Chernysheva maakt kunst van de gewone Rus

Realisme is in Rusland traditioneel de schilderstijl van de macht. Olga Cherny-sheva gebruikt het om het het leven van ploeterende doorsneemensen te tonen.

To Moscow (video, 2010)

Ze loopt door de straten van Moskou, schildert hoe vuilnismannen met afvalbakken sjouwen. Ze ziet sneeuwruimers, levende reclameborden die voorbijgangers lokken naar schimmige vertaalbureautjes, mensen die met uitpuilende boodschappentassen zeulen, hun hoofden weggedoken in de kraag van hun jas. Ze doorkruist de immense rafelranden van Moskou en vindt tussen de smeltende sneeuw immigranten uit Centraal-Azië, gekleed in te dunne, pseudohippe sportjasjes. Ze wachten op – ja, op wat? Ze vertrekt naar plekken buiten Moskou en ziet hoe de mensen verlangen om niet hier te zijn maar daar, in Moskou, ergens anders waar het beter, spannender, vol leven is.

Wat dat betreft doet het werk van de Russische beeldend kunstenaar Olga Chernysheva (1962) denken aan de toneelstukken van Tsjechov, met doorsneemensen vol verlangen, die dankzij het talent van de schrijver tot schittering werden gebracht. Wie Chernysheva, in 1995 en 1996 werkzaam op de Amsterdamse Rijksakademie, nog niet kende, heeft nu het geluk om haar uitgebreid in het Utrechtse BAK te zien.

De Roemeense tentoonstellingsmaker Cosmin Costina stelde een solotentoonstelling samen met kunstwerken uit de afgelopen tien jaar. Dat werk is divers: van fragiele aquarellen van gewone Russen op straat, tot video-installaties op muziek, van diapresentaties tot levensgrote portretfoto’s in serie. Al deze werken hebben iets met elkaar gemeen: ze verhouden zich nadrukkelijk tot de realistische traditie in de kunst.

Die stellingname is zeker in het nieuwe Rusland niet vanzelfsprekend voor een kunstenaar die voor de val van de Muur naar de academie ging. In de oude Sovjet-Unie was kunst socialistisch-realistisch, en anders was zij niet. En ook in het prerevolutionaire, tsaristische Rusland voerde realisme de boventoon. Realisme was de taal van de machthebbers.Dus keerden veel kunstenaars zich na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie van die taal af en kozen voor abstracte, conceptuele en meestal uiterst kritische kunst.

Zo niet Chernysheva. Haar onderwerp is de huis-tuin-en-keuken-wereld van de gewone Rus, die het moet zien te redden in een samenleving die bol staat van wreedheid en corruptie. Waar halen de bewakers van de koopparadijzen die aan de Moskouse prospekten uit de grond zijn gerezen hun trots vandaan? Chernysheva vroeg het zich af en legt de mannen vast in levensgrote, staande, zwart-wit portretten (Guard, 2009). Wie zijn de loketbeambten die de luikjes altijd net dichtschuiven als jij aan de beurt bent om een metrokaartje te kopen? Chernysheva fotografeert ze On Duty (2007), als symbolen van een wereldrijk in verval: met opgepoetste uniforms en gezichten die soms ongezond vettig glanzen. Waar denken ze aan? Waar dromen ze van?

Ook voor zoiets tuttigs als de aquarel haalt Chernysheva haar neus niet op. In de serie Citizens (2009-2010) schildert ze niet de nieuwe machthebbers, niet de nieuwe rijken, maar de voorbijgangers, de arbeiders, de ploeteraars in de sneeuw. Die figuren staan met opzet geïsoleerd op het witte papier. Hun omgeving is blank. Het is alleen zij, hun figuur en verder niets, dat ze kwetsbaar maakt.

Chernysheva bouwt verbeeldingsvol verder op de taal van het realisme, die ook schilders als Courbet of Repin in de negentiende eeuw gebruikten. Maar ze giet die taal wel in een hedendaags jasje. Dat jasje is gemaakt van modern materiaal (video, fotografie), heeft een onnadrukkelijke snit en is niet boodschapperig van toon.

Een prachtig voorbeeld daarvan is de film Train, die al uit 2003 dateert. Op pianomuziek van Mozart zweeft een camera door een rijdende trein. Die wagons zijn nu eens afgeladen vol, dan weer nagenoeg leeg. De trein is oud en versleten, de banken zijn hard, je moet rukken om de klemmende deuren tussen de verschillende wagons open te krijgen. Gezichten keren zich naar de camera toe en er weer vanaf. Een coupé wordt een gang, wordt een restauratierijtuig met gedempt licht, een eersteklas coupé, een schamele derdeklascoupé en weer een gang. Ruimtes zijn kunstig aan elkaar gemonteerd, verschillende tijden van de dag lossen naadloos in elkaar op. Er worden gedichten geciteerd, een man speelt accordeonmuziek, er zijn duur geklede reizigers maar ook arme sloebers.

In het slotbeeld van deze ruim zeven minuten film verdwijnt de laatste wagon uit het zicht. Er zijn rails, er zijn bomen, het is koud, de mensen trekken verder. Chernysheva slaagt erin grote poëzie onnadrukkelijk weer te geven.

Olga Chernysheva – In the Middle of Things. In BAK, Lange Nieuw-straat 4, Utrecht. T/m 27 maart. wo-za 12-17, zo 13-17 uur. *****