Leers wil niet echt een Europees asielbeleid

Minister Leers verkondigt dat hij in Brussel ijvert voor een gemeenschappelijk asielbeleid (NRC Handelsblad, 20 januari).

Ik betwijfel ten zeerste of hij daartoe wel echt bereid is. Dat vergt immers dat hij zijn beleidsvrijheid inlevert aan de Europese Unie. Dit kabinet wil juist geen ‘last’ hebben van Europa.

Ook de vorige kabinetten gaven bij de Europese onderhandelingen over de huidige asielrichtlijnen geen prioriteit aan harmonisatie van de asielregels. Behoud van de eigen wetgeving en het liefst nog de ruimte om die aan te passen, was de inzet. Met dat doel heeft Nederland vele uitzonderingsbepalingen bedongen, die gaten sloegen in een eenvormig asielsysteem. De ruilhandel in steun voor elkaars voorstellen stemde uiteindelijk alle noordelijke lidstaten tevreden, omdat niemand zijn asielprocedure hoefde te wijzigen. De grote verliezer was de harmonisatiegedachte.

Er zijn nieuwe onderhandelingen over een uniform asielbeleid. Voor deze vervolgstap moeten lidstaten wel hun uitzonderingsbepalingen opgeven. Maar de regering doet de ontwerprichtlijnen af als te gedetailleerd en stemt zelfs niet in met bepalingen die allang in het internationale recht zijn geregeld.

Als senator heb ik vreemd genoeg geen inzage in het verloop van de onderhandelingen. Gelet op de Nederlandse en de identieke Duitse reactie durf ik te stellen dat ook in deze onderhandelingsronde het gevecht om behoud van de nationale beleidsvrijheid centraal staat.

De procedurerichtlijn is inmiddels gesneuveld: de Commissie moet nu een nieuw voorstel schrijven. Maar zolang de regeringen hun bevoegdheden niet wensen op te geven, blijft het ‘gemeenschappelijk asielbeleid’ een mantra zonder betekenis. Leers kan zijn lippendienst aan de harmonisatie maar beter staken.

Tineke Strik

Lid Eerste Kamer, GroenLinks