Van de tap naar de Kuip

KRO Profiel: René FrogerNed. 2, 23.00 - 23.40 uur

Hij is de zanger tussen rookworst en kaviaar. René Froger wordt geboren in de Amsterdamse Jordaan. Hij groeit op in het café van zijn ouders, Bolle Jan en Mien Froger. Hij ontdekt de microfoon en is een succes. Met bussen tegelijk reist het publiek af naar de Amsterdamse kroeg. Waar hij wordt ontdekt door John van Katwijk, die hem van café- tot Carré-artiest probeert te transformeren. Want de zanger moet van de pleinen af, vindt Van Katwijk. Het wordt de Kuip.

In dit KRO Profiel komt de carrière van de vijftigjarige zanger in rap tempo voorbij. Een erg rap tempo. Onderwerpen worden aangestipt, niet uitgediept. De kijker leert dat Froger enorm bijgelovig is (niet fluiten in de kleedkamer; doet iemand dat wel dan moet hij twee rondjes tegen de klok in draaien, en tegen de deur schoppen), dat hij de dood van zijn ouders nog steeds niet heeft verwerkt, soms nachten niet slaapt, en dat hij ‘een enorme draak kan zijn’ als de organisatie niet loopt zoals hij dat wil. Froger is zo perfectionistisch dat hij het liefst het verkeer wil regelen tot aan de Kuip. En daarover wil je méér weten. Want hoe koppig is hij dan? Wat was de band met zijn ouders? En hoe zit het met de breuk tussen hem en tekstschrijver John van Katwijk, waarover Froger niet wil praten?

Dit profiel blijft steken in oppervlakkigheden. Jack van Gelder vertelt dat hij het meest van Frogers ballads houdt: „Dan hoor ik mijn vriend.” Zijn zussen vinden dat hij lef heeft. En zijn vrouw noemt hem een straatvechter.

Zijn geheim kom je niet te weten. Of is het zo simpel als John van Katwijk het doet voorkomen? René Froger trok aanvankelijk alleen caissières en kapsters, legt hij uit. ‘De geur van haarlak’ domineerde zijn concerten. Er moesten mannen komen. Dus werden de Frogettes geïntroduceerd: vier langharige achtergrondzangeressen. Niet te knap natuurlijk, dat stootte de vrouwen weer af. „Daar was heel goed over nagedacht. Zo kom je aan een miljoenenpubliek.”

Lineke Nieber