Leers wil Sahar en familie uitzetten

Minister Gerd Leers (Asiel, CDA) gaat in hoger beroep tegen het rechterlijke besluit dat de 14-jarige Sahar en haar familie niet naar Afghanistan mogen worden uitgezet. Dat schrijft de minister vanmiddag in een brief aan de Tweede Kamer.

Naar het oordeel van Leers gaat de uitspraak van de rechtbank Den Bosch onvoldoende in op de eigen verantwoordelijkheid van de familie voor het feit dat ze al tien jaar in Nederland wonen. De rechter voerde het langdurige verblijf in Nederland aan als een belangrijke reden om Sahar en haar familie hier te laten blijven. Volgens de rechtbank zou Sahar verwesterd zijn en haar „persoonlijkheid moeten verloochenen” als zij zich aan de Afghaanse cultuur zou moeten aanpassen. Sahar is bang dat zij grote problemen zou krijgen in Afghanistan. De overheid vond dat zij dat zou kunnen voorkomen door zich aan te passen aan de plaatselijke cultuur.

De redenen voor de rechter om Sahar niet uit te zetten, zijn volgens de minister zo algemeen geformuleerd dat ze grote gevolgen kunnen hebben voor zijn beleid. Daarom wil hij van de hogere rechter meer uitleg over de motivering van de rechtbank.

In een gesprek met deze krant zegt Leers dat hij begrijpt dat de rechtbank het belang van het kind vooropstelt. „Maar daar kan ik mij niet zomaar bij neerleggen.” Hij is ook verantwoordelijk voor de integriteit van het asielbeleid, zegt Leers. Het beleid moet eenduidig zijn en voor iedereen hetzelfde. Hij kan dus niet zomaar een uitzondering voor de familie van Sahar maken. De zaak is volgens de minister niet uitzonderlijk genoeg om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken.

Sahar niet uniek: pagina 5