De kruistocht van Andrew Neil tegen de maffia van OxBridge

Het was sommigen opgevallen dat relatief veel leden van het kabinet-Rutte in Leiden hebben gestudeerd. Nu is Leiden geen ‘OxBridge’ en bestaat er in Nederland geen kleine elite van aan peperdure scholen en universiteiten opgeleide politici.

In welke mate dat wel het geval is in Groot-Brittannië valt te leren uit het programma dat BBC2 gisteren uitzond, Posher and Posher - Why Public School Boys Run Britain.

Gedurende een uur zagen we de Schotse journalist Andrew Neil op reportage in onder meer particuliere scholen als die van Westminster en Eton, en in gesprek met politici van diverse pluimage. Acht leden van de regering van David Cameron en Nick Clegg zijn oud-leerlingen van Eton en driekwart van het kabinet zou miljonair zijn. Ook in de schaduwregering van Labour maken inmiddels de OxBridge Boys de dienst uit, ten koste van bijvoorbeeld uit de vakbonden voortgekomen politici.

Denk nu niet dat Neil een linkse rakker is. Wij kennen hem vooral als commentator van Newsnight en tijdens verkiezingsuitzendingen van de BBC. Hij werkte ooit voor de Conservatieve Partij en was lang de favoriete hoofdredacteur van de reactionaire mediatycoon Rupert Murdoch.

Maar ook toen Neil het dagblad The Sunday Times leidde (1983-94), vormden aanvallen op de maffia van de public schools al een rode draad in de verslaggeving.

Hij neemt de kijkers mee naar zijn eigen middelbare school in het verre van welvarende Schotse stadje Paisley. Die is inmiddels opgehouden een grammar school te zijn, zeg maar ons gymnasium. Om de kansen van alle kinderen te verhogen werden die veelal opgeheven en veranderd in brede middenscholen. Maar wie die heeft gevolgd, vormt geen concurrentie meer voor de alumni van het parallelle onderwijstraject van de privéscholen en maakt weinig kans op een elite-universiteit terecht te komen.

Dat is ook Neils verklaring voor het fenomeen dat nu een kleine bovenlaag de touwtjes in zijn land weer even stevig in handen heeft als in de jaren vijftig onder Harold Macmillan.

Tussen 1964, toen Harold Wilson aan de macht kwam, en het aantreden van Tony Blair in 1997, waren alle Britse premiers wel opgeleid aan grammar schools, inclusief Tory-coryfeeën als Heath, Thatcher en Major.

Zoals Neil het samenvat: „Ergens rond de eeuwwisseling is de meritocratie gestorven, aan verwaarlozing en hypocrisie.” Het diversiteitsbeleid stimuleert nu wel de deelname aan de macht langs lijnen van geslacht, etniciteit en zelfs seksuele geaardheid, maar niet naar klasse.

Heeft een totaal andere samenleving als de onze, waar niemand het zich kan permitteren om te pochen over zijn afkomst en opleiding, ook boodschap aan dit betoog?

Ogenschijnlijk niet, want in een land waar universiteiten niet eens op prestaties mogen selecteren, laat staan op geld of achternaam, is de meritocratie nooit goed en wel begonnen. Of die totale nivellering beter werkt, dat is weer een andere kwestie.