Wangedrag van de overheid: de Chinees L. en de twee monden van de minister

De vorige minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin (CDA), is door de Nationale Ombudsman alsnog op de vingers getikt. Hij heeft zich onbehoorlijk gedragen tegenover L., een Chinees die in 1999 op 13-jarige leeftijd als  alleenstaande minderjarige asielzoeker in Nederland aankwam, zegt Alex Brenninkmeijer. Het relaas van L., die volgens de overheid niet onder het generaal pardon

Foto Roel RozenburgFoto Roel Rozenburg

De vorige minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin (CDA), is door de Nationale Ombudsman alsnog op de vingers getikt. Hij heeft zich onbehoorlijk gedragen tegenover L., een Chinees die in 1999 op 13-jarige leeftijd als  alleenstaande minderjarige asielzoeker in Nederland aankwam, zegt Alex Brenninkmeijer. Het relaas van L., die volgens de overheid niet onder het generaal pardon valt en volgens de ombudsman wel.

L., op 1 december 1985 in China geboren, arriveerde op 2 mei 1999 als 14 jarige zonder identiteitspapieren in Nederland. Hij kreeg een verblijfsvergunning voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). Voordat deze vergunning verstrijkt diende L. een nieuwe verblijfsaanvraag in. Maar toen hij begreep dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn terugkeer naar China aan het voorbereiden was, kwam hij zich niet meer wekelijks melden. De IND boekte hem af met het stempel ‘met onbekende bestemming vertrokken’.

Het gevolg was dat L. geen onderdak of inkomen meer had. Daarop gaat hij ‘om te kunnen overleven’ in een restaurant werken. Later zegt hij dat hij geen andere keus had. Hij wilde liever werken dan te moeten stelen. Bij zijn sollicitatie in het restaurant legitimeert hij zich echter met het paspoort van een vriend. Kort daarna wordt hij al bij een controle in het restaurant opgepakt door de vreemdelingenpolitie. Op 25 januari 2005 veroordeelt de politierechter in Zwolle hem tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen vanwege het gebruik van een reisdocument dat niet van hem is.

Deze dertig dagen celstraf doen hem de das om. Door deze veroordeling krijgt hij geen verblijfsvergunning in het kader van de generaal pardonregeling, die op 15 mei 2007 in werking trad. Vreemdelingen met een gevangenisstraf van dertig dagen of langer werden namelijk beschouwd als een gevaar voor de openbare orde. Daarop dient L. een verzoek tot gratie  bij de koningin, waarin hij spijt betuigt en uitlegt hoe hij tot zijn daad was gekomen. Dat verzoek belandt bij de minister van Justitie en wordt ook gehonoreerd. Het staatshoofd laat L. weten dat zijn straf  volledig is kwijtgescholden. De rechter die hem had veroordeeld vond achteraf ook dat de straf te zwaar was, nu de omstandigheden bekend zijn. L. was juist tot het strafbare feit gekomen door een situatie die achteraf aanleiding was voor de generaal pardonregeling.

Nu zou L. wél in aanmerking komen voor de generaal pardonregeling, zou je zeggen. Al was het maar omdat Hirsch Ballin als minister én verantwoordelijk was voor het generaal pardon én voor de onvoorwaardelijke gratie die aan L. werd verleend. Toch oordeelde de minister dat de Chinees nog altijd geen aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning. “De gratieverlening maakt geen verschil voor de toepassing van de pardonregeling”. Ook de vreemdelingenrechter zou het daarmee eens zijn.

Je reinste kafka, zo kan het oordeel van ombudsman Brenninkmeijer worden getypeerd. Het gratiebesluit wekte immers ‘de stellige indruk’ dat daarmee een obstakel voor de pardonregeling was opgeruimd. Een vreemdelingenrechter heeft bovendien na een verleende gratie niets meer te zeggen over de eventuele beperkte werking ervan. En dat geldt ook voor de reikwijdte van het generaal pardon. In beide beslissingen heeft de minister een eigen ruimte. Je kan niet eerst gratie verlenen en daarna een pardon weigeren, terwijl met de gratie juist is voldaan aan de voorwaarden voor het pardon. En dus was volgens de ombudsman de minister `verantwoordelijk voor twee aan elkaar tegengestelde beslissingen. […] De (voormalige) minister van Justitie heeft met twee monden gesproken en daardoor gehandeld in strijd met het rechtszekerheidsvereiste.’ Brenninkmeijer concludeert: ‘De gedraging van de (voormalige) minister van Justitie is niet behoorlijk.’

De Nationale Ombudsman adviseert de huidige minister van Immigratie en Asiel, Gerd Leers (CDA), om L. alsnog een vergunning te geven. Lees hier het volledige rapport 20110014.

Update 22 maart Volgens reactie 12, zie hieronder, heeft de minister dat sindsdien inderdaad gedaan.

Wat vindt u - klopt de logica van de Ombudsman, of die van de minister?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.