Anarchie en geweld

De noordelijke provincie Kunduz valt echter moeilijk te vergelijken met de provincie Uruzgan in het zuiden.

Kunduz heeft bijvoorbeeld internet.

Op 11 maart 2009 hield minister van communicatie Amir Zai Sangin de nieuwe glasvezelkabel voor Kunduz-Stad plechtig ten doop. Ook de Amerikaanse ambassade in Kabul vond het een belangwekkende gebeurtenis. „De groei van de infrastructuur voor telecommunicatie in het noorden, met zijn betrouwbare mobiele netwerk en talrijke internetcafés, is een succesverhaal”, meldde de ambassade aan het State Department in Washington.

Maar de Afghaanse provincie Kunduz is geen Overijssel. In september 2009 kwamen meer dan honderd Afghaanse burgers om het leven toen Duitse militairen een luchtaanval lieten uitvoeren op twee tankauto’s die waren gestolen door de Talibaan.

Vandaag beslist de Tweede Kamer of het akkoord gaat met een politietrainingsmissie van 545 militairen naar Kunduz. De missie is niet zo gevaarlijk als de vorige in Uruzgan. „Het geweldsniveau in het noorden”, schreef het kabinet, „is laag in verhouding met dat in het zuiden”. Toch is ook in het noorden van Afghanistan de veiligheid achteruit gehold. Tussen 2007 en 2009, zo schreef het kabinet, is het aantal geweldsincidenten ieder jaar verdubbeld. En in 2010 is die „stijging” van het geweld afgenomen. Toch: Kunduz wordt met de dag gevaarlijker.

Vertrouwelijke ambtsberichten van de Amerikaanse diplomatieke dienst, die in bezit zijn gekomen van nrc.next, NRC Handelsblad en RTL Nieuws via de Noorse krant Aftenposten, illustreren de achteruitgang. De berichten laten zien hoe een van de rustigste regio’s van Afghanistan de afgelopen jaren langzaam is afgegleden naar anarchie en geweld.

2007

Begin 2007 schrijft de Amerikaanse ambassade over de veiligheidssituatie in het noordoosten van Afghanistan als over het weer: „Relatief kalm”, met slechts „sporadische criminele of terroristische aanvallen”.

NAVO-militairen en vertegenwoordigers van internationale hulporganisaties kunnen zich „vrij” verplaatsen door het gebied. De belangrijkste bedreigingen zijn criminele krijgsheren en de corruptie van de lokale regering. Een groot gedeelte van de bestuurders, schrijven de Amerikanen, is nauw betrokken bij criminele activiteiten, zoals drugshandel, het smokkelen van wapens en brandstof en afpersing. Voordeel is wel dat ze de krijgsheren de Talibaan buiten de deur houden. Terrorisme, schrijft de ambassade, „wordt beschouwd als slecht voor Afghanistan en slecht voor de (illegale) handel.”

Maar het evenwicht is precair. De Amerikaanse ambassadeur Ronald Neumann waarschuwt begin 2007 dat de „huidige stabiliteit in het noorden” vooral moet worden toegeschreven aan het „het ontbreken van een georganiseerde opstand, zoals van de Talibaan in het zuiden.”

In de loop van het jaar gaan de Talibaan in de aanval. Op 16 april vindt de eerste zelfmoordaanslag plaats in Kunduz. Negen Afghaanse politieagenten komen om. Het incident, meldt de ambassade, „is de zwaarste aanval van opstandelingen in het noordoosten sinds de val van het Talibaanregime in 2001.” De provincie Kunduz is gevoelig voor Talibaaninvloed, want ze heeft voor het noorden een relatief hoog percentage Pashtun (36 procent) – de stam die in het zuiden en oosten domineert, en de meeste sympathie koestert voor de Talibaan. In 2001 waren veel van die Pashtun Kunduz ontvlucht. Hun terugkeer, zo schrijft de ambassade, versterkt de Talibaan-achterban. In mei 2007 sneuvelen drie Duitse ISAF-militairen door een zelfmoordaanslag. Het kamp van de Duitsers wordt steeds vaker beschoten met raketten.

