Vertrouwen in kabinet, geen fiducie in superministerie

Bedrijven vertrouwen op kabinet-Rutte, maar vrezen meer overheidsbemoeienis.

Het vertrouwen in het nieuwe kabinet is groot bij de bestuurders van grote en middelgrote ondernemingen. Maar ze hebben weinig verwachtingen van het nieuwe superministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Zeven op de tien bestuurders zegt vertrouwen te hebben in het kabinet, waarbij de doelstellingen het meest als reden worden opgeheven. „Sterke bewindslieden, die zich minder door de waan van de dag zullen laten leiden”, zegt een directeur uit de financiële sector. Anderen gebruiken kwalificaties als „stabiel”, „daadkrachtig”, „heldere communicatie” en „besluitvaardig”.

De bestuurders die geen vertrouwen hebben in het nieuwe kabinet – de overige 30 procent – vrezen vooral de instabiliteit, doordat VVD en CDA afhankelijk zijn van de gedoogsteun van de PVV, en het populisme van diezelfde PVV. „Een kabinet dat zo op eieren moet lopen, kan niet flexibel genoeg zijn voor de tijd waarin we leven”, zegt een bestuurder van een zakelijke dienstverlener.

Een enkeling moet helemaal niets hebben van de samenwerking met de PVV: „De PVV is een bende opportunisten. Schande om daar zaken mee te doen”, reageert een bestuursvoorzitter van een ict-bedrijf.

Ook zijn er twijfels over het economisch beleid. „Ze lopen met een grote boog om de hervormingsagenda voor de arbeidsmarkt heen”, zegt Louwrens Dijkstra van industrieel bedrijf Hyva.

In het nieuwe superministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zien de bestuurders weinig. Slechts een kwart heeft er vertrouwen in dat dit ministerie de belangrijke rol kan waarmaken die het kreeg in de Regeringsverklaring om innovatie, kennisontwikkeling en de ondernemingslust te stimuleren.

„Ik kan die lage verwachtingen wel begrijpen”, zegt bestuursvoorzitter René van der Bruggen van Imtech. „Dat komt door de ervaring met het vorige kabinet. Op economisch vlak gebeurde er helemaal niets. Ik was lid van een stuurgroep van Economische Zaken en dat was een dood vogeltje. Ik weet niet of het nu beter zal worden. Het is wel duidelijk dat het superministerie nog niet op stoom is gekomen.”

Van het innovatiebeleid verwacht bijna de helft weinig. . Ook stimulering van het onderwijs en de arbeidsmarkt worden door vier op de vijf bestuurders niet verwacht van dit ministerie.

Opvallend is dat een ruime meerderheid een toenemende invloed van de overheid verwacht bij dit rechtse kabinet. Slechts een op de zeven bestuurders denkt dat de overheidsinvloed op de eigen bedrijfstak afneemt.

„Je moet daarbij ook de impact van maatregelen uit Brussel meerekenen”, zegt bestuursvoorzitter Jeroen Drost van zakenbank NIBC. „Na een crisis als deze wordt de behoefte van overheden om te controleren en reguleren alleen maar groter. Dat is logisch. En dat geldt nu zeker voor de financiële sector.”