Zware industrie wil Green Deal

De zware industrie wil verduurzamen. Verfbedrijf AkzoNobel en zinksmelter Nyrstar hebben daarvoor een ‘groen’ plan opgesteld. Minder energie, maar wel met steun van de regering.

Een werknemer in een zinkfabriek van het Belgische Nyrstar in Budel-Dorplein, Brabant. Foto Rien Zielvold budel zinkfabriek foto rien zilvold

Twee gloeiend hete blokken zink vallen uit een mal op een plaat. Ze schuiven in een waterbad, om af te koelen. Vlak daarna vallen weer twee blokken. En weer. Klonk, klonk ... klonk, klonk.

Het gaat in een stevig tempo. De productie is nog nooit zo hoog geweest bij de zinksmelterij in Budel-Dorplein, vertelt productiemanager Guido Janssen. De fabriek is onderdeel van het Belgische concern Nyrstar, ’s werelds grootste zinkproducent.

Toch loopt Janssen met gemengde gevoelens door de fabriek. De productie van zink kost veel energie. Eén procent van alle stroom die Nederland jaarlijks verbruikt gaat naar de smelterij. En de verwachting is dat prijzen voor gas en stroom zullen stijgen de komende jaren. Wat zeker omhoog gaat zijn de kosten voor het uitstoten van CO2, als gevolg van strenger wordend Europees klimaatbeleid.

Niet alleen Nyrstar kijkt tegen dit probleem aan, maar alle bedrijven in Nederland die veel energie nodig hebben, zegt Pieter Verberne, directeur Energie bij verf- en chemieconcern AkzoNobel. Daarom hebben hij en Janssen een plan bedacht, samen met de stichting Energie Dialoog Nederland, die de discussie over de toekomstige energievoorziening van Nederland probeert aan te zwengelen. Het is een ‘groen’ plan. Volgens Verberne past het prima in de Green Deal waarover het kabinet-Rutte spreekt in het Regeerakkoord.

Het plan voorziet in meer duurzame energie, een verlaging van de CO2-uitstoot, en een langdurig stabiele energieprijs voor de industrie. Dat laatste is belangrijk, zegt Verberne. Gas- en stroomprijzen schommelen de laatste jaren flink heen en weer, en zullen dat naar verwachting blijven doen. Bedrijven als AkzoNobel en Nyrstar kunnen die schommelingen moeilijk doorberekenen aan de klanten. Zo wordt de prijs van zink bepaald aan de Londense metaalbeurs, de London Metal Exchange.

De deal tussen zware industrie en overheid vraagt wel financiële steun, en het huidige kabinet is geen voorstander van subsidies. Maar Janssen zegt dat hun plan goedkoper uitpakt dan de nieuwe subsidieregeling voor duurzame energie, de SDE-plus, waarvoor jaarlijks 1,5 miljard euro beschikbaar is. „Premier Rutte kan besparen op die subsidie”, zegt Janssen.

Het plan is in eerste instantie uitgewerkt voor de zinksmelterij in Budel-Dorplein en de chloorfabriek van Akzo in de Botlek – bij de productie van chloor bestaan de kosten voor 60 procent uit energie. Mocht het kabinet het initiatief omarmen, dan kunnen meer bedrijven zich erbij aansluiten. Verschillende chemie- en metaalbedrijven hebben zich al gemeld, zegt Verberne. Het zou een grote stap zijn als de zware industrie verduurzaamt. De industrie als geheel verbruikt ongeveer eenderde van alle stroom in Nederland. Voor alleen de zware industrie – dat zijn de metaal- en chemiebedrijven – ligt dat aandeel op circa 15 procent.

Het plan werkt zo. Nyrstar en AkzoNobel nemen voor een periode van twaalf jaar elektriciteit af, tegen een vaste prijs. Wat die prijs moet zijn, daarover valt te onderhandelen, zegt Verberne. Hij accepteert zelfs een prijs die boven de huidige marktprijs ligt. Als die over een periode van tien jaar maar concurrerend is.

De twee bedrijven zijn met Eneco overeengekomen dat het energiebedrijf een biomassacentrale, talloze windmolens en een warmtekrachtcentrale bouwt – dat is een extra zuinige gascentrale, die behalve stroom ook warmte levert.

In zijn huidige opzet vraagt het plan een overheidssubsidie van 152 miljoen euro. Als dezelfde hoeveelheid stroom geproduceerd moet worden binnen de regeling SDE-plus, kost dat 158 miljoen euro, zo berekenden Janssen en Verberne. De analyses zijn gecontroleerd door Ecofys en ECN, instellingen die de overheid geregeld adviseren op gebied van energie.

Het prijsverschil zit ’m onder meer in de warmtekrachtcentrale. Die draait op gas, en dat is goedkoper dan duurzame energie. Strikt genomen is gas niet duurzaam, maar een warmtekrachtcentrale is wel zuiniger dan normale gascentrales, waarvan Nederland er relatief veel heeft. In die zin draagt hij bij aan de overheidsdoelstellingen om energie te besparen, en om de uitstoot van CO2 te verminderen. Warmtekrachtcentrales komen nu niet in aanmerking voor subsidie. Er zou een aparte regeling voor nodig zijn, naast de SDE-plus. Het is de vraag of het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie daarvoor voelt.

Janssen heeft goede hoop. Hij loopt door een hal met lange rijen bakken. Hier wordt de zink gemaakt, vertelt hij, via een elektrochemisch proces. De zink stroomt in opgeloste vorm langs kathodes en slaat daar op neer, als een dunne laag. In een volgende hal wordt die laag er mechanisch afgekrabd. De zinkplaten gaan in de smelter en komen er als blokken weer uit, variërend in gewicht van 25 tot 4.000 kilo.

De blokken van 25 kilo blijven in rap tempo uit de mal vallen, en schuiven het waterbad in. Klonk, klonk. Janssen praat er met liefde over. „Kijk eens hoe mooi ze glimmen, die zinkbroodjes.”