Geest van Volksvlijt waart weer op plein

Er zijn Amsterdammers bij wie de ogen gaan glanzen bij de gedachte aan het Paleis voor Volksvlijt. Dat werd in 1864 voltooid, naar het voorbeeld van het Londense Crystal Palace, op de plek waar nu het Frederiksplein ligt. De enorme suikertaart van staal, glas en steen brandde in 1929 tot de grond toe af – een lot dat het grote voorbeeld in Londen overigens zeven jaar later ook trof.

Beide Paleizen zijn nooit meer herbouwd, al bleef in Amsterdam een aanpalende winkelgalerij met woningen die later was bijgebouwd, tot 1960 bestaan. Die werd toen alsnog afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe hoofdkantoor van een van de belangrijkste instituten van het land: De Nederlandsche Bank.

Nu lekte begin deze week een plan uit van minister De Jager van Financiën, waarin wordt voorgesteld een functionele deling te maken in het bestuur van de Bank. Het instituut combineert het voeren van het monetaire beleid met het toezicht op banken en (pensioen-)verzekeraars.

Maar de overname van ABN Amro, de Icesave-affaire en de teloorgang van DSB hebben een zwakte in dat concept blootgelegd. Als de Bank de schuld krijgt in toezichtkwesties, dan treft het bijbehorende verlies van aanzien en autoriteit ook het monetaire beleid. Dat gebeurde met de huidige president Wellink, die een onwrikbare internationale status geniet als monetair beleidsmaker, maar met lede ogen moest aanzien hoe alle toezichtaffaires dat overschaduwden. Er moest een Barbertje hangen, en dat hangt op het Frederiksplein.

De Jagers plan is om de rol van de directeur Toezicht op afstand te zetten, te versterken en zichtbaarder te maken. Zo zou een volgende maal worden voorkomen dat een toezichtkwestie de president van de Bank, die het monetaire beleid in zijn portefeuille heeft, beschadigt.

Dat klinkt als een mooi idee, maar werkt het? Stel dat over een paar jaar een volgende grote kwestie volgt. Zou het dan echt zo zijn dat de bankpresident zijn handen in onschuld kan wassen, terwijl de toezichtsdirecteur met pek en veren door Den Haag gereden wordt?

Dat is niet waarschijnlijk. Het hoofd van een instelling is en blijft in de ogen van het publiek verantwoordelijk. Als minister De Jager het begrotingstekort uit de hand laat lopen, denk dan niet dat premier Rutte in de ogen van kiezer en parlement geheel vrijuit kan gaan.

De werkelijke keus is om ofwel de zaken zo te laten als zij zijn – doorgaans het beste idee – of om de organisatie echt uit elkaar te trekken. In dat laatste geval, dat in de rest van Europa zijn voorbeelden heeft in onder meer Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zouden er twee instituten ontstaan, waarbij De Nederlandsche Bank het monetaire beleid voert en een nieuw instituut het toezicht op zich neemt.

Beide losse instellingen zouden dan wel ieder te klein worden voor het gebouw aan het Frederiksplein. Dat doet ergens aan denken: in 2002 kwam er al eens, geïnspireerd door kunstenaar Wim T. Schippers, een beweging op gang voor de herbouw van het Paleis voor Volksvlijt. De invoering van de euro verkleinde de rol van De Nederlandsche Bank zodanig dat die wel plaats zou kunnen maken.

Dat laatste bleek toen niet het geval, maar nu het zo rommelt rond het Frederiksplein lijkt het een kwestie van tijd voordat het Paleis wederom opdoemt.

Waar is Joop van den Ende als je hem nodig hebt?

Maarten Schinkel