Hoorzitting Shell mondt uit in theater

Het parlement hield een hoorzitting over Shell in Nigeria. Kamerleden waren boos, Shell-bestuurders constateerden onkunde.

Voorafgaand aan de uitzonderlijke hoorzitting waarin Tweede Kamerleden twee bestuurders van Shell horen, treffen de verschillende machtsblokken hun laatste voorbereidingen.

Commissievoorzitter Boris van der Ham (D66) instrueert zijn collega’s. „Onderbreek ze dus, anders gaan mensen hun eigen verhaal houden.”

Een lid van Milieudefensie vraagt zich hardop af wat nou het verschil is tussen affakkelen en olielekkages. „Je moet het allemaal maar weten, hoor.”

En terwijl er in de elf man tellende afvaardiging van Shell één verwoed op zijn mobiele telefoon drukt – „stil! stil!” – grapt een ander dat hij de spandoeken vergat.

Shell-lobbyisten zijn met regelmaat in politiek Den Haag te vinden, maar voor een hoorzitting is Shell, voor zover het 103 jaar oude bedrijf zelf kan nagaan, hier nog niet eerder verschenen. De bijeenkomst wordt dan ook serieus genomen: een Shell-cameraploeg neemt alles op, je weet maar nooit.

Over mogelijke reputatieschade is nagedacht. „Op korte termijn komt hier misschien negatieve publiciteit uit, dat moet je dan accepteren”, zegt president-directeur Peter de Wit van Shell Nederland achteraf. „Maar als Kamerleden over een jaar weer beginnen over Nigeria, kunnen ze niet zeggen dat Shell nooit iets wil zeggen.”

De hoorzitting gaat over Shell in Nigeria. Het bedrijf tobt daar al decennia met een corrupte overheid, verwijten van intimidatie van burgers, georganiseerde misdaad en door bedrijfsfouten of sabotage veroorzaakte milieurampen. Waarom dóet Shell daar niks aan, wilden sommige Kamerleden bijna 3,5 uur lang weten.

Belangenorganisaties worden gehoord, evenals wetenschappers en de Nederlandse ambassadeur aldaar. Die laatste, Bert Ronhaar, benadrukt dat Nigeria „een complex en uitdagend” land is en Shell heeft daar extra last van. De overheid is namelijk zakenpartner. „Juist zíj zou meer kunnen doen om de situatie te verbeteren.”

De hoorzitting is bedoeld als voorbereiding op een Kamerdebat, maar mondt uit in politiek theater. Zo is er woede: GroenLinks vergelijkt het bedrijf met Nigel de Jong die met de F’jes meespeelt en zijn vader, Nigeria, de schuld geeft van alle grove overtredingen.

Er is ook strategische onverschilligheid: „Ik bewaar mijn vuurwerk voor als Shell straks aanschuift”, zegt Richard de Mos (PVV). En er zijn opzichtige steunbetuigingen. Die komen van Afke Schaart (VVD), haar vragen zijn zonder uitzondering positief voor Shell. „Wat doen ándere oliebedrijven verkeerd?” „Welke positieve effecten heeft Shell op de lokale gemeenschappen?” „Is het wel veilig voor uw werknemers?”

Sinds 2008 zijn 88 werknemers ontvoerd, 4 kwamen om. De lekkages zouden voor 70 procent het gevolg zijn van sabotage, de overige zijn bedrijfsfouten.

Het grootste bezwaar van de Kamerleden is het vermeende gebrek aan openheid. Hoeveel lekkende oliepijpen zijn er in de Nigerdelta? Hoeveel mensen zijn ziek? Overleden? Hoeveel verdient Shell daar? Feiten, willen ze. Transparantie.

Maar als Ian Craig, Shells bestuurder voor Afrika ten zuiden van de Sahara, met een reeks cijfers komt, wordt hij duidelijk tegen zijn zin in afgekapt. Als een discussie ontstaat over een rechtszaak ter plaatse waarin Shell is veroordeeld tot een boete van 100 miljoen dollar, zegt voorzitter Van der Ham tegen Kamerlid Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) „don’t go there. Dat is te complex.”

En als een deskundige van Nyenrode Business Universiteit uitlegt wat Haagse wetgeving voor effect zou hebben, zijn drie van de tien Kamerleden met hun telefoon bezig en kijkt geen van de anderen hem aan. Die zoekt daarop maar oogcontact met de bomvolle zaal.

De voertaal is Engels. Er zit een tolk aan tafel, maar zij blijft onbenut. Dat heeft soms ironische politieke consequenties. Zo zegt de liberale Schaart in het Engels dat ze „geen groot tegenstander is” van extra wetgeving, als ze het omgekeerde bedoelt.

De Shell-bestuurders willen niet van wijken weten en spreken de parlementariërs aan op toon en kennisachterstand. Documenten waar om gevraagd wordt, zou het bedrijf al publiceren. Tegen de verloren rechtszaak gaat het bedrijf in beroep – „raar dat wij ons niet zouden mogen verdedigen zoals u dat ook mag”.

Dan volgt voor het gemak nog even een samenvatting. Craig: „Volgens mij dragen wij bij aan een beter Nigeria. Ondanks alle retoriek van vandaag.”