Ari Deelder: 'Ik wil niet kiezen'

Geboren in de jaren 80, kind van beroemde ouders, nu zelf actief. Portret van een generatie, deel 1

Ari Deelder (1985) deed na de havo een half jaar de Rietveld Academie en een jaar de Filmacademie. In 2007 maakte ze haar eerste korte film Niks tegen Kees zeggen, naar een verhaal van Jules Deelder. Ze zette onlangs haar eigen theatergroep op, Schöne Welt. Nu maakt ze haar eerste lange film: Toegetakeld door de liefde, naar een boek van Aat Ceelen. Die gaat in première op het International Film Festival Rotterdam van 2012. Daarnaast draait ze plaatjes en doet ze het management van haar vader: dichter en schrijver Jules Deelder.

„Ik had wat lijntjes uitgezet en al die lijntjes werden ook wat. Ik mocht onder begeleiding van een coach op het Binger Filmlab in Amsterdam aan mijn filmscript werken. Met dat filmscript werd ik uit veertig inzenders gekozen door het Rotterdam Filmfonds om voor twee ton mijn eerste lange speelfilm te maken. Misschien dat de inzending met de naam Deelder bovenaan de stapel is gekomen, maar ze moeten het ook lezen. En dan moet het goed zijn, anders staan ze ook voor lul. Als ze geld geven aan een film die kut is.

„Het gaat over een man die verliefd wordt op zijn trambestuurster, maar dan wordt de tramlijn opgeheven. De film moet binnen een jaar af. Ondertussen heb ik met een kennis onze eigen theatergroep opgericht. De eerste voorstelling, Ieder het Zijne, heeft Jules geschreven. O ja, en ik was kerstboom op de Winterparade. Liep ik met een piek op m’n hoofd over een 120 meter lange tafel.

„Daarvoor was ik een tijdje, een jaar of twee, niet zo happy. Ik had liefdesverdriet. Ik had nergens zin in en als ik dan iets tekende, bijvoorbeeld, vond ik het lelijk. Anderen zeiden: nee joh, het is mooi. Echt niet, rot op. Vind ik het lelijk, dan vind ik het lelijk. Dan ga ik er niet mee naar buiten. In die periode heb ik bedacht wat ik wel en niet wilde. Daarvoor zei ik tegen alles ja en ik wilde graag aardig gevonden worden. Dat wil ik nog steeds wel, maar minder. Ik heb wel wat beters te doen, denk ik nu. En ik wil me niet meer zo druk maken om mensen die altijd zitten te zeiken. Vroeger dacht ik: dat zijn zeikerds en die vinden alles kut, maar als ik goed genoeg ben dan vinden ze mij leuk. Dat heb ik niet meer. Via mijn ouders heb ik de kunstwereld leren kennen en weet ik hoe ontzettend leuk die is. Ik krijg veel inspiratie van hun werk. Als ik een verhaal lees van Jules zie ik er een film in en als ik een theaterdecor zie van AMC [van Anne Marie Carolina, voorletters van haar moeder, red.] zie ik daar een verhaal bij. Ik kan het niet alleen als dochter, maar ook als persoon goed met Jules en AMC vinden. Ik leg vaak dingen van mijn werk aan ze voor. En dat doen zij ook bij mij. Ze deden dat altijd al bij elkaar, maar nu ik ouder word, hoor ik er ook bij. We zijn elkaars eerste publiek. Ik wil niet een keuze maken in wat ik doe. Dat heb ik vooral van AMC geleerd. Zij is schilder, maakt de covers voor Jules’ boeken en cd’s en ontwerpt theaterdecors. Ik ben net als zij visueel ingesteld. Qua innerlijk ben ik echt een product van beiden.”

Marleen LUIJT