Diplomatenpost VS: Kunduz is afgegleden

Hoe (on)veilig is de Afghaanse provincie Kunduz, waar mogelijk een Nederlandse missie naar toe gaat? Een beeld op basis van uit gelekte Amerikaanse diplomatenpost.

Rotterdam, 27 jan. - De provincie Kunduz, in het uiterste noorden van Afghanistan, valt moeilijk te vergelijken met Uruzgan in het zuiden. Kunduz heeft bijvoorbeeld internet.

Op 11 maart 2009 hield minister van communicatie Amir Zai Sangin de nieuwe glasvezelkabel voor Kunduz-Stad plechtig ten doop. Ook de Amerikaanse ambassade in Kabul vond het een belangwekkende gebeurtenis. „De groei van de infrastructuur voor telecommunicatie in het noorden, met zijn betrouwbare mobiele netwerk en talrijke internetcafés, is een succesverhaal”, meldde de ambassade aan Washington.

De politietrainingsmissie van 545 politiemensen en militairen naar Kunduz, waarover de Kamer vandaag opnieuw praat, is niet zo gevaarlijk als de vorige in Uruzgan. „Het geweldsniveau in het noorden”, schreef het kabinet begin deze maand, „is laag in verhouding met dat in het zuiden”. Toch is ook in het noorden van Afghanistan de veiligheid achteruit gehold. Tussen 2007 en 2009 is het aantal geweldsincidenten ieder jaar verdubbeld. De afgelopen maanden, schrijft het kabinet vandaag in zijn brief over de missie aan de Tweede Kamer, is de veiligheidssituatie „merkbaar verbeterd”.

Vertrouwelijke ambtsberichten van de Amerikaanse diplomatieke dienst, in bezit van NRC Handelsblad en RTL Nieuws via de Noorse krant Aftenposten, illustreren alleen achteruitgang. De berichten (die ophouden in februari 2010) laten zien hoe een van de rustigste regio’s van Afghanistan de afgelopen jaren langzaam afgleed naar anarchie en geweld.

2007

Begin 2007 schrijft de Amerikaanse ambassade over de veiligheidssituatie in het noordoosten van Afghanistan als over het weer: „Relatief kalm”, met slechts „sporadische criminele of terroristische aanvallen”.

NAVO-militairen en vertegenwoordigers van internationale hulporganisaties kunnen zich vrij verplaatsen door het gebied. De belangrijkste bedreigingen zijn criminele krijgsheren en de corruptie van de lokale regering.

„Een groot gedeelte van de bestuurders”, schrijven de Amerikanen, „inclusief de politie” is nauw betrokken bij „criminele activiteiten”, zoals drugshandel, het smokkelen van wapens en afpersing. Voordeel is wel dat de krijgsheren de Talibaan buiten de deur houden. Terrorisme, schrijft de ambassade, „wordt beschouwd als slecht voor Afghanistan en slecht voor de (illegale) handel.”

Maar het evenwicht is precair. Ambassadeur Ronald Neumann waarschuwt dat de „huidige stabiliteit in het noorden” vooral ligt aan het „het ontbreken van een georganiseerde opstand, zoals van de Talibaan in het zuiden.”

In de loop van het jaar gaan de Talibaan in de aanval. Op 16 april volgt de eerste zelfmoordaanslag in Kunduz. Negen Afghaanse politieagenten komen om. Het incident „is de zwaarste aanval van opstandelingen in het noordoosten sinds de val van het Talibaanregime in 2001”. Kunduz is gevoelig voor invloed van Talibaan, want de provincie heeft voor het noorden een relatief hoog percentage Pashtun (36 procent) – de stam die in het zuiden en oosten domineert, en de meeste sympathie koestert voor de Talibaan. Mei 2007 sneuvelen drie Duitse ISAF-militairen door een zelfmoordaanslag. Het kamp van de Duitsers wordt steeds vaker beschoten met raketten.

In december meldt de Amerikaanse ambassade in Kabul toch nog dat Kunduz „aantoonbare voortgang heeft geboekt” op het gebied van veiligheid, ontwikkeling en bestuur. „Hoewel het aantal zelfmoordaanslagen, raketbeschietingen en aanvallen met bermbommen is gestegen.”

2008

Het positieve verhaal van Kunduz wordt steeds vaker overschaduwd door berichten over geweld. In april meldt de ambassade in Kabul een „significante stijging van activiteiten van de opstandelingen”. In oktober meldt de ambassade in Berlijn dat de veiligheidssituatie in Kunduz volgens de Duitsers „aanzienlijk is verslechterd”. Als reactie stuurt de Duitse regering steeds meer troepen.

De versterkingen gaan gepaard met een agressiever optreden van Duitse militairen – wat de Amerikanen tevreden stemt. Volgens de ambassade hebben de Duitsers in Kunduz inmiddels „het initiatief herwonnen’’ op de Talibaan.

2009

In mei reizen medewerkers van de ambassade naar Kunduz. Ze sturen een somber verslag naar Washington. Het wordt tijd dat een aantal „misverstanden” over Kunduz wordt opgehelderd, schrijft het ambassadeteam. „Het misverstand bijvoorbeeld dat er alleen verwaarloosbare veiligheidsproblemen zijn in het noordoosten.”

De negatieve geluiden uit Kabul worden in juli bevestigd door de post Berlijn. „Duitse regeringsfunctionarissen zeggen dat de dreiging in het noorden zich het afgelopen jaar heeft ontwikkeld van individuele zelfmoordaanslagen en ‘hit and run’-beschietingen tot ingenieuze hinderlagen, met gecoördineerde aanvallen met bermbommen en groepen van wel 50 rebellen.” In reactie daarop worden de Rules of Engagement van de Duitse troepen aangepast. Als een patrouille wordt aangevallen, is het voortaan Feuer frei.

Het helpt niet. In oktober meldt de Amerikaanse ambassade in Kabul dat het provinciale bestuur in Kunduz zijn toevlucht heeft genomen tot het „laatste redmiddel”: het inzetten van de milities van de lokale krijgsheren. „Dit zal waarschijnlijk ten koste gaan van formele instituties als de politie”, schrijft de ambassade.

Begin 2010

De inzet van irreguliere milities in Kunduz heeft hier en daar succes, meldt de ambassade Kabul in januari 2010. In het district Qala-e-Zal heeft een „goed gedisciplineerde strijdmacht” de veiligheid „aanzienlijk verbeterd”. De troepen van krijgsheer Naibi Milichi hebben zich volgens de Amerikanen bewezen „op een moment dat de opstandelingen in staat leken om een groot deel van de provincie Kunduz over te nemen.”