Keihard brood voor zachte sla

Ik weet wel dat iedereen die er iets van kan ontzaglijk neerkijkt op de broodbakmachine. Ook iedereen die er niets van kan trouwens. Een broodbakmachine, dat doe je gewoon niet.

Maar ik heb er wel een. Anderhalf jaar geleden gekregen.

Eerst bleef-ie werkeloos staan, niet omdat ik niet bereid was om brood te bakken, maar omdat ik er tegenop zag om hem te leren kennen.

Toen lunchte ik een keer bij iemand met zachte geitenkaas, salade van wat groens uit haar tuin, een meizonnetje en verrukkelijk brood. Lekker brood, zei ik.

Broodbakmachine, zei zij.

Dan is het ook zo dat je in steden heel veel geweldige bakkers vindt vandaag de dag, Vlaamsche broodhuizen, Franse bakkers, volkorenbakkers – maar die steden bevinden zich wel allemaal in het westen van het land. En bovendien: ik woon niet in de stad. De supermarkt bakt natuurlijk het glibberige fabrieksbrood af en er is in het dorp een bakker die net zoiets doet. Dus ik vries meestal brood in. Maar je wilt wel eens vers brood.

Toch durfde ik niet goed aan de broodbakmachine, want ik heb een vriend die bakt en die doet dat ontzaglijk goed. Hij bakt zich suf, bijna dagelijks, en er komen de heerlijkste broden uit zijn oven. Hij leert steeds beter hoe het moet, zegt hij.

Dat geloof ik best. Zijn voorbeeld is zó navolgenswaardig dat het verlammend werkt.

Uiteindelijk heb ik moed gevat, volkorenmeel gekocht, gebruiksaanwijzing gelezen en vastgesteld dat ik erg lang moeilijk had gedaan over niets. Een fluitje van een cent. En lekker brood ook nog eens – zonder broodverbeteraar, gebrande mout of varkenshaar.

Toen besloot ik de broodbakmachine mijn ciabattadeeg te laten kneden. Hij liet het ook meteen een keer rijzen. Ik bevrijdde het deeg, sloeg het in mekaar, verdeelde het in tweeën en liet het nog eens geruime tijd rijzen. Twee ciabatta’s gebakken in een hete oven met ovensteen en al waren ze iets te gisterig vond ik, ze waren toch lekker en stevig.

Na twee dagen was het stuk dat over was gebleven erg stevig. Na een week kon je er iemand een gat mee in zijn kop slaan.

Toen kwam een vriendin op bezoek en die zei: broodsalade. En toen hebben we twee dagen broodsalade gegeten omdat het te lekker was om het bij één dag te laten.

Eigenlijk moet dit buiten met witte wijn, maar op een winteravond is het als voorgerecht ook heel lekker, hoor.

Neem serieus hard brood. Zet dat onder water. Laat het staan tot het zacht is, knijp het dan goed uit en laat het in een zeef uitlekken.

Snijd intussen de tomaatjes, komkommer en rode paprika fijn. Snipper de rode ui en zet hem tien minuten in een bakje water om de scherpte eraf te halen. Hak de ansjovis, de knoflook en de kappertjes fijn. Combineer ze met de groenten en het verkruimelde brood.

Maak een vinaigrette van de rode wijn, peper en zout en de olie. Giet die over de sla en laat ten minste een uur staan.