Mubarak, 'held van de Oktoberoorlog', is nu een 'tiran die weg moet'

‘Weg met de tiran’, schreeuwen betogers. De Egyptische president Mubarak is al dertig jaar aan de macht met onveranderd harde hand.

Twee maanden geleden kon de Egyptische president Hosni Mubarak nog straffeloos de parlementsverkiezingen dusdanig manipuleren dat er nu geen enkele oppositiepartij in het Lagerhuis is vertegenwoordigd. Niemand ging de straat op. Maar het voorbeeld van Tunesië heeft de sluimerende strijd voor democratische verandering nieuw elan gegeven. Als de 74-jarige Tunesische president Zine al-Abidine Ben Ali na 23 jaar repressie toch zo snel kan worden verjaagd, waarom dan niet de 82-jarige Mubarak, die al 30 jaar Egypte met harde hand leidt? „Weg, weg met de tiran”, scandeerden betogers de afgelopen dagen. „De mensen willen dat het regime valt!”

De manipulatie van de verkiezingen was bedoeld om een soepele opvolging van Mubarak te verzekeren. Hoewel de president het zelf steeds heeft ontkend, wordt vrij algemeen in Egypte verwacht dat zijn zoon Gamal klaar staat om het presidentschap op niet al te lange termijn over te nemen.

In de presidentsverkiezingen in het najaar zou Mubarak zelf dan nog kandidaat zijn en vanzelfsprekend winnen, in het jaar daarna zou dan de machtsoverdracht plaatshebben, onder verwijzing naar Mubaraks verslechterende gezondheid. Zonder gedoe in het parlement met de fundamentalistische Moslimbroederschap, die in de vorige verkiezingen onverwachts 20 procent van de zetels – 88 – won maar daar nu tot nul is gereduceerd.

Of dit scenario nog werkelijkheid kan worden is de vraag. Niet alleen omdat op dit moment onzeker is hoe het verder loopt met het protest in de straten, en met name ook de houding van de Moslimbroederschap, nog steeds veruit de belangrijkste oppositiepartij. Maar ook omdat gespeculeerd wordt over verzet hiertegen binnen de machtige strijdkrachten.

Ook tegen Gamal Mubarak (47, bankier en inmiddels een van de machtigste functionarissen van de regerende Nationale Democratische Partij (NDP) – worden in de straten leuzen geroepen „Gamal, zeg je vader dat de Egyptenaren jullie haten!” Dat is koren op de molen voor de generaals, die het idee van een president zonder militaire achtergrond wantrouwen. De strijdkrachten, die rechtstreeks onder de president vallen, hebben immers niet alleen greep op de veiligheid en de wapenindustrie, maar zijn ook toenemend betrokken geraakt bij de niet-militaire sector. De 1,3 miljard dollar (0,9 miljard euro) militaire hulp die de VS jaarlijks hun bondgenoot Egypte geven, komt op hun bankrekening.

Mubarak is een luchtmachtpiloot die opklom tot commandant van de luchtmacht en ‘held van de Oktoberoorlog’ tegen Israël. In 1975 werd hij vicepresident van de toenmalige president Anwar Sadat. Na de moord op de president door moslimextremisten in 1981 volgde hij hem op. Hij kreeg 99 procent van de stemmen in een bevestigend referendum.

In het kader van de verbale democratisering was Mubaraks ja-percentage de laatste keer, in 2005, van die 99 procent tot 88 procent verminderd. Maar afgezien van de officiële verklaringen over vrijheid van meningsuiting en andere burgerlijke vrijheden, is er voor de bevolking onveranderd weinig vrijheid te genieten. Mensenrechtenorganisaties klagen al jaren steen en been. Bloggers en journalisten worden vastgezet, betogers soms in politiebureaus doodgeslagen. Zijn tegenstander in de verkiezingen van 2005, Ayman Nour, heeft daarna jaren gevangen gezeten. De officieel verboden maar gedoogde Moslimbroederschap is mikpunt van onophoudelijke vervolging.

Voorzichtige aanmerkingen uit Washington worden altijd neergesabeld als inmenging in interne aangelegenheden, zoals in december nog de Amerikaanse oproep tot het toelaten van buitenlandse waarnemers. Maar voor Amerika is Egypte allereerst de ‘gematigde bondgenoot’ die vrede met Israël heeft gesloten en het vredesproces in het Midden-Oosten steunt. Wat als de Moslimbroederschap aan de macht zou komen? Washington zit met een akelig dilemma. Op de vraag of de VS Mubarak nog steunen, antwoordde een woordvoerder van het Witte Huis gisteren alleen: „Egypte is een sterke bondgenoot.”