Sport zit vol Dutch design

Nederlandse bedrijven exporteren voor honderden miljoenen euro’s in de sport.

Zo komen de turntoestellen voor de Spelen uit Nederland. En de grasmat bij het WK.

Het is niet zomaar een ijsstadion. Dat weet Cees Boukens van koelspecialist Boukens Ice & Climate Solutions uit Enkhuizen heel goed. Het bedrijf rondde recentelijk de bouw af van het hypermoderne ijsstadion in de Kazachstaanse hoofdstad Astana. Dit stadion moet de wonderbaan van Alma-Ata doen vergeten en beleeft zijn vuurdoop bij de Aziatische Winterspelen, die zondag in Kazachstan beginnen. Heel het land kijkt mee, inclusief de autoritaire regering van president Nursultan Nazarbajev. De vergane schaatstrots van de Kazachen moet met het ijsstadion herwonnen worden.

Boukens zou een boek kunnen schrijven over de bouw van dit stadion, dat zo’n 100 miljoen euro kostte. Zo moest tijdens de bouw de financiering van het project nog worden geregeld. „Soms gebeurde er maanden niks omdat er geen geld werd vrijgegeven.” Afgelopen zomer liep de bouw nog een jaar achter op het schema. „Bouwvakkers gebruikten de planning alleen om de muur mee op te sieren”, zegt Cees Boukens. Het stadion moet een van de vier snelste banen ter wereld worden.

Het bedrijf Boukens legt samen met de befaamde Nederlandse ijsmeester Bertus Butter ijsstadions aan. Boukens is van oudsher specialist in koel- en elektrotechnische installaties voor onder meer de agrarische sector, en is sinds tien jaar als spin-off in de sportwereld actief. Het bedrijf (25 medewerkers) bouwde het ijsstadion in het Russische Kolomna en verrichtte een grootschalige verbouwing aan het Thialf. „Bouwkundig is er heel weinig ervaring met overdekte schaatsbanen, wij zijn in die markt gesprongen”, zegt Boukens, die met zijn bedrijf jaarlijks tussen de 4 en 6 miljoen euro omzet in de sport. De onderneming hoopt het ijsstadion voor de Olympische Winterspelen van 2014 in het Russische Sotsji te mogen bouwen, en ziet kansen wegens de goede connecties in Rusland.

Een bedrijf als Boukens staat niet op zich. Er zijn enkele tientallen Nederlandse bedrijven die op kleine of grote schaal actief zijn in de internationale sportwereld. Er wordt voor honderden miljoenen euro’s geëxporteerd, zo blijkt uit een rondgang langs 25 bedrijven. In iedere sportniche zitten Nederlandse firma’s: voetbalvelden, veldverwarmingssystemen, kunstgrasvelden, sportdata, turntoestellen, baskets, stadionbouw, veldverlichting in stadions, mascottes, communicatieapparatuur en sportklimaatkamers voor gesimuleerde hoogtetraining. Het Nederlandse bedrijfsleven werkt voor machtige sportorganisaties, zoals wereldvoetbalbond FIFA en het Internationaal Olympisch Comité, en levert aan Europese topclubs, waaronder Real Madrid, Manchester United en Bayern München.

Hoe komt het dat Nederland een succesvol exportland is voor sport? Allereerst is het innovatie- en kennisniveau hoog in Nederland, ook op sportgebied. Daarnaast moeten bedrijven noodgedwongen over de grens kijken, zegt Pieter Nieuwenhuis, oprichter en directeur van het Utrechtse (sport)adviesbureau Hypercube: „De sportmaterialen zijn meestal voor nichemarkten, waarvoor de markt in Nederland vaak te klein is. Dus richten bedrijven zich op het buitenland.”

En bedrijven weten goed te lobbyen, aldus Nieuwenhuis, die met zijn bureau projecten deed voor onder meer de Europese voetbalbond UEFA. „In de sportwereld moet je de taal verstaan die sportbobo’s met elkaar spreken. De brutaliteit en eigenwijsheid van Nederlandse bedrijven past daar goed bij.”

Ook helpt het bedrijven dat Nederland internationaal wordt gezien als een sterk sportland, zegt sportmarketeer Bob van Oosterhout. „In het verlengde daarvan wordt de geloofwaardigheid versterkt van Nederlandse bedrijven die producten maken voor de sport.” De sportmarketingdeskundige geeft een voorbeeld: „Voetbal en Nederland is één. Dus wanneer een Nederlands bedrijf claimt het allerbeste gras te hebben, wordt dat als geloofwaardig gezien.”

De totale exportwaarde van sport in 2006 voor Nederland was 1,1 miljard euro, berekende het ministerie van Economische Zaken. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat sport ruim 82.000 arbeidsplaatsen creëert. „De mondiale sportbusiness is de laatste tien jaar booming geweest”, vertelt Van Oosterhout. „Daar hebben wij als ondernemend en inventief land goed op ingespeeld.”

Veel organisaties op de lijst van de 25 bedrijven zijn actief op het gebied van (kunst)grasvelden (6), zoals Hendriks Graszoden uit het Limburgse Heythuysen. Het bedrijf legt bij tientallen clubs in Europa velden aan en verzorgde het gras bij het WK voetbal in 2006 en het EK 2008. Gemiddeld kost de aanleg van een nieuw voetbalveld 100.000 euro, het bedrijf doet dertig tot veertig velden per jaar.

Voetballers zijn doorgaans kritisch op het gras, weet Hendriks uit ervaring. Zo moest het bedrijf in de winter van 2005 op slag een nieuwe mat aanleggen bij Real Madrid, nadat spelers als David Beckham en Raúl hadden geklaagd. Als clubs winnen hoort Hendriks meestal niets, maar als er een paar wedstrijden op rij wordt verloren gaan ze bellen. „Maar ik probeer ze altijd voor te zijn. Ik kijk de samenvattingen en bel dan de groundsman van de club om hem wat advies te geven.”

Nederlandse bedrijven in de sport zijn volgens sportmarketingdeskundige Van Oosterhout in het buitenland vaak bekender dan in eigen land. „Door hun alliantie met buitenlandse sportorganisaties zouden ze zich nog veel meer kunnen profileren”, denkt hij. „Kun jij je een beter keurmerk voorstellen dan dat je de turntoestellen levert voor de Olympische Spelen? Of dat je het gras mag leggen op een WK voetbal? Een hogere standaard bestaat niet.”