Een bidsprinkhaan en een vlooiige Annabel Lee

Het is vandaag Gedichtendag, ook bij de Hoger Opgeleide Vlo. Vandaar een miniselectie uit de vlooien- en andere kriebeldierenpoëzie die DHOV kreeg opgestuurd, naast vele andere wriemelervaringen, via achterpagina@nrc.nl.

Marijke van Oordt stuurde DHOV een zelfgemaakt gedicht, Religieus orgasme, waaruit een duidelijke visie op de man spreekt. Het gaat zo:

Een bidsprinkhaan en een bidsprinkhen/ Begaan met Gods roep om kinderen/ Vouwden devoot hun voorste voetjes/ Baden vervolgens 10 Weesgegroetjes/ Het Stabat Mater Gloria/ Te Deum Salve Regina/ Nog bliksemsnel het Onze Vader:/ Het bidden bracht de wellust nader.// De bidsprinkhaan suïcidaal/ Bespringt de sprinkhen kanibaal/ Wetend dat de dood hem wacht/ Als hij de paring heeft volbracht/ Maar liever naar de haaien gaan /Dan niet – want man – uit naaien gaan.// Zijn hoogtepunt een non plus ultra/ Verraadt hij met een Halleluja/ De hen zijn schietgebed afwijzend/ Bidt Here zegen deze spijzen.

Hoe inspirerend vlooien kunnen zijn, bleek bij de eerste aflevering van deze rubriek, 30 december 2010, over het 400-jarig bestaan van John Donnes gedicht The Flea. Vandaag wil DHOV graag wijzen op een vlooiige variant van het beroemde laatste gedicht dat Edgar Allan Poe schreef voor zijn dood in 1849. Het gaat over de dood overstijgende liefde van de dichter voor Annabel Lee:

It was many and many a year ago,/ In a kingdom by the sea,/ That a maiden there lived whom you may know/ By the name of ANNABEL LEE;/ And this maiden she lived with no other thought/ Than to love and be loved by me, zo luidt de eerste strofe. Al snel volgde een parodie op dit zwaar romantische gedicht van de Britse humorist Tom Hood (1835-1874). Hij schreef:

THE CANNIBAL FLEA

It was many and many a year ago,/ In a District styled E.C.,/ That a monster dwelt whom I came to know/ By the name of Cannibal Flea,/ And the brute was possessed of no other thought/ Than to live – and live on me.

Paul steenhuis

Post voor DHOV zenden naar achterpagina@nrc.nl