Het is alsof je lipstick op een monster smeert

Lobbyen voor schimmige regimes is een groeimarkt voor lobbykantoren.

Ze organiseren volledig betaalde persreizen en regelen interviews met dictators.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Lanny J. Davis is een oude rot in Washington. Als voormalig adviseur van president Clinton gebruikt hij zijn uitstekende contacten bij zijn werk als lobbyist. Na decennia aan ervaring bij de machtigste lobbyfirma’s van Amerika, heeft Davis zich gespecialiseerd in het vertegenwoordigen van controversiële bedrijven en regimes, zoals de dictator van Equatoriaal Guinee en de militairen die in 2009 een staatsgreep pleegden in Honduras.

Eind december 2010 raakte hij in opspraak, omdat hij zich had laten inhuren door de Ivoriaanse president Laurent Gbagbo, die weigert op te stappen na zijn verlies van de presidentsverkiezingen. In interviews beweerde Davis dat zijn doel was te bemiddelen bij een vreedzame oplossing van de crisis in Ivoorkust.

Maar volgens het registratieformulier bij het Amerikaanse ministerie van Justitie werd hij door Gbagbo ingehuurd om „de feiten en de wet te presenteren, die laten zien waarom er substantieel bewijs is dat president Gbagbo de rechtmatig gekozen president is”. Na felle kritiek dat hij een stroman was voor een autoritaire leider, zag Davis zich genoodzaakt zijn lucratieve contract van 100.000 dollar per maand te verbreken.

Davis is lang niet de enige westerse lobbyist die autoritaire regimes vertegenwoordigt. Lobbyen voor regeringen is een grote inkomstenbron geworden voor vooraanstaande lobby- en pr-bedrijven in het Westen – en ze vertegenwoordigen zeker niet alleen de keurigste landen.

Zo liet de Amerikaanse lobbyfirma Carmen Group, opgericht door David Carmen – voormalig politiek adviseur van de presidenten Ronald Reagan en George Bush senior –, zich inhuren door Kazachstan, waar de oppositie is opgepakt of vermoord, en alle macht in handen is van president Nazarbajev.

Of neem het Britse pr-bedrijf Bell Pottinger, dat wordt geleid door Timothy Bell. Deze voormalige pr-goeroe van premier Margaret Thatcher werd ingehuurd door de Wit-Russische president Aleksandr Loekasjeno, die sinds 1994 aan de macht is en ook wel ‘de laatste dictator van Europa’ wordt genoemd.

Of DLA Piper, een wereldwijd opererend advocatenkantoor met 69 kantoren in dertig landen, dat bedrijven als KPN, Royal Bank of Schotland, Benetton en Sony als klant heeft. De firma liet zich in 2007 en 2008 inhuren door de autoritaire Ethiopische president Meles Zenawi, die met repressie en intimidatie de pers en de oppositie het zwijgen oplegt.

Dit was ooit anders.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was het not done voor lobbyfirma’s om zich te laten inhuren door schimmige regimes. Aanleiding was een schandaal rond de Amerikaanse aartsvader van de pr, Ivy Lee, die zich zou hebben laten inhuren door de nazi’s. In reactie daarop nam het Congres de Foreign Agents Registration Act aan, die vereiste dat alle lobbyisten in dienst van landen zich moeten registreren bij het ministerie van Justitie. Openheid en schaamte zouden lobbyisten ervan weerhouden te werken voor immorele cliënten.

Er waren natuurlijk lobbyisten die zich hiervan niets aantrokken. Edward von Kloberg III bijvoorbeeld, een excentrieke man die trots de medailles droeg die hij had gekregen van de dictators die hij vertegenwoordigde, zoals Saddam Hoessein van Irak, Mobutu Sese Seko van Zaïre en Nicolae Ceausescu van Roemenië.

Tegenwoordig generen veel meer lobbyfirma’s zich niet. In de tweede helft van 2009 waren er in totaal 1.900 lobbyisten in dienst van landen geregistreerd bij het Amerikaanse ministerie van Justitie. Ongeveer de helft was in dienst van schimmige regimes. Dit zijn de meest recente cijfers die beschikbaar zijn. Waarschijnlijk is het aantal groter, want de General Accounting Office schat dat slechts de helft zich registreert. Verzuim wordt niet bestraft.

