Van 21 omroepen naar 8, dat is niet makkelijk

Morgen legt het College van Omroepdirecteuren drie modellen voor fusies tussen de publieke omroep voor aan minister Marja van Bijsterveldt (Media, CDA). De komende jaren moet er stapsgewijs 200 miljoen euro per jaar worden bezuinigd, een kwart van het totale budget. De omroepen hebben zelf afgesproken te streven in aantal terug te gaan van 21 naar 8, om zo een deel van de bezuinigingen op te vangen.

Zo onderzoekt de van oorsprong liberale AVRO een fusie met de intellectualistische VPRO of de populaire TROS. Seniorenomroep Max wil wel samenwerken met de evangelische EO. De eerste al gefuseerde omroep NTR (NPS, Teleac en RVU) denkt aan nauwer samenwerken met de verwante organisaties NOS, VPRO en AVRO.

Maar het is de omroepen nog niet gelukt om tot één hervormingsplan te komen. Daarvoor liggen de belangen te ver uiteen, bleek de afgelopen weken tijdens lange en soms emotionele vergaderingen.

Eén scenario gaat uit van fusie tussen omroepen waarbij merknamen en verenigingen gehandhaafd blijven, maar met één directeur en één raad van toezicht. BNN en VARA praten al langere tijd over zo’n vorm.

In een ander model worden omroepen gebundeld in vier blokken: een levensbeschouwelijk blok (NCRV, KRO en EO), een progressief (VARA, BNN, VPRO en PowNed), een populair (TROS, AVRO en Max) en een taakomroep (fusie NOS en NTR).

Omroepbestuurders Jan de Jong (NOS) en Koen Becking (KRO) pleiten voor het meest vergaande model waarin de „omroepen moeten doorpakken en dwarsliggers moeten worden aangepakt. Dat levert het meeste op. We moeten minder regels hebben en minder bureaucratie.”

Van Bijsterveldt laat dit voorjaar een onderzoek doen naar de kostenbesparing die samenwerkingsvormen bij de publieke omroep opleveren. Voor de zomer komt zij met een brief over de toekomst van het bestel en wetswijzigingen die voor eventuele stelselveranderingen nodig zijn.