Zzp'ers zoeken een bed

Het gaat beter met de zzp’ers in Nederland, maakte het CBS onlangs bekend.

Maar voor sommige zelfstandige ondernemers komt dit herstel te laat.

Zijn werkschoenen met stalen neuzen heeft hij nog aan. „Die komen goed van pas met dit weer.” Frans Ponsen (43) was jarenlang zelfstandig ondernemer, maar in juni 2010 ging zijn timmermansbedrijfje failliet. Nu is hij dakloos.

Wat gebeurde er? „Ik kreeg al een tijd veel te weinig opdrachten en in 2010 kon ik mijn verzekeringen niet meer betalen”, vertelt Ponsen. „Ik dacht toen nog dat het wel weer goed zou komen als de economie weer aan zou trekken. Maar daar heb ik niet meer op kunnen wachten.”

Vorige maand maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CSB) bekend dat het weer beter gaat met de zzp’ers. Zij profiteren van de herstellende economie. Meer mensen durven weer te kiezen voor een eigen bedrijf en de cijfers van het CBS tonen dat het inkomen van zelfstandigen voor het eerst sinds jaren weer is gestegen.

Maar voor een kleine groep komt het herstel te laat. „In 2009 kregen zelfstandigen harde klappen”, zegt econoom Michiel Vergeer van het CBS. Dat is ook terug te zien in de cijfers: het inkomen van zelfstandig ondernemers daalde dat jaar met 12 procent en de koopkracht met 5 procent. „Dat is erg veel. Als er dan geen vet op de botten zit, kun je hard vallen als ondernemer. En omdat er wat tijd overheen gaat voor je eenmaal dakloos bent, komen deze gevallen nu pas aan het licht.”

Hoeveel dakloze zzp’ers er in Nederland zijn, is niet bekend. De sociale diensten en hulporganisaties registreren het beroep van hun cliënten niet. Bovendien hebben zelfstandig ondernemers meestal een groot sociaal vangnet, waardoor ze minder snel als dakloos geregistreerd komen te staan. Dat terwijl ze soms al maanden bij vrienden of familie logeren.

In nachtopvang Havenzicht in Rotterdam vragen negen voormalige zelfstandig ondernemers regelmatig om een bed. Coördinator Edwin Christina weet dat het in de regio Rotterdam om enkele tientallen gaat. In Utrecht en Amsterdam ligt de schatting eveneens op enkele tientallen. Vergeer van het CBS benadrukt dat het om excessen gaat. „Je raakt in Nederland niet makkelijk je huis kwijt. Dat gebeurt alleen als problemen zich opstapelen. Achter elke dakloze ex-ondernemer schuilt vermoedelijk een persoonlijk drama.”

Ponsen zit aan een tafel in de recreatieruimte van het opvangcentrum. In vergelijking met de andere daklozen ziet hij er verzorgd uit. Zijn haar is kort en zijn baard geschoren. Hij draagt een warme blauwe trui en een versleten spijkerbroek. „Dit is alles wat ik nog heb”, zegt hij zwaarmoedig. Toen hij voor het eerst zijn rekeningen niet meer kon betalen, had hij nooit gedacht dat het zo ver zou komen. „Ik had misschien geen reserves, maar ik was wel verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Ik bouwde zelfs een pensioen op.”

Wie als zzp’er geen opdrachten meer krijgt, heeft geen recht op een WW-uitkering. De zelfstandige moet dan op zijn reserves teren totdat hij of zij onder bijstandsniveau leeft. Dan pas zijn er mogelijkheden tot tijdelijke financiële hulp. „Er wordt goed naar de cijfers gekeken en een onafhankelijke commissie moet een advies uitbrengen”, verklaart een woordvoerder van de afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam. Alleen als het bedrijf niet levensvatbaar blijkt, heeft de ondernemer recht op tijdelijke bijstand. Het duurt dan nog ongeveer dertien weken voordat het geld wordt overgemaakt. Voor de zzp’ers die dakloos worden, duurt dit vaak te lang.

Christina beschouwt de zelfstandigen als een nieuwe doelgroep. „Deze nieuwe daklozen zijn vaak hoogopgeleid en hebben een goed netwerk. Ze komen hier alleen slapen als ze niet bij familie of vrienden terechtkunnen. Door schuldeisers en deurwaarders kunnen ze zich nergens permanent inschrijven en zijn ze dus gedwongen om dakloos te zijn.”

Het huwelijk van timmerman Ponsen kon de druk van de financiële problemen niet aan. Hij belandde op straat, omdat het huis op naam van zijn ex-vrouw stond. „Ik had niets meer, alleen schulden.” Nu slaapt hij bij vrienden op de bank of met acht man op een zaaltje op een veldbed waarvan het matras is overtrokken met ruw groen plastic. Af en toe kan hij douchen en drie keer per week krijgt hij - als hij er op tijd bij is - een warme maaltijd.

„De ondernemersgeest zit nog altijd in me. Ik wilde hard werken, zodat ik mijn leven weer op de rails zou krijgen.” Eerst deed hij dat in de metaalindustrie. Toen dat te zwaar bleek, werd hij schoonmaker. Maar in de daklozenopvang sliep hij zo slecht, dat hij op zijn werk instortte. Nu staat hij op de wachtlijst voor een studio van een hulporganisatie. „Als ik weer een adres heb, kan ik weer administratieve zaken regelen. En misschien op een dag wel weer een eigen bedrijf beginnen.”