Ongeveer honderd landen vertrouwen op lobbyisten om hun belangen in Washington te behartigen, zegt John Newhouse, auteur van het boek Diplomacy Inc. over de invloed van lobbies op het Amerikaanse buitenlandbeleid. „Het zijn veelal armere landen, die geen vertrouwen hebben in hun ambassades.” Zo gaf de Republiek Congo in de eerste helft van 2009 ten minste 3,5 miljoen dollar uit aan Amerikaanse lobby- en pr-firma’s, Saoedi-Arabië 2,7 miljoen, Angola 2 miljoen en Egypte 1,2 miljoen. Dit zijn alleen cijfers van bedrijven die zich hebben geregistreerd en bedragen hebben opgegeven.

De groei van het aantal lobby- en pr-firma’s die landen vertegenwoordigen, weerspiegelt de privatisering van de diplomatie, zegt Newhouse. „Een lobbyfirma kan afspraken maken en druk uitoefenen op een manier die de buitenlandse client niet kan. De meeste ambassades opereren niet zo effectief als lobbyfirma’s, daar hebben ze de capaciteit niet voor.”

Lobbyisten hebben zeer goede contacten in Washington. Het zijn vaak voormalige Congresleden, leden van hun staf, en oud-medewerkers van overheidsinstellingen. Ze ontwikkelen voor cliënten een strategie om politiek en media te beïnvloeden.

„Ze houden dossiers bij over Congresleden, hun staf, en vooral over de invloedrijke voorzitters van de commissies in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden”, zegt Newhouse. „Ze analyseren hun stemgedrag en uitspraken. Zo weten ze precies wie ze moeten bewerken om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.”

Zo torpedeerde DLA Piper in 2007 een wetsvoorstel in het Amerikaanse Congres, dat tot doel had respect voor mensenrechten te verbinden aan Amerikaans hulpgeld. Alle Congresleden kregen een memo, waarin DLA Piper uitlegde waarom de termen ‘politieke gevangenen’ en ‘gewetensgevangenen’ „de situatie in Ethiopië niet juist typeren”. Met succes. Het wetsvoorstel sneuvelde in de Senaat en Ethiopië kreeg 1,5 miljoen dollar aan militaire hulp.

Ook regelen lobbyfirma’s interviews met regeringsleiders, organiseren volledig betaalde persreizen, proberen journalisten warm te maken voor nieuwsonderwerpen die het land in een gunstig daglicht stellen en laten bevriende experts van denktanks artikelen schrijven voor de opiniepagina’s van kranten.

Zo gaat het ook bij de Europese Unie, zegt David Leloup, onderzoeker van Corporate Europe Observatory, die vorig jaar een rapport publiceerde over lobbyisten in Brussel. Daarin staan veel voorbeelden van autoritaire regimes die lobbyisten inhuren. Volgens Leloup is dit ook in Brussel een groeiende bedrijfstak, omdat beslissingen van de EU voor landen steeds belangrijker worden. Maar cijfers zijn er niet, want ook in Brussel zijn de activiteiten van lobbyfirma’s grotendeels aan het zicht onttrokken. En in tegenstelling tot in de VS hoeven ze zich niet te registreren.

Om bij het voorbeeld van DLA Piper te blijven: de firma was ook in Brussel actief voor de Ethiopische regering. Een hoorzitting in het Europees parlement over de verslechterde situatie in Ethiopië in juni 2008 werd bijgewoond door een lobbyist. Hij verdedigde het regime van Zenawi en viel zijn tegenstanders aan, zoals Europarlementariër Anna Gomes en de Ethiopische oppositieleider Berhanu Nega. Zeven maanden later kondigde de Europese Commissie plannen aan om Ethiopië 250 miljoen euro aan financiële steun te geven.

Mensenrechtenorganisaties hebben scherpe kritiek op lobbyisten die zich door autoritaire regimes laten inhuren. „Lobbyisten zijn het vriendelijke gezicht van smerige regimes, ze smeren lippenstift op monsters”, zegt Reed Brody, de directeur van Human Rights Watch. „Ze proberen moord, marteling en onderdrukking te rechtvaardigen of weg te moffelen en zorgen dat de daders beter gehoord worden in het Westen.”

De lobbyfirma’s zelf werken het liefst discreet en willen niet reageren op de kritiek.

In eerdere interviews hebben lobbyisten van Bell Pottinger gezegd dat ze hun cliënten slechts helpen om het besluitvormingsproces te begrijpen.

Het grootste probleem, zegt Brody, is dat lobbyisten geen democratische legitimiteit hebben. Terwijl ze wel de Amerikaanse en Europese buitenlandpolitiek beïnvloeden. „Door lobbyisten neemt de invloed van geld toe. They put their mouth where the money is.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘Het is alsof je lipstick op een monster smeert’ (27 januari) wordt Meles Zenawi president van Ethiopië genoemd. Hij is premier.