Het zadel van Mubarak

Op de effectenbeurs van Kaïro maakt het straatprotest in Egypte grote indruk. Zeker nu Amerika een dubbelzinnige boodschap heeft voor president Mubarak die volgens minister Clinton van Buitenlandse Zaken een „stabiele regering” leidt maar nu wel moet hervormen. Als reactie daalden de koersen vanmorgen zo snel dat de aandelenhandel werd stilgelegd.

En toen moest nog bekend worden dat de Egyptische Nobelprijswinnaar Mohammed el-Baradei, voormalig hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap, naar zijn vaderland zou vliegen om zich aan te sluiten bij de protestbeweging.

Deze nervositeit op de beurs wekt de indruk dat de kapitaalmarkten in Kaïro vrezen voor escalatie en politieke instabiliteit.

Die angst lijkt niet ongegrond. Het jaar 2011 staat nu al bijna vier weken in het teken van groeiende spanning. Het begon met een dodelijke bomaanslag op een Koptische Kerk in Alexandrië op Oudjaarsavond, die de tegenstellingen tussen de christenen (circa 10 procent) en de moslims op scherp zette. Een paar weken later stak een breder protest de kop op, mede geïnspireerd door Tunesië, waar medio januari president Ben Ali het land land moest ontvluchten. Vooral deze ‘Jasmijnrevolutie’ spreekt tot de verbeelding. Zou de omwenteling in Tunis kunnen leiden tot een brede Arabische Wende?

Zeker. Feit is dat de onvrede in Noord-Afrika en het Midden-Oosten steeds openlijker wordt geëtaleerd door jongeren die met velen zijn maar weinig mogen zeggen. Zoals vandaag in Jemen. Maar er zijn ook verschillen. In Tunesië leeft een hoogopgeleid volk. Egypte heeft een lager ontwikkelde bevolking en middenklasse.

De uitzichtloosheid van de werkloosheid heeft er een ander politiek potentieel. De Moslimbroederschap wordt er, door haar sociale alternatief, niet voor niets als een bedreiging ervaren.

Bovendien onderscheiden de regimes zich ook qua karakter. Ben Ali zoog Tunesië uit met een kleine clandictatuur. Mubarak baseert zijn macht op een breder palet van staatsinstellingen, die historisch ook een ruime ervaring hebben met repressie.

Tot nu toe lijkt de macht in Egypte daartoe minder goed in staat. Ondanks hardhandig ingrijpen en dodelijke slachtoffers gaat het protest door. Overheidsgebouwen staan in brand en de roep om het aftreden van Mubarak verstomt niet.

Maar hoe spectaculair ook, de oppositiebeweging is nog niet massaal genoeg om de staatsdictatuur in Egypte in levensgevaar te brengen. Dat kan wel veranderen. Vandaag is de laatste dag van de examenperiode voor studenten. Morgen kan het vrijdaggebed aanzetten tot nieuwe mobilisatie. Als de Moslimbroederschap, die tot nu toe terughoudend is, zich dan ook meldt, kan zich een nieuwe fase aandienen. Maar vooralsnog hoeft Mubarak nog geen voorbeeld te nemen aan Ben Ali.