In december meldt de Amerikaanse ambassade in Kabul toch nog dat Kunduz „aantoonbare voortgang heeft geboekt” op het gebied van veiligheid, ontwikkeling en bestuur. „Hoewel het aantal zelfmoordaanslagen, raketbeschietingen en aanvallen met bermbommen is gestegen”, zegt de ambassade er bij.

2008

Het „positieve verhaal” van Kunduz wordt steeds vaker overschaduwd door berichten over geweld. In april 2008 meldt de ambassade in Kabul „significante stijging van activiteiten van de opstandelingen”. In oktober meldt de Amerikaanse ambassade in Berlijn dat de veiligheidssituatie in Kunduz volgens de Duitsers „aanzienlijk is verslechterd”. Als reactie stuurt de Duitse regering steeds meer troepen. Tussen 2007 en 2010 zal het aantal Duitse militairen in Afghanistan stijgen van 3.500 tot ruim 5.300.

De versterkingen gaan gepaard met een agressiever optreden van Duitse militairen in het gebied – wat de Amerikanen tevreden stemt. „Het Duitse militaire bevel (…) begrijpt dat voor deze proactieve houding een grotere sneuvelbereidheid noodzakelijk is”, schrijft de post Kabul.

Toch verbetert de situatie niet. „Steeds beter georganiseerde en steeds dodelijkere aanvallen van opstandelingen hebben de zenuwen van regeringsfunctionarissen danig op de proef gesteld.”

2009

In mei 2009 reizen medewerkers van de Amerikaanse ambassade naar Kunduz. Ze sturen een somber verslag naar Washington. Het wordt tijd dat een aantal „misverstanden” over Kunduz worden opgehelderd, schrijft het ambassadeteam: „het misverstand bijvoorbeeld dat er alleen verwaarloosbare veiligheidsproblemen zijn in het noordoosten.”

Raketaanvallen op de Duitse basis, tijdens een Amerikaans bezoek, baren de Amerikanen minder zorgen dan de „doorziekende situatie” in het district Chahar Darrah, even verderop. Zeer alarmerend omdat de dorpen op „nog geen steenworp afstand” liggen van de weg van Kabul naar Tadzjikistan – een belangrijke bevoorradingsroute voor de ISAF-troepen.

De negatieve geluiden uit Kabul worden in juli bevestigd door de post Berlijn. „Duitse regeringsfunctionarissen zeggen dat de dreiging in het noorden zich het afgelopen jaar heeft ontwikkeld van individuele zelfmoordaanslagen en ‘hit and run’-beschietingen tot ingenieuze hinderlagen, met gecoördineerde aanvallen met bermbommen en groepen van wel 50 rebellen.” In reactie daarop worden de Rules of Engagement van de Duitse troepen aangepast. Als een patrouille wordt aangevallen, is het voortaan Feuer frei.

Het helpt niet. In oktober meldt de Amerikaanse ambassade in Kabul dat het provinciale bestuur in Kunduz toevlucht heeft genomen tot het „laatste redmiddel”: het inzetten van de milities van de lokale krijgsheren. „Dit zal waarschijnlijk ten koste gaan van formele instituties als de politie”, schrijft de ambassade.

Begin 2010

De inzet van irreguliere milities in Kunduz levert een gemengd beeld op, meldt de ambassade Kabul in januari 2010. In het district Qala-e-Zal heeft een „goed gedisciplineerde strijdmacht” de veiligheid „aanzienlijk verbeterd”. De troepen van krijgsheer Naibi Milichi hebben zich volgens de Amerikanen bewezen „op een moment dat de opstandelingen in staat leken om een groot deel van de provincie Kunduz over te nemen.”

De Duitsers hopen intussen dat het versneld opleiden van rekruten voor het Afghaanse politie en leger de situatie kan verbeteren. De Duitsers vragen al langer om een politietrainingsmissie onder de vlag van de Europese Unie – de missie waaraan het kabinet nu een bijdrage wil leveren.