De prijs van regeren met een minderheid

Missie Kunduz

Het kabinet deed een reeks concessies om een Kamermeerderheid achter de missie in Kunduz te krijgen. Politiek is een spel van geven en nemen.

En weer een toezegging. En nog één. En daarna nog één. „Ja’’, klonk het, „we hebben goed gehoord wat de Kamer zegt’’. En: „We gaan een inspanningsverplichting aan.’’ Of: „Ik zeg dat toe.’’

Het regende gisteravond in de Tweede Kamer concessies van het kabinet. Woorden zijn niet zichtbaar, anders waren de Kamerleden van GroenLinks, D66 en ChristenUnie niet meer te zien geweest achter de stapels tegemoetkomingen.

Politiek is een spel van geven en nemen. Maar gisteren tijdens de eerste ronde van het debat over een nieuwe Nederlandse missie naar Afghanistan, was het van de zijde van het kabinet vooral geven. Niet eerder was de prijs van regeren met een minderheidskabinet zo goed te zien: de Tweede Kamer als openbare marktplaats. Met als voorlopig resultaat dat de eerder deze week nog zo ver weg lijkende parlementaire meerderheid voor de omstreden politietrainingsmissie naar Kunduz opeens weer een stuk dichterbij is gekomen.

De twijfels van GroenLinks en ChristenUnie die begin deze week uitgroeiden tot bezwaren, de vraagtekens van D66 – dankzij de toeschietelijkheid van het kabinet gisteren smolten ze allemaal als sneeuw voor de zon. Of het voldoende was, moet nog blijken.

Minister van Defensie Hans Hillen (CDA), gepokt en gemazeld op het Binnenhof, wist dat het zo zou gaan lopen. Toen hij gisteren vlak voor twee uur in de Tweede Kamer arriveerde, toonde hij zich tegenover journalisten optimistisch over de afloop van het debat: „Wij hebben een hele grote overtuiging, nu gaan we even kijken of we elkaar op het bruggetje kunnen ontmoeten”, zei de bewindsman.

Het grote bewegen begon dinsdagavond met een telefoontje van GroenLinks-fractievoorzitter Jolande Sap aan premier Mark Rutte. De daaraan voorafgaande 24 uur had de opvolgster van Femke Halsema het nieuws gedomineerd met haar groeiende weerzin tegen de politiemissie naar Afghanistan. Het werd allemaal te militair. Bovendien had ze grote twijfel over de veiligheid van het gebied waar de Nederlandse militairen en politietrainers naar toe zouden worden gestuurd.

Wat minder werd opgemerkt, was dat Sap het kabinet tegelijkertijd uitnodigde GroenLinks tegemoet te komen. Als het kabinet het eigen voorstel wilde aanpassen, bijvoorbeeld door de opleiding van politieagenten een minder militair maar meer civiel karakter te geven, viel er met haar te praten. In haar telefoontje aan Rutte wees Sap de premier erop dat hij in feite weinig keuze had. Geen veranderingen van het voorstel, geen meerderheid in de Kamer, zo simpel was het. Hij stond „met zijn rug tegen de muur’’, zei Sap.

Even later op dinsdagavond meldden D66-fractieleider Alexander Pechtold en ChristenUnie-collega André Rouvoet zich met soortgelijke telefoontjes. Het waren niet alleen waarschuwingen. Tevens lieten ze Rutte weten in welke richting het kabinet moest bewegen om de critici tegemoet te komen.

Daarmee lag de rolverdeling voor het eerste deel van het debat tussen Kamer en kabinet vast. GroenLinks, D66 en ChristenUnie ventileerden hun bezwaren. Het kabinet zou bij monde van ministers Hillen en Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) en staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) ruiterlijk aan die bezwaren tegemoet komen.

En zo verliep het dus ook, inclusief cliffhanger. Want in afwachting van een brief met alle toezeggingen op schrift werd het debat gisteravond om half twaalf opgeschort. Of voor de drie partijen op de wip de toezeggingen voldoende waren om in te stemmen, wilden ze nog niet zeggen. Daarvoor is de slotakte bedoeld, als de fractievoorzitters in het bijzijn van de premier hun eindoordeel geven.

Het geharnaste nee tegen de politiemissie is weg, nu het ja nog.