Kostprès

Als huizenbezitter krijg ik geregeld klusjesmannen over de vloer. Zonder uitzondering beginnen ze tijdens het eerste kopje koffie te mopperen, over de crisis, over de buitenlanders, en vooral over oneerlijke concurrentie van goedkope Polen.

„Die doen ut voâh 10 euro peâh uur”, zei een tegelzetter laatst. Ik dacht meteen: verdraaid, voortaan bel ik zo’n Pool. „Èkels, ik ken toch moèlèk ondeâh m’n kostprès gaan zitten.”

De vrijemarktproblematiek had m’n eigen keuken bereikt, zette er zo’n met gruis bepoederde bouwvakradio aan, en bromde steeds als ik passeerde z’n klaagrefrein: „Ut gaat ègg héélemaal neâhrgens meiâh oveâh…”

Nog een reden om zo’n Pool te bellen. Spreekt de taal niet, houdt z’n klep, is blij met een habbekrats. Mijn tegelzetter was een levend reclameblokje voor de Poolse arbeidskracht.

Kort na zijn bezoek schreef onze lokale VVD in een nota: ‘Werk is volgens de liberalen de beste manier om te integreren. De wethouder moet daarom volgens de VVD zorgen dat migranten zoveel mogelijk werken.’

Wat? Willen ze mijn tegelzetter nog meer concurrentie geven, door al die werklozen aan het werk te helpen? Welnee, ze komen juist voor hem op. VVD-Den Haag wil ‘kansarmen’ immers weren, via de ‘Rotterdamwet’, waarmee je inkomenseisen aan woningen in de probleemwijken mag stellen. De maakbare samenleving is terug. Het wachten is alleen nog op al die beterbedeelden die dolgraag middenin Transvaal wonen. Persoonlijk verkas ik nog liever naar een Zuid-Limburgs leegloopdorp dan naar die groezelige, nogal weerzinwekkende wijken die ik soms met medelijden bekijk vanachter het glas van tram 12.

Nog belangrijker is dat de gemeente voor die geweigerde kansarmen eerst alternatieven in de regio zal moeten vinden, zoals die Rotterdamwet immers voorschrijft. Zullen ze in Voorburg, Rijswijk en Wassenaar leuk vinden. Het weren van allochtonen – oeps, kansarmen bedoel ik natuurlijk – betekent in de praktijk het verspreiden ervan over de betere buurten.

Drie keer raden wat mijn tegelzetter stemt. Jawel, VVD, partij voor nog meer arbeidsconcurrentie en nog meer allocht… eh… kansarmen in onze roomblanke – herstel – onze nette buurten.

Christiaan Weijts