de politiek. Geen enkele Vlaamse politicus geeft lichtzinnig kritiek op De Wever, stelde de krant Het Nieuwsblad. „Zolang hij de media meeheeft, dreigt elk verkeerd woord het etiket van ‘slechte Vlaming’ op te leveren.” De Tijd citeerde een anonieme toppoliticus: „Er heerst een klimaat van intellectuele terreur. Er is nog maar één goede Vlaming: de N-VA-Vlaming.”

De Wever profileerde zich met zijn retorische talent en zijn ietwat cynische humor als ‘een van ons’ die kon doordringen tot in het wufte en politiek-correcte bastion van het ‘Bekende Vlaming’-schap. Met die televisiebekendheid wierp hij zich dan weer op als een non-conformistisch politicus, die ‘het volk’ heeft begrepen.

Anders dan Vlaams Belang is de N-VA een democratische partij, maar ze teert mee op de populistische onderstroom in Vlaanderen. Daarvan getuigen die haatmails en soortgelijke internetbagger. Ze generen De Wever, maar ze leren hem ook dat hij, om zijn imago als volksvriend en alternatief politicus in stand te houden, verplicht is tot een delicaat perceptiemanagement. Hij spreekt spottend over zijn academische achtergrond, om zich te onderscheiden van die ‘volksvreemde’ intellectuele kaste. Hij verbergt zijn verfijnde culinaire smaak achter zijn voorkeur voor ongezond voedsel – zijn lievelingsfrituur ’t Draakske is haast een nationalistisch bedevaartsoord.

Het hoort erbij, zegt Paul De Grauwe berustend, „al heb ik moeite met die sfeer waarin elke afwijkende opinie wordt gezien als heulen met de vijand”. Een vijand die, anders dan in Nederland, niet de islam is, maar de Franstalige.

Marc Reynebeau is redacteur van De Standaard.