Een ja of nee tegen de wereld, daar gaat het om

De afgelopen vier jaar wist het politieke debat in Nederland over Afghanistan zich te verengen tot de provincie Uruzgan. Daar zaten de Nederlandse militairen en dat was dus ook het referentiepunt van de nationale politici. Als geopolitieke kwestie is Afghanistan nauwelijks aan de orde geweest. Nu sprake is van een Nederlandse politietrainingsmissie naar Kunduz, dreigt hetzelfde te gebeuren. Opnieuw moet het mondiale vraagstuk Afghanistan het afleggen tegen een welhaast microscopische benadering van de Tweede Kamer van één provincie. Geen misverstand; het is de taak en de plicht van de Tweede Kamer de door het kabinet voorgestelde politiemissie, die voornamelijk in Kunduz zal worden uitgevoerd, in al zijn facetten tegen het licht te houden. Maar zonder bredere context leidt dit al snel tot ernstige blikvernauwing.

Die context laat zien dat de betrokkenheid van Nederland bij Afghanistan is terug te voeren op de eind 2001 unaniem aanvaarde resolutie 1386 van de VN-Veiligheidsraad. Daarin werd de International Security Assistance Force (ISAF) voor het land aangekondigd. Bedoeld om de interim-regering van Afghanistan te helpen bij het scheppen van veiligheid in Kabul en omgeving.

Ruim negen jaar later en vele, wederom unaniem aanvaarde VN-resoluties verder, is de taak van ISAF over heel Afghanistan uitgebreid. Op 13 oktober 2010 zijn de VN-lidstaten door middel van resolutie 1943 opgeroepen om bij te dragen aan het verder trainen en begeleiden van het Afghaanse leger en de politie. Dit in verband met het overdragen van verantwoordelijkheden aan het bevoegd gezag van Afghanistan. De oproep sloot aan bij plannen van eerdere internationale Afghanistan-conferenties – waar ook Nederland aanzat – om de politiemacht van het land uit te breiden van 109.000 man in oktober 2010 naar 134.000 naar oktober dit jaar.

Nederland, dat bevordering van de internationale rechtsorde in artikel 90 van de Grondwet heeft verankerd, zou de oproep van de VN zeker ter harte moeten nemen. Maar het ziet ernaar uit dat een meerderheid van de Tweede Kamer vandaag ‘nee’ zal zeggen tegen een politietrainingsmissie. Reden: te militair en te onveilig voor de Nederlandse trainers en begeleiders.

Materieel stelt deze afwijzing, afgezien van het behoud van schone Nederlandse handen, niets voor. Het wegblijven van Nederland zal geen enkele verandering teweegbrengen in de voorgenomen trainingsprogramma’s voor Afghanistan. Wellicht dat andere, minder bezwaarde Europese landen die al wel volop bezig zijn met trainingsteams, extra mensen moeten leveren. Het laat wel zien dat het vandaag niet om ja of nee tegen een kabinetsvoorstel gaat. Het gaat om ja of nee tegen de internationale gemeenschap waar Nederland deel van uitmaakt.